Noodstop en daarna `een enorme klap'

Vijfentwintig Nederlanders die het busongeluk bij Metz overleefden zijn terug in Nederland. Remsporen op de weg herinneren aan de ramp van zondagnacht.

Ab van de Wetering (25) praat zoals mensen praten die net iets heel ergs hebben overleefd. ,,In een reflex trok ik mijn benen op en deed ik mijn armen om mijn hoofd. Dat is waarschijnlijk mijn redding geweest. Ik vloog door de lucht. Maar ik bleef heel rustig.''

Het is vijf uur, gistermiddag. Janneke Stapel, woordvoerster van alarmcentrale Elvia, heeft Ab van de Wetering uit de eerstehulppost van het regionale ziekenhuis Bon Secours mee naar buiten genomen om te praten met de journalisten die in de regen staan te wachten op nieuws over het ongeluk de nacht ervoor. Een Italiaanse vrachtwagen reed een paar kilometer ten zuiden van de noord-Franse stad Metz dwars door de vangrail in de middenberm en ramde een bus waarin zestig Nederlandse skitoeristen zaten. Vijf Nederlanders kwamen om het leven, onder wie de chauffeur van de bus. De chauffeur van de vrachtwagen en

zijn bijrijder waren ook op slag dood.

,,Ik sliep heel licht'', zegt Ab van de Wetering. ,,Opeens voelde ik dat de bus een noodstop maakte. Meteen daarna was er een enorme klap.'' Hij zat onderin, hij kon vrij snel naar buiten klimmen. Daarna probeerde hij mensen die nog in de bus zaten te helpen om ook naar buiten te klimmen. Nee, hij herinnert zich geen geschreeuw en er was geen paniek. Maar eigenlijk beseft hij nog maar nauwelijks wat er gebeurd is. ,,Ik sta hier nu wel nuchter te praten. Maar het moet allemaal nog komen.''

De vriend met wie Ab van de Wetering was wezen skiën, in Valmorel, heeft zijn heup gebroken. Hij kan nog niet worden vervoerd. Daarom, zegt hij, ,,heeft hij ervoor gekozen'' om in Metz te blijven. Hij komt uit Hoogland, vlak bij Amersfoort. Hij wil gaan vertellen wat voor werk hij doet, maar dan vindt Janneke Stapel van Elvia het genoeg geweest. Ze duwt de televisiecamera's bij hem weg en brengt hem naar binnen, naar de andere Nederlanders die het ongeluk hebben overleefd. De meesten zijn vannacht naar Bon Secours gebracht, anderen liggen in ziekenhuizen in de buurt. Twee van hen zijn er ernstig aan toe. Vijfentwintig zullen straks met een bus naar het vliegveld worden gebracht en teruggaan naar Nederland.

Een jonge vrouw met een wond op haar voorhoofd loopt om half vijf zelf naar buiten en stapt in een auto met een Nederlands nummerbord. Haar familie heeft haar opgehaald. Journalisten met tv-camera's rennen op haar af. Maar ze wil niets zeggen, ze houdt haar armen voor haar gezicht.

Adri Hendriks, directeur van bureau Bizz Travel uit Groningen dat de skireis had georganiseerd, heeft een uur eerder verteld dat hij voor de Franse politie een van de doden heeft moeten identificeren. Een van zijn eigen medewerksters, blijkt de volgende dag. Zoiets vreselijk als dit, zegt hij, heeft hij nog nooit meegemaakt. Hij ziet grauw, maar hij praat rustig. De bus met artsen die achter de bus met de skiërs reed was ook van Bizz Travel. Artsen uit het Albert Schweitzer-ziekenhuis in Dordrecht, ze hadden een uitstapje naar La Plagne gemaakt. Ze hielpen de gewonden uit de bus, ze legden in het donker infusen aan. Toen na ruim twintig minuten de ambulances kwamen, konden ze aanwijzen wie het eerst hulp nodig hadden.

In de brandweerkazerne, een paar straten van ziekenhuis Bon Secours vandaan, zit Jean-Jacques Kam, de commandant die zondagnacht als eerste met zijn mannen bij het ongeluk was. ,,De mensen waren in shock'', zegt hij. ,,De meesten hadden liggen slapen. Het was heel erg stil toen we kwamen.'' Geen brand, geen paniek. Waardoor de Italiaanse vrachtwagen door de vangrail reed zullen we wel nooit te weten komen, zegt de commandant. En dat zegt de onderprefect van de Franse

politie, Eric Pélysson, ook. ,,Misschien is hij in slaap gevallen. Misschien heeft hij een hartaanval gehad.''

Op het wegdek van de A31 tussen Metz en Nancy, ter hoogte van Moulin-les-Metz, zitten dikke, zwarte remsporen. Ze beginnen op de meest rechtse strook, ze eindigen in de middenberm. De vangrail is op maandagmiddag twee uur, nog geen half etmaal na het ongeluk, alweer gerepareerd. Werkmannen in oranje pakken maken armgebaren naar het verkeer. Doorrijden, doorrijden.

Maandagnacht om kwart over één landen vijfentwintig Nederlanders op Rotterdam Airport. Ze gaan naar het Calamiteitenhospitaal van het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Elf van hen moeten worden opgenomen, de anderen kunnen in de loop van de ochtend naar huis.