Kofi's klokkenluider betaalt prijs voor kritiek

De rechten van de mens zijn als internationaal thema sinds 11 september voorbijgestreefd door nationale veiligheid, meent Michael Ignatieff, auteur, hoogleraar en directeur van het Carr Centrum voor de Rechten van de Mens aan Harvard University. De jaren negentig waren met tientallen brandhaarden in Europa en Afrika hoogtijdagen voor pleitbezorgers van de rechten van de mens. Maar nu domineert de strijd tegen het terrorisme de internationale agenda. Schendingen van de rechten van de mens in Oezbekistan, Soedan of Saoedi-Arabië tellen in de politieke hitte van het moment minder zwaar, juist om die landen aan onze kant te krijgen, zo zei Ignatieff vanochtend voor de BBC.

Zo bezien is Mary Robinson, de Hoge Commissaris voor de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties, die gisteren onverwachts aankondigde in september op te stappen, een slachtoffer van de tijdgeest én van big power politics. Want Robinson (57) kondigde haar vertrek niet vrijwillig aan. De oud-president van Ierland was naar verluidt geïnteresseerd in nog een termijn van vier jaar, maar haar uitgesprokenheid en kritiek ergerden de afgelopen jaren liefst drie permanente leden van de VN-Veiligheidsraad.

Robinson kritiseerde China wegens de onderdrukking van zijn religieuze en andere minderheden, Rusland wegens zijn optreden in Tsjetsjenië en recentelijk Amerika wegens de burgerslachtoffers van de bombardementen op Afghanistan en de behandeling van Al-Qaeda- en Talibaan-gevangenen op Cuba; die laatste kritiek brak haar op. Immers, wie als VN-topfunctionaris én de Verenigde Staten, én Rusland én China weet te irriteren, is op weg naar de uitgang. Robinson werd als klokkenluider het slachtoffer van een diplomatieke natuurwet in grote organisaties: wie eerlijk is, maar niet tactisch genoeg, met name jegens de machtige landen, moet vroeg of laat het veld ruimen. De vorige VN-chef Boutros Boutros-Ghali en de ex-chef van de VN-wapeninspecteurs in Irak, Richard Butler, kunnen daarover meepraten.

Dat Robinson vijf jaar handelde indachtig het advies van VN-secretaris-generaal Kofi Annan bij haar aanstelling in 1997: `Blijf een outsider binnen de Verenigde Naties' en zeer populair was bij activisten voor de rechten van de mens, mocht niet baten. Wegens gebrek aan draagvlak bij de grote landen zag ook Annan geen heil meer in een verlenging. Volgens VN-diplomaten was hijzelf ook geïrriteerd geraakt door Robinsons kritiek over gevoelige kwesties als het Midden-Oosten en Kashmir.

Zij kreeg voorts kritiek over de afloop van de VN-racismetop vorig jaar in Durban, waar de VS en Israël voortijdig wegliepen wegens kritiek op Israël. Ze vervreemdde Amerika verder van zich door te zeggen dat de nasleep van 11 september de normen voor de rechten van de mens geen goed had gedaan, wat de VS zagen als kritiek op hun strijd tegen het terrorisme.

Robinson zei gisteren niet expliciet waarom ze niet nog een termijn van vier jaar nastreeft; vorig jaar had ze zélf willen stoppen na haar eerste termijn, maar toen tekende ze speciaal op verzoek van Kofi Annan voor een jaar bij. Maar haar commentaar en dat van anderen waren gisteren tussen vooral Europese complimenten door veelzeggend. ,,Ik ben me ervan bewust dat er sterke steun voor me is in de mensenrechtengemeenschap. Ik ga geen commentaar geven op individuele landen'', zei ze. Een hoge regeringsfunctionaris in Washington was duidelijker: ,,We hebben achter de schermen onze standpunten duidelijk gemaakt dat zij niet moet worden verlengd.''

Annan knuffelde haar bijna dood door te wijzen op haar ,,grootse werk'' en haar ,,energie, creativiteit en moed voor zeer moeilijk werk''. ,,Het is het soort werk waarmee je elke dag enkele vrienden maakt – en enkele vijanden'', aldus Annan. Volgens Reed Brody van het in New York gebaseerde Human Rights Watch betaalde Robinson ,,een prijs voor haar bereidheid om publiekelijk grote regeringen zoals die van de Verenigde Staten en Rusland te veroordelen, als zij de rechten van de mens schenden.'' Ook haar opvolger zal op zijn woorden moeten letten.