Kamer heeft schoon genoeg van hbo-soap

Ondanks eerdere, serieuze signalen van fraude in het hbo greep minister Hermans (Onderwijs) pas laat in. Vanavond moet hij de Tweede Kamer komen uitleggen waarom.

Wat wist minister Hermans (Onderwijs) wannneer en wat wisten zijn ambtenaren? De Tweede Kamer neemt het de minister kwalijk dat scholen voor hoger beroepsonderwijs (hbo) jarenlang creatief konden omgaan met subsidies. Het ministerie van Onderwijs wist veel, maar greep niet in. Vanavond moet Hermans uitleggen hoe het zo ver heeft kunnen komen.

Hogescholen zochten de randen van de subsidiewetten op. Meestal bleven ze nog nét op het randje, soms gingen ze eroverheen. Door ingenieuze constructies stond de hoogte van de subsidie niet meer in verhouding tot de onderwijsinspanning.

Minister Hermans besloot vorig jaar november tot een accountantsonderzoek. Dat besluit viel op dezelfde dag dat klokkenluider Peter de Jong zijn beschuldigingen over fraude aan de hogeschool Saxion-IJselland naar Kamerleden en pers stuurde.

Die beschuldigingen had De Jong ook al naar ambtenaren op het departement gestuurd. Maar zijn brief bleef daar maanden liggen zonder dat er iets gebeurde. Pas in oktober werd De Jong voor een eerste gesprek uitgenodigd. De Kamer slikte morrend Hermans' excuus dat de zomervakantie snelle actie in de weg had gestaan.

Uit het accountantsonderzoek bleek dat zes onderzochte hogescholen onrechtmatig subsidie hebben gekregen. Hermans heeft aangifte bij het openbaar ministerie gedaan en eist 29,3 miljoen euro terug. Hij houdt er rekening mee dat de fraude grootschaliger is. Ook in het middelbaar beroepsonderwijs en op de universiteiten zou `gesjoemeld' zijn.

Eigenlijk zou de minister onderzoek moeten doen naar álle onderwijsvormen die niet `regulier' zijn. De tijd is voorbij dat een zeventienjarige zich inschreef aan een hogeschool, daar vier jaar studeerde en zijn diploma haalde. Er zijn nu deeltijdstudenten, werkende jongeren die in de avonduren een stoomcursus volgen, herintreders.

Hermans moedigde de hogescholen aan ook die studenten te bedienen. Ze kregen de vrijheid om de `markt op te gaan'. Ze mochten commerciële opleidingen opzetten, of verkorte opleidingen. En dat deden de instellingen. Graag zelfs. Prettig bijverschijnsel was dat juist die opleidingen soms erg lucratief zijn. De verouderde subsidieregels pakten in hun voordeel uit.

Voor hbo-studenten die een tweejarige opleiding volgden aan de universiteit kregen de universteiten volledige subsidie. Ze krijgen geld voor vier jaar onderwijs. Het ministerie gaat namelijk uit van `uitstroombekostiging'. Als een student zijn diploma haalt, ontvangt de instelling met terugwerkende kracht subsidie. Ze krijgen ook geld als een student voortijdig uitvalt. De `uitvalspremie' is een financiële prikkel voor scholen om kansloze studenten snel te laten uitstromen. Ook die regel levert soms geld op.

Al met al hebben de hogescholen zich gedragen als pubers van wie de ouders zeggen: ga maar een baantje zoeken, probeer jezelf maar te bedruipen. Maar de hogescholen gingen geen vakken vullen, ze gingen constructies verzinnen waarmee ze zoveel mogelijk zakgeld konden aftroggelen van hun ouders. En toen ze daarvoor op hun kop kregen, wezen ze snel naar hun foute vriendje.

Dat vriendje is in het geval van de hogescholen het particulier onderwijsbureau Opleiding en Ontwikkeling in Breda. Dat bedrijf zou boter uit de gunstige subsidieconstructies hebben gebraden. O&O kwam op het idee van de Belgische studentencarrousel. O&O verdedigde zich: de hogescholen vroegen subsidie aan, niet zij.

En toen keerden de pubers zich tegen hun ouders. De ambtenaren op het ministerie hebben niet opgelet, zeggen de hogescholen. Ze wisten ervan, maar deden niks. Over de fraude zélf gaat het allang niet meer in Den Haag. Tweede-Kamerlid M. Hamer (PvdA): ,,In de hbo-soap is het ministerie helaas de hoofdrol gaan spelen.''

Hermans' probleem is dat zijn ambtenaren waarschijnlijk meer wisten dan hij. Al in 2000 stelde bestuursvoorzitter N. Verbraak van de Fontys Hogescholen vragen aan directeur hbo J. Zuurmond over ,,constructies die wij tot voor kort als niet-toegestaan beschouwden''. Verder schreven ambtenaren en hbo-vertegenwoordigers in 2000 een gezamenlijk rapport, waarin staat dat de regels voor subsidie ,,ongewenst stategisch gedrag (..) uitlokken''.

Hermans is boos op zijn ambtenaren. Zíj hadden hem moeten inlichten, zíj hadden niet op vakantie moeten gaan. Directeur hbo Zuurmond is naar huis gestuurd.

Maar de Kamer neemt daar geen genoegen mee en wil een onderzoek door de Algemene Rekenkamer desnoods een parlementaire enquête naar de hbo-soap, waarin ook wordt gekeken naar de bestuurscultuur op het departement.

Kamerlid Hamer: ,,Het kan best zijn dat Hermans écht niks wist. Des te meer reden om aan te nemen dat er iets mis is op het ministerie.''