Het genot van macht

Macht is een begrip dat in het publieke debat steeds weer op een iets andere manier de kop opsteekt. Grof gezegd: eens ging het over de macht van God en kerk, toen over de macht van structuren, systemen en de massa. Nu wordt macht vaak gekoppeld aan kleine groepen, maar vooral aan individuen. Onlangs vergeleek Roel van Duijn in het Algemeen Dagblad Pim Fortuyn met Slobodan Miloševic. ,,In zijn streven naar macht maalt Pim Fortuyn nergens om', schreef Van Duijn, om even later te verwijzen naar de opmerking van Carla del Ponte dat Miloševic niet gedreven werd door nationalisme maar door machtswellust. ,,Voor de man die kraait dat hij de toekomstige premier van ons land is, geldt hetzelfde.'

De verwijzing naar de macht die personen hebben dan wel hadden of nastreven, wordt in dit soort uitspraken gebruikt om aan te geven dat die mensen gevaarlijk of op z'n minst afkeurenswaardig zijn. Fortuyn past diezelfde techniek toe. Hij heeft het over ,,Ali Baba aan de macht'. Wie of wat er ook als gevaarlijke machtsbezitter of machtswellustige wordt bestempeld, dit soort opmerkingen hebben als bijverschijnsel dat het begrip macht ongemerkt een voornamelijk negatieve betekenis krijgt. Macht is verdacht.

Maar wat is macht eigenlijk? In het dagelijks taalgebruik wordt met macht, zo stelt Mauk Mulder in `Omgaan met macht', vooral gedoeld op iets dat elders te vinden is. Macht is in Den Haag, op de beurs, bij de overheid en andere instituties, ver weg in landen met akelige regimes, in de achterkamertjes, in de wandelgangen. Als macht niet op een andere plek vertoeft, dan is het in ieder geval in het bezit van een ander: de manager, de politicus, de minister. Met de macht die elders is of bij een ander, wordt meestal niet gedoeld op de eerste definitie die van het woord in Van Dale te vinden is, zo merkt Julius Fast scherpzinnig op in `Body politics'. Die omschrijving luidt ,,het vermogen om iets te doen' en verwijst dus eerder naar de creatieve kanten van macht. Ook wordt in het dagelijks gebruik van het begrip niet verwezen naar die filosofische beschouwingen (gedacht kan onder andere worden aan Nietzsche, Foucault en in Nederland de staatsrechtgeleerde Couwenberg) waarin gereflecteerd wordt op de drang naar macht als de voornaamste drijfveer van de menselijke geschiedenis en macht als elementaire levensbehoefte.

Eigenlijk is het niet zo helder wat er in het dagelijks gebruik en in het publieke debat onder het begrip macht nu eigenlijk wordt verstaan. Alleen is duidelijk dat met macht iets smerigs wordt bedoeld. Waarom? De afstand die men doorgaans aan macht toekent lijkt daarbij een rol te spelen. Die maakt macht geheimzinnig, onzichtbaar en ongrijpbaar. Reken daarbij dat het woord ook nog vrouwelijk is en er is genoeg suspense om het begrip te zien als een kracht die zo begerenswaardig is dat de persoon die het bezit niet anders kan dan er wellustig en bezeten van te raken. Eenmaal in aanraking gekomen met de macht wordt zijn enige doel haar te behouden en te bezitten. Voor hem wordt het macht om de macht. Die passie kan niet anders dan resulteren in machtsmisbruik. Kortom, macht is smerig en wie het bezit is vies, corrumpeert en verandert in een monster, zo lijkt de achterliggende gedachte wanneer men naar de macht van de ander verwijst. Zonder veel moeite kan men voor die opvatting met verwijzingen naar de geschiedenis zijn gelijk halen.

Hij die macht heeft, is een getekende. Tegelijkertijd is de figuur aan wie macht wordt toegeschreven, een man van de wereld. Wie de macht heeft, kent de regels van het spel, het machtsspel, waar het in de harde werkelijkheid om draait. Zulke mensen zijn aantrekkelijk. Ze spreken aan omdat ze iets weten wat de meeste mensen niet weten, namelijk wat macht is, waar het te vinden is, hoe het te verkrijgen is en te behouden. Zij weten hoe macht voelt en, om uiteindelijk toch bij de eerste definitie van Van Dale uit te komen, zij weten wat je ermee kunt doen. Hoe smerig de meeste mensen macht ook vinden en hoe hard zij ook tegen de machten fulmineren, zoiets wil men ook wel. Niet voor niets vinden om de paar jaar boeken over hoe macht te verwerven grif aftrek. Machiavelli voor vrouwen, Machiavelli voor managers, De 48 wetten van de macht, Macht hoe komt u eraan. Wat doet u ermee: Regels van het spel om de macht, om er maar een paar te noemen. Of je door dat soort boeken ook werkelijk macht kunt verwerven en of ze werkelijk inzicht geven in het fenomeen is de vraag.

Meer zou geleerd kunnen worden van de mensen die macht hebben. Zij zouden moeten vertellen wat het is om macht te hebben, om daarop aangesproken te worden, om het te behouden. Maar zij houden veelal hun mond. Of het bij de regels van het spel hoort er niet over te spreken, weet ik niet. Maar een deel van dat zwijgen zal toch wel te maken hebben met het taboe dat op de prettige kanten van macht rust. Dat is kennelijk zo sterk dat men nog liever toegeeft dat men zijn eigen geslachtsdeel een naam geeft om maar eens iets gênants te noemen of hoe hoog zijn salaris is (vroeger ook een taboe) dan dat men vertelt over ervaringen met macht. Dat is jammer.

Nu wil ik niet in de fout vervallen door macht alleen aan anderen toe te kennen. Al heb ik geen grote macht, ik bezit wel een beetje omdat ik in deze krant schrijf. Ik bijt het spits af door te vertellen hoe dat kleine beetje macht voelt. Onlangs schreef ik een column over Máxima. Een aantal mensen verweet mij dat ik een machteloze aanviel, noemde mij een fascist en een spelbreker.

Vooral dat laatste sprak mij aan. Macht is niet alleen een spel spelen maar het ook op creatieve wijze kunnen breken als het je niet zint. Dat voelt heerlijk. Het smaakt naar meer.