Vijf vragen

1. In de Volkskrant las ik vorige week: ,,Het motorretje was dood, kapudowitski.'' Dat kapudowitski kende ik nog niet. Wel kapoeres, kapoerewiet en kapoerewiets. De betekenis zal duidelijk zijn: `dood, kapot'. Het gaat mij nu niet om de herkomst – kapoeres komt uit het Jiddisch – maar om de vorm. Kapudowitski en kapoerewiets zijn voorbeelden van een soort nep-Russisch, hoewel de vorm kapoerewiets zeker door het Jiddisch beïnvloed zal zijn. Ik ken slechts één ander voorbeeld van nep-Russisch, en dat is slabberdewatski. Mijn buurvrouw zegt soms ,,Ik voel me slabberdewatski'' en daarmee bedoelt ze dat ze zich moe of lusteloos voelt. In de literatuur is deze russificatie van slap al in 1964 opgetekend, maar nog steeds staat hij niet in onze woordenboeken. Wie kent meer van dit soort nep-Russische woorden?

2. Wat je in de omgeving van Haarlem steeds vaker onder schoolkinderen hoort is bok voor je. Dit betekent `pech voor je; je gaat af'. Je zegt dit vooral aan het eind van een discussie, als iemand met z'n mond vol tanden staat. ,,Uitgeluld, bok voor je!'' Omdat de combinatie met uitgeluld veel voorkomt, hoor je ook wel uitgebokt. Er is nóg een variant, die wordt ondersteund door een gebaar. Heeft iemand in een twistgesprek het loodje gelegd, dan kun je zeggen, op de bekende pesterige schoolpleintoon: ,,Bokkie, bokkie, bokkie!'' Daarbij doe je alsof je aan je sik trekt. Volgens straattaaldeskundige René Appel komt bok voor jou al zeker vijftien jaar voor in Amsterdam. Men zegt daar ook vette bok of wrede bok en ik heb hem/haar gebokt, `laten afgaan'. Is dit alles typisch Randstads of zijn ook lezers elders in het land met deze jeugdtaalwoorden bekend?

3. Ik ken veel mensen die zunigerd zeggen in plaats van zuinigerd. Ik doe dat zelf ook. Sterker nog: ik zal nooit zuinigerd zeggen, dat me inmiddels een beetje vreemd voorkomt, maar altijd zunigerd, dat de vrekkigheid voor mijn gevoel veel beter uitdrukt. Ik vermoed dat dit te maken heeft met een bekende televisiereclame voor margarine van Zeeuws Meisje. Die reclame heeft veel indruk gemaakt, want hij maakte ook de uitdrukkingen ons bin zunig en geen cent te veel (hoor) gevleugeld. Volgens mij is het uitzonderlijk dat één bepaald woord door ABN-sprekers in dialectvorm wordt uitgesproken, zoals bij zunigerd het geval is. Er zijn ook ABN-sprekers die consequent zuunig zeggen, in plaats van zuinig, andermaal met dank aan het margarinetrutje, zoals de Zeeuwse commissaris van de koningin Wim van Gelder haar ooit noemde. Wie kent meer voorbeelden van uitdrukkingen die in heel Nederland door ABN-sprekers in een (pseudo-)dialectvorm worden uitgesproken? Ik ken alleen nog boertje(n)s van buuten voor `boertjes van buiten'. Waar komt dit vandaan?

4. Is er iemand die de woorden piepenbrinken of piepenbrinkerig kent? Ze zijn een paar maal aangetroffen in brieven van een ingenieur uit de 19de eeuw, I.A. Lindo (zoon van de bekende M.P. Lindo `de oude heer Smits'). Lindo schrijft op een gegeven moment dat hij zich in het gezelschap bevindt van ,,vijf of zes vreeselijke piepenbrinken''. Ik vermoed dat het om een particulier woord gaat, dat verwijst naar een bepaalde persoon Piepenbrink. Een andere mogelijkheid is dat het teruggaat op een kinderboek met een zekere Piepenbrink, maar uitgebreid onderzoek heeft tot nu toe niks opgeleverd.

5. In 1948 schreef prof. Henry Roskam Brummer een boekje over boeventaal dat nooit is uitgegeven. Ik heb inmiddels een drukproef gevonden, maar ik heb nog niets kunnen vinden over Henry Roskam Brummer (of Brunner) zelf. In 1946 publiceerde hij Typical English expressions for every use, een lesboekje van slechts 39 pagina's. Was Henry Roskam Brummer inderdaad hoogleraar, en zo ja, waarin? Zijn naam, in combinatie met dat Engelse leerboekje, doet vermoeden dat hij anglist was, en mogelijk een Engelsman. Wie heeft ooit van hem gehoord? En zijn er nog familieleden van hem?

Reacties naar de Achterpagina of naar sanders@nrc.nl. Voor een samenvatting hiervan zie op vrijdag www.nrc.nl