`Veelbelovende' lethargische pop laat Paradiso geheel koud

,,Jullie waren een moeilijk publiek.'' De zanger van Ikara Colt wond er geen doekjes om, na de gemengde reacties op het energieke concert waarmee zijn ouderwets opwindende rockgroep de eerste avond van het London Calling-festival afsloot.

Als een van de weinige bands deed Ikara Colt moeite om het publiek bij de zaak te betrekken, met provocerende opmerkingen en uitdagende springmuziek. ,,Vinden jullie het leuk?'' sneerde zanger Paul Resende, ,,kom dan naar voren en laat mérken dat je het leuk vindt!''

Pathos en lethargie vieren hoogtij in de Britse popmuziek en dat was te merken, aan de muzikanten zowel als aan het publiek. De als veelbelovend aangemerkte groepen Haven, Britisch Sea Power en de Jesus And Mary Chain-afsplitsing Freeheat lieten hun galmende Britpop onpersoonlijk tegen de achterwand van de grote zaal van Paradiso ketsen. De uit nood geboren tendens van London Calling om niet alleen Britse bands tot het festival toe te laten, leverde dit keer niet veel op.

Het Deense Saybia imiteerde U2 en Coldplay, het Noorse St.Thomas wekte vooral deernis met een dronkenmansversie van verkeerd begrepen voorbeelden uit de singer-songwriterhoek. En de Amerikaanse groep Trailer Bride viel uit de toon met krakkemikkige garagecountry.

De jaren zeventig herleefden bij de psychedelische geluids- en beeldvisioenen van Simian en de jazzy reggaepop van hippiecollectief The Bees, die de trompetten lieten jubelen in een poging om de landelijkheid van het Isle Of Wight naar Paradiso te brengen.

De tamme sfeer van twee avonden vrijblijvend naar nieuwe bandjes kijken, werd maar een paar keer doorbroken. Daarvoor moest je naar het bovenzaaltje, waar het Ierse trio Desert Hearts wild tekeer ging met ongeremde punkpop en waar Melys uit Wales de show stal met het onweerstaanbare Blondiegevoel dat zangeres Andrea Parker aan hun bitterzoete gitaar- en synthesizerpop wist mee te geven.

Melys heeft begrepen dat het geheim van goede popmuziek begint bij sterke liedjes. Dat besef is ver te zoeken bij veel jonge Britse groepen, die vaak genoegen nemen met een moeizaam gecultiveerd geluid dat in de verte iets met Radiohead of met Jeff Buckley te maken heeft en dat op arrogante wijze boven de hoofden van het publiek wordt losgelaten.

Saaiheid troef, en het is de vraag of London Calling niet veel spannender zou kunnen met minder bands op één avond, waarbij de galmknop dicht kan blijven.

Concert: London Calling, 15 en 16/3 Paradiso, Amsterdam.