Uytdehaage zet kroon op groots seizoen

Tot tweeënhalve maand geleden had Jochem Uytdehaage nooit een internationale schaatswedstrijd gewonnen en was het niet ondenkbeeldig dat een groot deel van de Nederlandse bevolking nog nooit van de 25-jarige schaatser uit Utrecht had gehoord. Via tussenstops in Erfurt, Salt Lake City en Heerenveen bracht hij daar in een razendsnel tempo verandering in. Hij won in die plaatsen achtereenvolgens de Europese allroundtitel, twee gouden en een zilveren olympische medaille en gisteren, als kroon op een seizoen, de wereldtitel allround.

Uytdehaage verdiende daarmee een plaats in de imaginaire Hall of Fame van het schaatsen. Zijn naam mag in de historie van het langebaanschaatsen in blokletters worden bijgeschreven, al was het alleen maar omdat hij toetrad tot het selecte gezelschap dat in één seizoen olympisch kampioen werd en de Europese en de wereldtitel allround veroverde.

De eerste die dat huzarenstukje leverde, was de Noor Hjalmar Andersen, precies vijftig jaar geleden, in 1952. In 1968 herhaald door diens landgenoot Fred Anton Maier, en weer vier jaar later door Ard Schenk. Een belangrijk verschil met dat trio is dat die op het hoogtepunt van hun schaatsleven al vele jaren internationale ervaring hadden en al de nodige grote prijzen hadden gewonnen. Zo regeerde Andersen al in 1950 en '51 met ijzeren hand; in beide jaren werd hij al Europees- en wereldkampioen. Schenk behaalde de Europese allroundtitel al in '65. Uytdehaage kon tot begin januari slechts terugkijken op overwinningen in nationaal wedstrijdverband, ook al was hij sinds vorig seizoen gemiddeld over de vier afstanden de snelste schaatser ter wereld; voor het tweede achtereenvolgende jaar voert hij de bijbehorende 'Adelskalender' aan.

Schenk, tegenwoordig lid van de Internationale Schaats Unie (ISU), was gisteren in Thialf een van de eersten die Uytdehaage feliciteerde met zijn bijzondere trilogie. Zijn zojuist veroverde wereldtitel had Uytdehaage extra glans gegeven door zowel de 5.000 meter (vrijdag) als de 10.000 meter als snelste af te leggen. Alsof het allemaal niet op kon verbeterde hij het wereldrecord puntentotaal op de grote vierkamp dat Rintje Ritsma, de onttroonde wereldkampioen, drie jaar geleden in Hamar bij de Europese kampioenschappen had gevestigd. Van 152.651 bracht Uytdehaage dat op 152.482.

Zoals de meeste deelnemers aan de wereldkampioenschappen in Heerenveen had Uytdehaage vooraf moeite om zich te focussen op het laatste grote toernooi van het seizoen 2001-2002. Nog te veel had hij zich laten afleiden door de spin-off van zijn olympische successen in Salt Lake City. Vorige week woensdag, twee dagen voor het begin van de WK, ging de knop om. Vrijdagavond legde Uytdehaage op de 500 meter een onverwacht stevig fundament voor zijn eerste wereldtitel, nog dezelfde dag gevolgd door zijn zege op de 5.000 meter.

Zaterdag werd hij op de 1.500 meter van de eerste plaats in het tussenklassement gestoten door de Rus Dmitry Sjepel, de Europees kampioen van vorig jaar. Nog belangrijker was een incident waardoor in de ogen van Uytdehaage ,,de angel uit het toernooi'' werd gehaald. In zijn rit op de 1.500 meter tegen Derek Parra maakte Gianni Romme een wisselfout. Vlak voor de Amerikaan gleed hij van de binnen- naar de buitenbaan, waardoor Parra een aanrijding slechts kon voorkomen door als een acrobaat pal achter de Nederlander van de buiten- naar de binnenbaan te springen. Parra, olympisch kampioen op de schaatsmijl, verloor kostbare tijd en Romme werd wegens het hinderen van zijn tegenstander gediskwalificeerd.

Wrang was het dat hij de 1.500 meter als snelste had afgelegd en dat hij als de belangrijkste rivaal van Uytdehaage gold, tot het moment dat hij zijn dure inschattingsfout maakte. De dissonant vormde voor SpaarSelect het slotakkoord van een olympisch seizoen om snel te vergeten. De ploeg van coach Peter Mueller had de bittere nasmaak van een teleurstellende Winterspelen graag met een wereldtitel willen wegspoelen, maar de diskwalificatie betekende een forse streep door die ambitie. Dat Romme weer in een supervorm verkeerde, was een schrale troost.

Met de uitschakeling van Romme was het toernooi van zijn spanning beroofd. Sjepel, winnaar van de 1.500 meter, werd vooraf niet in staat geacht Uytdehaage van zijn wereldtitel af te houden. De Nederlander moest gemakkelijk in staat worden geacht het gat van 3,22 seconden met de Rus op de tien kilometer te dichten en aan die verwachting voldeed hij ook. Gistermiddag moest hij zich nog één keer opladen, voor de ultieme krachtsinspanning in het krachtenverslindende seizoen. Met een winnende race die in de laatste twintig ronden nog vlakker was dan tijdens de 10.000 meter in Salt Lake City, sloot Uytdehaage de WK in stijl af. De wereldrecordhouder won de confrontatie met landgenoot Carl Verheijen in 13.27,25. In de slotrit kwam Sjepel niet verder dan 13.43,14, nog altijd goed voor de zilveren WK-medaille. Parra stapte vanochtend op Schiphol in het vliegtuig met de bronzen medaille. Verheijen belandde met zijn vierde plaats net naast het podium.

,,Ik moet nu eigenlijk stoppen'', zei Uytdehaage. Maar stoppen doet hij voorlopig nog niet. ,,Want ik vind het schaatsen nog veel te leuk. En het kan nog sneller. Uitdagingen zullen er altijd blijven.'' Volgend seizoen, als lid van de TVM-ploeg die door zijn huidige coach Gerard Kemkers geleid gaat worden, wil Uytdehaage wel eens een keer een wereldbekerwedstrijd winnen. Dat genoegen, onbeduidend in het licht van olympische glorie, smaakte hij nog niet.

Waarschijnlijk heeft Uytdehaage nu al het mooiste deel van zijn carrière achter zich. Hij kan daar niet van wakker liggen. ,,Dat is een luxeprobleem.''