Te nadrukkelijk spel in bijzonder sprookjesdecor

De behekste meisjes staan gillend naar de omstanders te wijzen. Iedereen is schuldig aan het complot met de duivel, iedereen moet worden berecht. De vrouw die een ziek varken verkocht aan haar buurman, de vroedvrouw die zogenaamd zeven zuigelingen liet sterven, iedereen die de meisjes ooit iets heeft aangedaan.

Heksenjacht (The Crucible) van de Amerikaanse schrijver Arthur Miller is een confronterend verhaal over de gevolgen van wraakgevoelens in combinatie met massahysterie. Miller schreef het stuk in 1953 en baseerde het op de heksenvervolgingen in Salem (Massachusetts) in 1692. Tegelijk diende het als aanklacht tegen de heksenjacht van senator McCarty op (vermeende) communisten in de jaren vijftig. Nu roept de titel associaties op met de terroristische aanslagen in New York en Washington van 11 september, toen eens te meer bleek dat de macht van hysterie en wraakgevoelens nog altijd aanwezig zijn.

Regisseur Liesbeth Coltof van jeugdtheatergezelschap Huis aan de Amstel is zeker niet wars van heftig en actueel theater, zoals zij met haar vorig productie Voor het donker wordt - over een neonazi en een joodse psychiater - bewees. Ook in Heksenjacht gaat het er woest aan toe, de personages rennen chaotisch door elkaar, om even later, de ogen naar boven gericht, een jammerklacht over hun miezerig bestaan de hemel in te werpen. Het spel wordt doorbroken door een zestal liedjes, knap uitgevoerd door twee musici van de band Mill, bijgestaan door de acteurs. De muziek is een verademing tussen al het geschreeuw door, want ondanks de intense bedoelingen van regisseur Coltof, wil de voorstelling maar niet aangrijpend worden.

Aan de aankleding ligt het niet. Het decor bestaat uit verweerde, bruine zeildoeken met podia aan weerszijden van het toneel. De spelers zijn uitgedost in prachtige Middeleeuws aandoende lompen, die bij nader inzien blijken samengesteld uit netpanties, vieze gympen en andere punkachtige lappen stof. Op de achterwand zijn vage filmbeelden te zien van heksen die dansen in het bos. Het geheel ademt een sprookjesachtige tijdloosheid, waarin een verhaal over heksen prima past.

Het probleem zit hem in de dosering van het verhaal en het al te nadrukkelijk acteren. Nergens is er ruimte voor nuance. Al direct aan het begin staat er een dominee te gillen dat zijn dochter is behekst en gillen de dorpelingen op hun beurt dat die dominee alleen maar uit is op materiële goederen. Er is sprake van de boer John Proctor die vreemdging met een van de behekste meisjes, wat ook alweer leidt tot een fikse ruzie. Voor de op zich interessante vragen die het verhaal oproept, is geen ruimte. Hoe massahysterie kan ontstaan, bijvoorbeeld, en in hoeverre een individu zich laat meeslepen door zo'n golf van waanzin. Om die vragen over te brengen is het nodig dat het publiek de verschillende kanten van de situatie te zien krijgt en bovenal moeten er momenten van verstilling zijn. Maar in het dorp van Huis aan de Amstel is alleen plek voor paniek. Er is Gods' woord en een tribunaal dat onschuldigen berecht, omdat een stel kinderen beweert dat ze schuldig zijn. Waarom men die meisjes gelooft blijft onduidelijk en waarom een aantal dorpelingen plots toch dapperheid vertoont wordt al evenmin uitgelegd. Er is macht en dus hysterie, lijkt Heksenjacht te zeggen. Dat is veel te simpel.

Voorstelling: Heksenjacht door Huis aan de Amstel. Tekst: Arthur Miller. Vertaling: Ben Hurkmans. Regie: Liesbeth Coltof. Vanaf 12jr. Gezien: 15/3 Rozentheater, Amsterdam. Tournee t/m 13/4. Inl. 020-622 9328 of www.huisaandeamstel.nl