Spanningen in Belgrado na aanhouding

De arrestatie van de Servische vice-premier Momcilo Perišic heeft de spanning in de regering verder opgedreven. Perišic werd donderdag gearresteerd op verdenking van spionage, samen met een Amerikaanse diplomaat. De vice-premier werd zaterdag vrijgelaten.

De Joegoslavische president Vojislav Koštunica zei dit weekeinde dat de arrestatie op `legale wijze' plaatsvond. Hij beschuldigde de Democratische Partij van zijn rivaal, de Servische premier Zoran Djindjic, ervan ,,de waarheid te verbergen.''

Premier Djindjic daarentegen vroeg zich openlijk af wie het gezag heeft over de militaire inlichtingendienst. ,,Wij hebben geen controle over hen.'' Als staatshoofd van Joegoslavië is president Koštunica verantwoordelijk voor het leger. Ook Westerse diplomaten maken zich zorgen over de rol van de inlichtingendienst en het leger, die zich niet lijken te comitteren aan de Servische regering.

Vice-premier Perišic werd zaterdag vrijgelaten, maar een militaire rechtbank sloot verdere aanklachten niet uit. De militaire politie arresteerde de oud-generaal donderdagavond in een restaurant in Belgrado op verdenking van spionage. Perišic zou documenten hebben overhandigd aan een Amerikaanse diplomaat. Ondanks zijn diplomatieke onschendbaarheid werd deze diplomaat ook gearresteerd en pas na zeventien uur vrijgelaten. Twee eveneens aangehouden Joegoslaven kwamen zaterdag ook vrij.

De documenten bevatten volgens de militaire rechtbank ,,informatie die de verdediging van het land in gevaar brengt''. Servische media speculeren volop over de inhoud van de documenten, die belastend materiaal tegen ex-president Slobodan Miloševic zouden bevatten. Miloševic staat terecht voor het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag op verdenking van oorlogsmisdaden in Kroatië en Kosovo en genocide in Bosnië. Een van de donderdag gearresteerde Joegoslaven heeft overigens ontkend dat Perišic de Amerikaan documenten heeft overhandigd. ,,Er wáren helemaal geen documenten'', zei hij.

Perišic was opperbevelhebber van het Joegoslavische leger van 1993 tot 1998. Toen hij zich tegen de gewelddadige politiek van Miloševic in Kosovo keerde werd hij aan de kant gezet. Hij begon vervolgens een eigen politieke partij en trad na de val van Miloševic (oktober 2000) toe tot de nieuwe regering.

De Joegoslavische regering heeft inmiddels haar excuses aangeboden aan de Amerikaanse regering en de diplomaat. De Amerikanen hebben woedend gereageerd op de behandeling van de diplomaat. De relatie met de Verenigde Staten staat al onder druk, want het Amerikaanse Congres moet voor 31 maart besluiten over een nieuw hulppakket aan Joegoslavië. Het heeft echter een betere samenwerking met het Joegoslavië-tribunaal als voorwaarde gesteld. In Belgrado verwacht men dat de Servische regering nog voor het eind van deze maand een verdachte oorlogsmisdadiger uitlevert om het Congres gunstig te stemmen.