Scelsi: muziek om één toon

Uren, dagen, weken, maanden zat de Romeinse graaf Giacinto Scelsi (1905-1988) achter de piano steeds dezelfde toon aanslaand totdat de klank geheel was opgelost, alsmaar opnieuw. Het zou het begin van een bizar sprookje kunnen zijn. Scelsi was zo'n man die kijkend vanuit zijn werkkamer langs zijn neus weg opmerkte: ,,Zie je die palm daar? Het is dezelfde boom die drieduizend jaar geleden voor mijn balkon in Luxor stond.''

Zaterdag opende de Matinee in het Concertgebouw met Scelsi's Konx Om Pax (vrede in respectievelijk het Assyrisch, Sanskriet en Latijn) verreweg het boeiendste stuk, zij het in zijn ongelijke inzetten niet het best uitgevoerd. Sinds zijn veel later pas befaamd geworden Quattro pezzi su una nota sola (1959) wijdde deze sfinx van het unisono zich geheel aan de energie van de enkele klank. Ook de delen van zijn vredesoproep cirkelen in spectrale sensaties elk om één toon: het deel Klank als beweging van het onbeweeglijkerond de C, Klank als scheppingskracht rond de F en Klank als de sacrale lettergreep Om rond de A.

Geen wonder dat Scelsi zijn muziek opvatte als de hoorbare werking van de kosmische energie. Geen wonder dat nuchtere Nederlanders een vraagteken plaatsen bij een aanwijzing in de partituur als sopranaturale (bovennatuurlijk), om maar te zwijgen van het uitroepteken bij het vernemen van zijn samenwerking met Italiaanse componisten die zijn improvisaties op de band hadden uit te werken. Maar wat uiteindelijk telt is het werk zelf en dat is interessant genoeg, al is het vaak in het begin het spannendst. Wie meent dat deze mystieke kluizenaar excelleerde in uitgesproken ascetische klanken, vergist zich. Jürg Wyttenbach bezocht hem in de zomer van 1977 en al zonnebadend merkte hij op hoeveel Scelsi's muziek weg heeft van klankmassage, van tonen als om vast te pakken.

Zelf heb ik meer associaties met de natuur, met een boom, sterk en stevig die in een plotseling opstekende windvlaag begint te ruisen en te suizen. Scelsi's muziek kan echter meer zijn dan decoratief, zelfs hypnotisch van werking en het tweede deel is uitgesproken stormachtig. Zwak vind ik alleen de te symmetrische op en neer schommelende beweging.

Dirigent/componist Hans Zender heeft zich altijd sterk gemaakt voor Scelsi's muziek en dat vond zijn neerslag in eigen composities. Lo Jadatti (herken mij niet) uit 1995, het derde deel uit zijn groots opgezette Hooglied-zetting voor vocale en instrumentale solisten, koor en orkest, is zeer op de klank toegespitst met extatische toonzettingen van teksten als `Zijn wangen gelijken terrassen vol balsem, zijn lippen hyacinten overlopend van bloesemsap.' Het is meer opera- dan oratoriummuziek, soms herinnerend aan Alban Berg. Bij vlagen boeiend, te weinig persoonlijk om de aandacht vast te houden.

De uitvoering van Schuberts Zesde symfonie was verhelderend, een muziek als een ode aan de lente.

Concert: Radio Filharmonisch Orkest en Groot Omroepkoor o.l.v. Hans Zender. Gehoord 16/3 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 19/3 20.30 uur.