's Werelds slechtste chef van een centrale bank

De slechtste centrale bankier ter wereld. Van zo'n bijnaam kom je niet snel af. Zeker als je de kwalificatie als geuzennaam gebruikt, zoals Viktor Gerasjtsjenko (64) deed, centraal bankier van de Sovjet-Unie én van Rusland. Gerasjtsjenko hield wel van een grapje. ,,Ik ben niet zo goed in cijfers'', zei hij toen de roebel weer eens op de rand van de afgrond balanceerde. Vrijdag stuurde president Poetin hem de laan uit. Onverwachts, want in september eindigt Gerasjtsjenko's termijn. Zijn val completeert een rijtje heengezonden zwaargewichten die als feodale vorsten over hun organisaties heersen, zoals Gazprom-baas Vjachirev en spoorwegen-tsaar Aksjonenko. Eind van een tijdperk, zo heet het dan.

Gerasjtsjeno werd berucht als centraal bankier tussen 1992 en 1994. Bij gebrek aan beter werd hij voor die post voorgedragen door de liberale premier Gajdar. Als hoofd van Gosbank, de centrale bank van de Sovjet-Unie, had Gerasjtsjenko vanaf 1989 op het inzakken van de productie en belastingopbrengst gereageerd met het bijdrukken van roebels. Een inflatiespiraal werd toen nog onderdrukt met prijscontroles. Wellicht hoopte Gajdar dat Gerasjtsjenko zijn leven zou beteren en zijn kennis van het westerse bankwezen zou benutten. Gerasjenko had eerder in New York, Beiroet, Frankfurt en Hongkong gewerkt bij een Sovjet-handelsbank.

Het viel tegen: onder Gerasjtsjenko kwam Rusland dicht bij hyperinflatie. ,,Als we monetaire discipline nastreven krijgen werknemers onvoldoende salaris. Zo kunnen we toch geen inflatie bestrijden?'', vroeg hij retorisch. De Centrale Bank honoreerde elk verzoek om de landbouw en staatsbedrijven overeind te houden met goedkope kredieten. Alleen al in zijn eerste drie maanden drukte Gerasjtsjenko 350 miljard roebel bij.

Op 11 oktober 1994 werd het zelfs president Jeltsin te gortig. De roebel verloor op één dag 28 procent van zijn waarde en Gerasjtsjenko kon vertrekken. Vier jaar later, in september 1998, keerde hij triomfantelijk terug. Jevgeni Primakov mocht als premier de scherven ruimen na de roebelcrisis: Rusland kon zijn schulden niet nakomen en de roebel maakte een vrije val. Gerasjtsjenko joeg hervormers meteen de stuipen op het lijf met zijn voornemen `gecontroleerd' roebels te drukken om Ruslands banksysteem te redden.

Het viel mee: Gerasjtsjenko was veranderd. De roebel bleef min of meer stabiel, de inflatie schommelt al jaren rond de 15 procent. Gerasjtsjenko deed dit met typisch administratieve methoden, onder meer door de handel in valuta strikt te reguleren. Hij vermeed zo een catastrofe, maar handhaafde de chaos. Want de Russische banksector schreeuwt om hervormingen. Banken parasiteren op overheidsbudgetten en kapitaalstromen van handelsimperia, maar weldenkende Russen bewaren hun geld nog steeds in een oude matras. Na de roebelcrisis redde Gerasjtsjenko met royale kredieten de banken van invloedrijke oligarchen – Most, Menatep, SBS-Agro – `vampierbanken' die hun depositeurs mochten afschepen. Buitenlandse banken kregen intussen geen poot aan de grond.

De Centrale Bank zelf is een mammoet met 86.000 werknemers op de rol die jaarlijks 1,4 miljard dollar aan salarissen souperen. De bank is een spin in een web van tegenstrijdige belangen: hij reguleert én bezit handelsbanken, verstrekt én ontvangt kredieten. Hij kan banken maken en breken en hoeft slechts de helft van zijn winst aan de staat af te staan. Informatie over zijn transacties bestempelt de Centrale Bank naar willekeur als staatsgeheim. Een broeikas van corruptie, oordeelde de Rekenkamer van de Doema al eens, maar ook dat rapport bleef uiteraard geheim. In 1999 werd bekend dat de Centrale Bank 50 miljard dollar aan valutareserves en IMF-leningen had ondergebracht bij het bedrijfje FIMACO op het Kanaaleiland Jersey. Doel was het misleiden van westerse schuldeisers die beslag dreigde te leggen op Russische tegoeden, zei Gerasjtsjenko. Dat vond men toen heel patriottisch, al vroegen sommigen zich af of FIMACO niet eerder een vehikel was om commissies af te romen.

Gerasjtsjenko's val volgt op een wetsvoorstel om de Centrale Bank onder curatele te plaatsen. ,,Zo'n idioot systeem bestaat nergens'', brieste hij vrijdag in de Doema. Hij maakt plaats voor weer een man uit Poetins Sint Petersburg: onderminister van Financiën Sergej Ignatjev (54), een typische tweede man. Hercules ruimt het veld voor grijze muis, koppen de kranten. De tijd zal leren of dat vooruitgang is, want als de Centrale Bank een speelbal van het Kremlin wordt, is er weinig gewonnen.