Pizzeria-baas wint El Hizjraprijs

Slechts één winnaar kwam opdagen op de uitreiking van de El Hizjra-prijs voor Arabische schrijvers: de Syrisch-Koerdische vluchteling Suleiman Khalaf: ,,Wie schrijft, blijft.''

Honderdzestien inzendingen waren er dit jaar voor de El Hizjra-Literatuurprijs, bedoeld voor Marokkaanse en Arabische Nederlanders. Dat zijn wat minder inzendingen dan in voorgaande jaren, wat volgens de organisatie van het Arabisch cultureel centrum El Hizjra te wijten is aan de aanslagen van 11 september en de nasleep daarvan. Verschillende mensen lieten weten dat ze door de actualiteit zo 'geblokkeerd' waren, dat het schrijven niet vlotten wilde.

Desondanks was de uitreiking van de El Hizjra Literatuurprijs, gistermiddag in het Tropenmuseum in Amsterdam, een feestelijke aangelegenheid. Met een uitgebreid programma met muziek, cabaret en voordracht werd gevierd dat de prijs tien jaar bestaat. In die tien jaar is de El Hizjra-prijs steeds belangrijker geworden als stimulans voor jong literair talent. Auteurs als Mustafa Stitou (winnaar in 1992), Abdelkader Benali (1995 en 1996) en Khalid Boudou (1999) vonden mede dankzij de prijs hun weg naar een uitgeverij.

Burgemeester Job Cohen refereerde in zijn openingstoespraak aan het thema van de Boekenweek, de liefde, en las een tekst voor van de elfde-eeuwse Arabische schrijver Ibn Hazm, over ,,het hoogste geluk, verenigd zijn met de geliefde''. Cohen roemde de hoogstaande Arabische en islamitische cultuur van die tijd, waaraan West-Europa zich spiegelde. ,,Ook al willen sommige mensen dat nu niet meer weten, de onderlinge beïnvloeding van de westerse en de islamitische cultuur is een feit, in het verleden en vandaag de dag.'' Cohen gaf als voorbeeld: ,,Je kunt van Hafid Bouazza èn van Liesbeth List houden''. Vervolgens pleitte de burgemeester voor het starten van een brede discussie over een in Amsterdam op te richten officieel centrum voor Arabische en islamitische kunst en cultuur. Officieus bestaat dat centrum natuurlijk al vijftien jaar, onder de naam El Hizjra ('het vertrek').

Mustafa Stitou en Said El Haji lazen voor uit eigen werk. Bij de laatste leidden woorden als 'masturberen' en 'erectie' tot besmuikt gelach onder het veelal jonge publiek. Na de hilarische grappen van cabaretier Najib Ahmali werd het juryrapport in het Arabisch en in het Nederlands voorgelezen. De jury bestond uit de dichters Jana Beranová en Mustafa Stitou, dichter en criticus Arie van den Berg, arabist As'ad Jaber en Arabischtalig schrijver Abdelkader Matoug. Vijf inzendingen werden bekroond met een tweede prijs, en vier met een eerste prijs. De eerste prijs kregen: Mowafik al Sawad (30) voor twee gedichten, Rachid Zahhaf (22) voor een kort verhaal, Omar Koubâa (22) voor een gedicht en Suleiman Khalaf (31) voor het korte verhaal `God hebbe zijn ziel'. Alleen Khalaf, pizzeria-eigenaar te Elburg, was aanwezig om de oorkonde en cheque uit de handen van burgemeester Cohen in ontvangst te nemen. ,,Ik wil schrijver worden, want wie schrijft, blijft,'' zei de Koerdisch-Syrische vluchteling.

Dit jaar schreef zeventig procent van de deelnemers in het Nederlands, zo meldt het juryrapport. In de beginjaren schreven bijna iedereen in het Arabisch. Zeventig procent van de deelnemers is jonger dan zestien jaar. De belangrijkste onderwerpen dit jaar waren ,,verdriet over een verloren liefde en (dankbare) trots moslim te zijn''. Het werk van de prijswinnaars is opgenomen in de bundel In de genade van de zon, met bekroond werk van de afgelopen tien jaar.