Onvrede over reizend circus EU-top

Europese regeringsleiders zijn het op de top in Barcelona eens geworden over liberalisering in 2004 van de energiemarkt voor bedrijven. Intussen groeit de onvrede over de nadruk op details ten koste van hoofdlijnen.

,,Kortere conclusies, een andere besteding van onze zaterdagochtenden: van mij mag dat al bij de volgende top ingevoerd worden.'' Met deze verzuchting vatte premier Wim Kok zaterdag in Barcelona de groeiende onvrede samen over het huidige verloop van topbijeenkomsten van regeringsleiders van de Europese Unie. Veel tijd gaat verloren met detaildiscussies over kwesties die op het bord van de regeringsleiders zijn gekomen omdat Europese ministers het eerder niet eens konden worden.

Het regent al jaren klachten over de ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie. Die zien geen kans bij hun voorbereiding van Europese toppen te voorkomen dat de regeringsleiders zich moeten buigen over pensioenleeftijden, spoorwegvervoer of het aantal computers per Europese school, in plaats van zich te beperken tot de grote politieke lijnen.

Het ongenoegen over het Europese bestuur is groot. De regeringsleiders voelen zich onder druk staan van de conventie over de toekomst van Europa, die plannen wil maken voor hervormingen. De regeringsleiders vrezen dat als zij zelf niets doen, de conventie gaat proberen hun voor te schrijven hoe alles beter kan. Vandaar dat zij afgelopen zaterdag op de top van Barcelona besloten zelf zaken in de hand te nemen. In dit verband herinnerde Kok er vanmorgen op de radio aan dat de regeringsleiders in december 2000 in Nice al overeen waren gekomen hun ,,rondreizende circus'' in te tomen en voortaan vaker in Brussel bijeen te komen. Dat is volgens hem ook met het oog op de steeds omvangrijkere veiligheidsmaatregelen rond Eurotoppen te verkiezen.

De regeringsleiders kunnen alle hervormingen waarvoor geen wijziging van de Verdragen van de Europese Unie nodig is, snel zelf doorvoeren. Daarom gaan ze persoonlijke vertegenwoordigers benoemen die voorstellen moeten doen voor een beter functioneren van zowel de Europese Raden, zoals de Europese topconferenties officieel heten, als van het periodieke overleg van de ministers van Buitenlandse Zaken van de lidstaten van de EU.

Premier Kok dacht even dat de Spaanse voorzitter, premier José Maria Aznar, meteen de ministers van Buitenlandse Zaken wilde uitschakelen. Een rapport van de persoonlijke vertegenwoordigers moest volgens Aznar in juni de basis worden van hervormingsbesluiten op de Europese top van Sevilla. Kok verzekerde minister Jozias van Aartsen (Buitenlandse Zaken) dat hij dit zó onaanvaardbaar vond, dat hij er ,,persoonlijk voor zou gaan liggen''. [Vervolg BARCELONA: pagina 5]

BARCELONA

Europese Unie: werkwijze moderniseren

[Vervolg van pagina 1] Er werd een oplossing gevonden. De ministers van Buitenlandse Zaken behouden althans in naam de bevoegdheid om de top van Sevilla voor te bereiden. Zij zullen van de vertegenwoordigers van de regeringsleiders een rapport met voorstellen krijgen, dat zij samen met hun commentaar aan de top van Sevilla mogen presenteren. ,,Onzin'', noemde de Zweedse premier Göran Persson deze uitkomst. ,,Waarom moeten de ministers van Buitenlandse Zaken meepraten als ze zelf een belangrijk deel van het probleem vormen?''

Op de achtergrond speelt de onophoudelijk binnen de EU terugkerende vraag over het zwaartepunt van de macht. Ligt dat bij de Europese regeringsleiders, die achter gesloten deuren deals trachten te bereiken, voor nationale belangen vechten en Europese toppen gebruiken als binnenlandse mediagebeurtenissen? Of ligt dat bij de Raad van Ministers en het Europese Parlement als wetgevers en bij de Europese Commissie met haar recht van initiatief?

Als het erop aankomt vinden de regeringsleiders dat zij de opperste macht hebben en dat niemand die moet verstoren. De Duitse sociaal-democratische bondskanselier Schröder bijvoorbeeld, vindt in zijn verkiezingskoorts dat niet zijn Groene minister van Buitenlandse Zaken, Fischer, het Europa-beleid moet coördineren, maar dat dit de taak is van zijn Bundeskanzleramt. Schröder is verklaard voorstander van Europese integratie, maar briest als hij de Europese Commissie op zijn weg treft.

Omdat de meeste kandidaat-lidstaten al met een been binnen en een ander been nog buiten de EU staan, mochten ze bij de top van Barcelona een deel van de discussies direct meemaken. Het was voor hen een uitzonderlijke ervaring met het merkwaardige functioneren van de Europese Raad. Ze maakten allerlei opmerkingen. Zo toonde de Tsjechische premier Zeman zijn bijzondere belangstelling voor de elektronische snelweg. Zijn Bulgaarse collega Simeon sprak over het belang van trans-Europese netwerken. De Letse premier Berzins gaf tegenover de EU-leiders zijn mening over pensioenen, scholing en werkloosheid.

Het leek even alsof zij een volwaardige rol speelden. Alleen hun woorden drongen slecht tot de buitenwereld door. Dat kwam omdat ze aansluiting misten op het systeem waarmee de Europese Raad communiceert. Dat mechanisme stamt uit een tijd dat de laptop nog uitgevonden moest worden. Notulisten noteren wat regeringsleiders in de Europese Raad zeggen. Om het kwartier loopt er een de vergaderzaal uit om wachtende delegaties van alle vijftien EU-landen op de hoogte te stellen.

Maar de delegaties van de kandidaat-lidstaten waren in Barcelona niet op het archaïsche communicatiesysteem aangesloten. Dus moesten zij wachten tot hun regeringsleiders achteraf hun persoonlijke gekleurde lezing van het Europese overleg kwamen geven. Wellicht is men in 2004, als het aantal EU-lidstaten waarschijnlijk is toegenomen van 15 tot 25, overgestapt op een moderner communicatiesysteem. De werking van Europese toppen kan tegen die tijd zo veranderd zijn, dat deze niet meer lijken op de bijeenkomst waarmee de regeringsleiders van kandidaat-landen in Barcelona kennismaakten. Want de EU-leiders hebben het proces om tot hervormingen te komen zaterdag in een hogere versnelling gezet. In juni moet op de top van Sevilla blijken of dat op korte termijn al iets oplevert.

eu mild over israël: pagina 5

hoofdartikel: pagina 7

energiemarkt/gelijkspel: pagina 11