Niet blazen maar stralen

We verwarmen in onze huizen de lucht. En dat is duur, niet lekker en ongezond. Stralingswarmte is zuiniger, goedkoper, prettiger en gezonder. Warmtemuren en -vloeren rukken op.

Sietz Leeflang is al achtenzestig maar nog lang niet klaar met verzinnen. In zijn keuken staat een oud Aga-fornuis, in zijn woonkamer een grote Finnoven en verder in het huis een stuk of wat tegelkachels. Sinds deze winter wordt zijn bijkeuken verwarmd met een eenvoudige aardenwerken `tuinkachel' van de Gamma. Even dichtmetselen, raampje en keramisch gaselement erin, en hop, de kachel is klaar. Een kleine ruimte is er zo mee warmgestraald.

Stralingswarmte is beter dan hete lucht, vindt Leeflang. ,,Dolblij was ik toen onze woonboot heteluchtverwarming kreeg. Dat was modern, toen, in de jaren zeventig. De mensen bleven maar trots kijken naar die wapperende gordijnen.'' Leeflang, directeur van het Boxtelse `centrum voor techniek' De Twaalf Ambachten, lacht er nu om. Lucht verwarmen, mwahh. Het kost teveel energie, want warme lucht vliegt weg zodra het kan. Het is niet comfortabel: lucht stroomt continu, doet tocht ontstaan en daarmee een onaangenaam koudegevoel. Het is bovendien ongezond: de lucht is droog en vol wolken onzichtbare stof, dat regelmatig verschroeit op de radiator. Die eigenlijk convectoren moeten heten, legt Leeflang uit: ,,Die dingen verwarmen de lucht. Echte radiatoren stralen hun warmte uit. Dat is veel lekkerder. Vergelijk het met een houtvuur, of met de zon op wintersport. De lucht mag ijskoud zijn, in dat zonnetje heb je het heerlijk warm.''

Sinds eind jaren zeventig is Leeflang fel bestrijder van de `cv-dictatuur' en warm pleitbezorger van stralingswarmte, in de vorm van tegelkachels en warmtemuren. De tegelkachel is eeuwenoud en kent vele vormen, van barokke Beierse uitvoeringen tot sobere Scandinavische. Het basisprincipe is eenvoudig: een grote massa steen wordt inwendig korte tijd hevig verwarmd en geeft die warmte de rest van de dag weer af.

Voortdurende innovaties hebben het rendement van tegelkachels ('kachel' is Duits voor tegel) intussen tot vlak onder de 90 procent gebracht. Uitstoot van kwalijke broeikasgassen en roetvorming is er nog nauwelijks. Tegelkachels branden traditiegetrouw op hout. Binnenin komt de temperatuur op ruim 1.100 °C, de buitenkant blijft met maximaal 70°C aaibaar. Al naar gelang de warmtebehoefte kan je er tegenaan leunen, of je er van verwijderen. Steeds vaker branden tegelkachels op gas, dat via een groot aantal dunne gaatjes in een keramisch element de brandkamer voedt met gematigd rood vuur. Een tegelkachel op gas brandt continu en op lager temperatuur dan op hout.

Nadeel van de tegelkachel is de omvang. Het is enerzijds een warm en gezellig middelpunt. Anderzijds kan een tegelkachel hinderlijk in de weg staan, zoals ook radiatoren altijd in de weg staan. De warmtemuur is het alternatief. Het principe van de warmtemuur is gelijk aan die van de tegelkachel. Een stenen massa wordt verwarmd en straalt die warmte uit. Verschil met de tegelkachel is dat de warmtemuur niet kort en intensief met heet vuur, maar continu en met warm water verwarmd wordt. In het kantoor van de Twaalf Ambachten zijn drie blokken cement op de houten muur gemetseld, op de plaats waar normaal radiatoren zouden hangen. Door de blokken slingeren kunststof buizen, de cv-ketel pompt daar warm water doorheen, waardoor het blok warmte uitstraalt op romp en benen van Leeflangs medewerkers. ,,Ik houd niet van al te warme voeten. Hoogstens kan de kou van de vloer worden gehaald. Maar volledige vloerverwarming, daar ben ik niet kapot van,'' zegt Leeflang.

Dat zijn ze nog wel in de moderne woningbouw. In Poeldijk, onder de rook van Den Haag, wordt een heel nieuwbouwblok sociale huurwoningen voorzien van een combinatie van vloer- en wandverwarming. Blauwe slangen slingeren zich over de vloer en via muur omhoog naar de bovenverdieping. Volgende week worden de vloeren dichtgegoten, de muren gestuukt, en is geen slang meer te zien. ,,De beste slang die er is,'' claimt Martin van Vliet van WTH uit Dordrecht, leverancier van `laagtemperatuursystemen'.

Nog niet zo heel lang geleden werden veredelde tuinslangen gebruikt voor vloerverwarming. Zuurstof drong `moleculair' het systeem binnen, roest sloeg toe in de ketel en daar ging het imago van de vloerverwarming. Maar sinds begin jaren negentig is de vloerverwarming helemaal terug, en in combinatie met de wandverwarming onverslaanbaar als de volmaakte symbiose tussen de oude tegelkachel en de moderne cv-installatie. De nadelen voor de gebruiker – het systeem reageert iets trager en boren in de muur vergt enig speurwerk – wegen niet op tegen de voordelen: comfort, schone lucht en minder energie. De fabrikanten van radiatoren knijpen hem flink, zegt Van Vliet zelfbewust.

Bij stralingswarmte mag altijd een raampje open, zeggen de protagonisten, want de luchttemperatuur, daar gaat het niet om. Die is ook altijd minimaal twee graden lager dan in een ruimte die luchtverwarmd wordt met de ouderwetse convectoren. Toch wordt het comfort door vrijwel alle gebruikers geprezen – met wandverwarming als koploper, iets daarachter de vloerverwarming –, en is een energiebesparing van 20 procent eenvoudig haalbaar. Het ontwerp van een laagtemperatuursystemen is van groot belang. Bij ramen liggen de vloerslangen dicht bij elkaar, tien centimeter ertussen, om koudeval en koudestraling te weren. Net als in de badkamer, ook daar geldt de wettelijke bovengrens van 28 °C voor `verblijfszones' niet. ,,Het is goed de kou er af te halen. Maar de vloer moet niet te warm, anders krijg je dikke voeten,'' zegt ook Van Vliet. Bovendien, een warme vloer stelt eisen aan de vloerbedekking. Een zachthouten vloer wordt al snel moeilijk.

Uiteindelijk is de slang in de muur de allerbeste verwarming, vindt Van Vliet. De toekomst is aan de thermische constructieverwarming, die muren, vloeren, pilaren en plafonds onzichtbaar en computergestuurd verwarmd, en 's zomers ook koelt. In grotere kantoren, werkruimtes en bedrijfshallen wordt het al toegepast. Warmtewanden zijn nog wel iets duurder dan vloerverwarming , maar dat ligt aan de kinderschoenen: het is nog niet zo lang dat speciale bouwstenen (met gleuf voor de slang) verkrijgbaar zijn, en ook de aannemer moet er mee kunnen omgaan.

Van groot belang, onderstreept Van Vliet nog eens, is het ontwerp. Tegenover glas bijvoorbeeld geen slangen in de muur, want de weerkaatsing van glas is laag en weerkaatsing, of beter nog: aanstraling, is belangrijk. En het ontwerp moet de gebruiker en zijn warmtebehoefte dienen. De verdeler, een slank stuk rood staal onder de ketel, moet de verschillende groepen blauwe slangen op het juiste moment voeden met warm water, de ene groep heter dan de andere. Gemiddeld met water van 45 tot 50 °C, voor een muur van zo'n 30 °C. Een `knuffelmuur' wordt het dus nooit, daarvoor is dan weer de tegelkachel.

Websites:www.de12ambachten.nl; www.wth.nl; www.warmteplan.nl; www.tegelkachel.nl; www.cvk.nl; www.terca.com