Natuur ontmaskert kunst

Het lijkt erop dat de Whitney Biennale haar spraakmakende reputatie kwijt is. Mogelijk mede door de terroristische aanslagen van elf september is de tentoonstelling in het New Yorkse Whitney Museum zachtaardiger en daarmee saaier geworden. Voor wat nieuw en opwindend is, kon je in New York vorige maand beter terecht bij de immens populaire Armory Art Fair.

Zonder grensverleggend te zijn, reikt deze Biennale met 113 kunstenaars en collectieven wel verder dan ooit, letterlijk tot in het Central Park. De expositie omvat nu ook geluidskunst en architectuur, al is dat laatste niet tot ieders genoegen. De beeldhouwer Richard Serra beklemtoonde onlangs op de televisie dat beeldende kunst per definitie nutteloos moet zijn. Onbewoonbare ruimtes gecreëerd door kunstenaars blijken op de Biennale inderdaad nog steeds visueel interessanter dan de bewoonbare ruimtes van architecten. Een mooie is Opologies van Anne Wilson, die obsessief miniscule fragmentjes plukte uit oud zwart kant en die met spelden op een gigantische witte tafel prikte, illusies scheppend van gebouwen en andere figuren in een landschap.

Ook in een ander opzicht is de Biennale uitgebreid. De regel dat het Whitney Museum louter Amerikaanse kunst toont, is handig omzeild door werk van buitenlanders die in New York werken ook Amerikaans te noemen. Zo zijn kunstenaars binnengesmokkeld uit China, het Midden Oosten en Europa. De mooiste schilderijen die hier hangen zijn van Ouattara Watts uit de Ivoorkust. Met hun grote formaten, hun aardekleuren, gevarieerde textuur, mengeling van figuratieve, abstracte en sculpturele elementen (zoals skateboards, die Watts aan de stenen tafelen van Mozes doen denken) zouden ze zo tussen Antonio Saura en Julian Schnabel kunnen hangen. Politiek gedram of correctheid ontbreekt ditmaal. Met als uitzondering de eerder smakeloos dan schokkende foto van AA Bronson, het laatst overgebleven lid van de Canadese Activistengroep General Idea. Op de foto, met de omvang en kleur van een reclamebord, zien we Bronsons collega Felix Partz enige uren na zijn dood aan aids in 1994.

Kunstenaars zitten blijkbaar weer geïsoleerd in hun atelier, of achter het computerscherm, hun werk te doen, ze worden minder gesignaleerd op cocktailparties. Een extreem voorbeeld is de fotograaf Hirsch Perlman die zich getuige zijn fotoserie dag in dag uit eenzaam bezighoudt met het fabriceren en weer ontmantelen van op robots lijkende huisgenoten, gemaakt van de kartonnen dozen, bubbelplastic en plakband, overgehouden van een kennelijk traumatische verhuizing van Chicago naar Los Angeles.

Het meest memorabele werk op de expositie is Third Annual Roggabogga van het in Providence (Rhode Island) gevestigde collectief Forcefield, dat de installatiekunst brengt waar het hoort, het theater. Bij het schijnsel van een scherm met flikkerende patronen - half psychedelisch, half Australische Aboriginals- wordt je een groep van meer dan levensgrote poppen met punthoofden gewaar, dreigend als verschrikkelijke sneeuwmannen. Het gezelschap wordt door een flits verlicht en hun kostuums worden zichtbaar: gemaakt van breisels, oude spreien en ander afgedankt materiaal. Het is fascinerend genoeg om geduldig te blijven wachten tot de volgende lichtflits. Geduld dat moeilijk is op te brengen voor de meeste videokunst, zelfs wanneer je op een lekkere sofa kunt zitten. Deze benadrukt juist dat veel van het getoonde: amateurfilmpjes, een quizshow, kunstjes van skateboarders, evengoed thuis voor de tv genoten kan worden.

Dat geldt ook voor de geluidskunst en internetwerken. Surf bijvoorbeeld voor World of Awe van Yael Kamarek naar www.worldofawe.net, alleen al voor het geluid van de woestijnwind die door haar imaginaire landschappen waait. Verfrissend is dat je na de expositie Central Park ingestuurd wordt. In het midden van het park staat een kale boom van staal: Bluff van Roxy Paine. Uit de verte is hij niet van een levende witte berk te onderscheiden. Spoedig echter zullen de omringende bomen blaadjes krijgen, en deze niet. Zo zal de natuur de kunst ontmaskeren.

Whitney Biennale 2002. Whitney Museum, 945 Madison Avenue, bij 75th Street, t/m 26 mei. Routekaart van wandeling door Central Park is verkrijgbaar in het Museum. Inl 001-212-5703676 of www.whitney.org.