MG ZT 190

Stel, u bent in het bezit van een hazewindhond. Het elegante, nerveus trillende huisdier eet, drinkt en snurkt naar ieders volle tevredenheid, maar eenmaal op de renbaan stelt hij u teleur. Uw kostbare investering levert zelfs geen troostprijsje op, ofschoon hij volgens de verkoper toch af moest stammen van kampioensouders.

Wat te doen om kapitaalsvernietiging te voorkomen? Zijn uiterlijk veranderen, te beginnen met de voorzijde. U trekt voorzichtig doch resoluut zijn bek wagenwijd open, propt er stukken kippengaas in en masseert de neusgaten een maatje groter. De fragiele pootjes worden een paar centimeter ingekort, zodat het dier wat lager bij de grond komt te staan en u voorziet ze vervolgens van brede rubberen hardloopschoentjes.

En nog bent u niet zeker van uw zaak, want aan de achterzijde krijgt het een spoiler gemonteerd. Om het bij de te verwachte hogere snelheid op de baan te houden. Zo, wat stickers met zijn nieuwe naam op kop en kont gelijmd en klaar...

Beticht me nu niet van dierenbeulerij of een geniepige inleiding om vervolgens bovenstaande auto ongenadig in de vangrail te schrijven. Nee, het valt domweg niet mee om iets over deze versie te schrijven, terwijl het bewonderde orgineel nog springlevend is. Daarom schenk ik u nu bij deze het genot van twee Testritten, voor de leesmoeite van één.

In den beginne was er de Rover 75. Wat een elegante en met de mooiste kont van autoland gezegende automobiel is. Daarbij heeft hij een prima wegligging en stuurgedrag en is voorzien van een sfeervol interieur waarin het tijdens en voor en na files goed toeven is. De diepe zit door de hoog opgetrokken taille en het zuinige gebruik van glas doen aan een Jaguar denken.

De benzinemotoren van het huismerk zijn amechtig en overdreven dorstig en weten zich geen raad met de anderhalve ton zware auto. De Duitse diesel is de beste wagen/motorcombinatie. De ingenieurs van Rovers voormalige eigenaar, BMW, hebben – na de Japanse Honda – goed werk verricht, een vorm van verlate Wiedergutmachung als het ware, iets dat door de nog steeds rancuneuze Engelsen niet op zijn juiste waarde wordt geschat. Die fout hebben ze daar al wel vaker gemaakt en het is geen wonder dat er van hun eens zo innovatieve auto-industrie niets meer over is. Onvergetelijk waren de beelden na de kortstondige stillegging van de fabriek. Wat een zootje ongeregeld stroomde er de poorten uit! Met forse bierpenzen en een sjekkie in de mondhoek sjokte men naar kroeg of huiskamer, luid kankerend op de Duitsers die hun fabriek naar de kloten hadden geholpen. Dat de introductie van de Rover 75 maandenlang werd vertraagd door kwaliteitsproblemen en sabotagepogingen werd vergeten.

Wat rest is het reanimeren van een reeds lang overleden automerk, Morris Garages, kortweg MG. Ooit bijzonder succesvol met zijn open tweezitters die betaalbaar en niet al te onbetrouwbaar waren. Maar nu al weer zo'n twintig jaar geleden was het over en uit en werd het vaandel, terwijl het lijk nog warm was, razendsnel overgenomen door de Mazda MX-5. De huidige modellen krijgen nu de bovengenoemde hazewindhondenbehandeling, maar zijn en blijven optisch ontegenzeggelijk kinderen van Duitse en Japanse vaders.

Zo ook de MG ZT 190. Een neus met vergrote luchtinlaten, verchroomd kippengaas, omkranst met extra lampjes, een verlaagd onderstel en stoere velgen met breed rubber. Op de kofferbak een woest ogende spoiler, die het uitzicht achterwaarts bederft en de bestuurder lelijk voor schut zet. Weg houtfineer. In in de plaats daarvan is er metallic grijs gekomen. Weg fraaie leren stoelen, weg art deco klokken, de plafonnière met de vorm van een berenpoot heeft zich net op tijd in veiligheid weten te stellen. Heftige kuipstoelen met rode stiknaden en een lederen stuur completeren het interieur wat vanaf nu voor MG-sportief moet doorgaan.

De wagen stuurt heerlijk direct en heeft een nog betere wegligging gekregen, de rechtuitstabiliteit is prima in orde, het chassis is buitengewoon stijf en laat geen rammeltje horen. De zescilinder, waaraan nog enkele extra pk's zijn ontfutseld, knort op de Alfa's viercilinder, maar zorgt helaas niet voor de beloofde acceleratie. Hij droomt naar mijn gevoel permanent voor zich uit, droomt zichzelf een woeste MG. En u weet wat dromen waard zijn. Allebei prima auto's maar laat het alsjeblieft bij de fraaie Rover 75, al het andere is overbodig.