Kritiek op gedogen is niet terecht

Gedogen past in de huidige postmoderne samenleving met haar complexe waardenstructuur. Het probleem met gedogen ontstaat pas waar burgerzin en fatsoen ontbreken, meent Gert Buiten.

Met de Tweede Kamerverkiezingen in aantocht lijkt de aanval geopend op het gedogen. Verscheidene partijen willen gedogen beperken, omdat het zou leiden tot normvervaging en het verlies van waarden. Deze kritiek is niet terecht. Gedogen is vooral een geschikte manier om met de toegenomen spanningen tussen centrale waarden in onze complexe cultuur om te gaan.

Vanaf de jaren vijftig is de Nederlandse samenleving ingrijpend veranderd, onder andere op het gebied van normen en waarden. Door processen als individualisering, medicalisering, rationalisering, ontkerkelijking en ontzuiling zijn veel oude normen verdwenen. Nieuwe kwamen ervoor in de plaats (zoals `politiek correct taalgebruik'). Waarden als individuele vrijheid, rationeel gedrag en genieten van het leven zijn belangrijker geworden. Ook `eerbied voor het leven' werd belangrijker, vooral in de zin van `gij zult niet laten sterven' als aanvulling op het aloude `gij zult niet doden'. Met name waarden als eerbied voor tradities, conformisme, religiositeit en burgerzin in het algemeen werden daarentegen minder belangrijk.

Door deze veranderingen bestaan tussen een aantal belangrijke waarden onderlinge spanningen. Door de enorme toename van de medische mogelijkheden botst bijvoorbeeld eerbied voor het leven soms met individuele zelfbeschikking in het geval van uitzichtloos lijden. Een zelfde soort waardenconflict speelt bij abortus. Ook bij het gebruik van alcohol, drugs en tabak staan de individuele vrijheid en eerbied voor het leven op gespannen voet. Daarbij speelt nog een extra spanning: het risico van verslaving beperkt de individuele vrijheid, terwijl het roeseffect botst met het streven naar rationaliteit en logisch gedrag. Ditzelfde probleem doet zich voor bij gokspelen.

Rationalisering en individualisering botsen ook met oudere waarden als gezagsgetrouwheid en gehoorzaamheid. Burgers hebben er problemen mee als een algemene regel in een individueel geval niet logisch is. Dit is bijvoorbeeld het geval bij fietsers die rechtsaf door het rode stoplicht willen rijden omdat er toch geen verkeer aankomt. Of bij volwassenen die porno willen bekijken of aan geboorteregeling willen doen.

Om met deze spanningen tussen belangrijke waarden om te gaan is er een cultuur ontstaan waarin `alles mag, zolang niemand anders er last van heeft'. Dat heeft ertoe geleid dat een aantal regels is afgeschaft, zoals het verbod op pornografie. In andere gevallen is het verbod blijven bestaan, maar is de mogelijkheid gecreëerd om er in individuele gevallen af te wijken: gedogen. Gedogen is de oplossing om per individueel geval te kijken hoe de regels zó kunnen worden toegepast dat een optimale mix van waarden wordt verwezenlijkt. De filosofie `alles mag, zolang een ander er geen last van heeft' wordt hierbij omgedraaid tot `iets is verboden, tenzij ..'. Doorgaans wordt dit zo ingevuld dat er een extra bescherming is voor de zwakste partij. Dit geldt bij euthanasie en abortus, maar ook in bijvoorbeeld het verkeer. Daar worden aan de sterkste partij (automobilisten) minder uitzonderingen op de regels toegestaan dan aan de kwetsbaarste groepen (fietsers en voetgangers).

Gedogen is dus een heel inventieve manier om zoveel mogelijk centrale, maar onderling tegenstrijdige waarden tegelijkertijd te verwezenlijken. Het is daarmee hèt symbool van de complexe waardenstructuur van onze hedendaagse, postmoderne cultuur. De regels zijn in feite net zo hard als vroeger, maar veel meer toegesneden op een ingewikkelder geworden, geïndividualiseerde samenleving. Daarmee wordt niet alleen het controleren van de naleving van de regels moeilijker, maar ook het toepassen ervan. Dat maakt het lastiger om nieuwkomers in te wijden in onze normen en waarden. Dat geldt voor migranten, maar vooral voor jongeren. Gedogen is immers ontstaan in een tijd dat waarden als respect voor anderen, verantwoordelijkheid en vooral volwassen gedrag normaal waren.

Burgerzin en fatsoen zijn daarmee in feite voorwaarden voor het optimaal functioneren van gedogen. De problemen rondom gedogen ontstaan dan ook vooral daar waar deze `oude' waarden problematisch zijn. Zo heeft een deel van de jongeren zich die waarden nog niet eigengemaakt en verwart gedogen met het kennelijk ontbreken van regels. Maar ook bij volwassenen zijn sommige van deze waarden verzwakt. Zo heeft de toegenomen nadruk op waarden als individualisme en genot ertoe geleid dat steeds minder mensen zich (mede)verantwoordelijk voelen voor de openbare ruimte.

Kortom: de kritiek op gedogen zou zich niet moeten richten op het afschaffen of beperken ervan, maar op het herstellen van de voorwaarden waaronder de grote waarde van gedogen het beste tot zijn recht kan komen.

Gert Buiten is historicus.