Jochie de puppy

Het is een belachelijk gedachte, ik weet het en kan het niet helpen. Met een waas voor mijn ogen en de dekens tot mijn aan neus opgetrokken kijk ik naar Jochem Uytdehaage en denk: vijfentwintig jaar, op zijn leeftijd was ik al vader en bracht iedere ochtend mijn dochtertje naar de crèche. Ja, belachelijk idee. Kan Jochie Uytdehaage het helpen dat hij met het zilveren lepeltje van het succes in de mond is geboren en gouden schaatsen aan de voeten?

Ik ben gewoon een oude zeur. Uytdehaage is een topsporter waar niets op af te dingen valt. In een bewonderenswaardig seizoen reeg hij de triomfen aan elkaar als een kind dat schelpen op een strand opraapt: EK en WK, olympische goud, wereldrecords. Hij hoefde maar te bukken, lijkt het wel. Geen zweet en tranen, alleen een beetje schuim aan zijn onderlip. Alsof hij vergeten zou zijn de restjes van zijn softijs van zijn kin te vegen. Mama zal wel een geruite zakdoekje te voorschijn toveren. Niets op af te dingen. Grote klasse. Petje af.

En toch kom ik er niet in. Misschien omdat ik door de koorts en de mist die de griep in mijn hoofd heeft geblazen de feiten niet meer op hun juiste waarde kan schatten. Ik lig met 39 op bed en hij rijdt rondjes 32. Jochie is natuurlijk leuk en sympathiek. En enthousiast. Maar die geitensprongetjes op het podium, die armen voortdurend in de lucht, die gekke bekken naar de camera's en het publiek... Bij zijn eerste seizoen als kannibaal begint Jochie de Puppy me al stevig te vervelen. Ik ben maar een oude zieke zeur in zijn bed die naar echte kampioenen snakt. Met doorleefd gelaat en krachtige maar ingetogen grijns. Maar ik lig nu naar havo 4 te kijken. Naar het jaarlijkse Montessorischoolfeestje met veel breezers. Vet man! Gevraagd naar een reactie over zijn gloednieuwe titel spreekt Jochie deze onvergetelijke woorden: `Ik ben wereldkampioen. Da's wel lachen!'

Ik lach niet, moet alweer hoesten en kijk naar zijn stekelige haar. Lijkt wel een kuikentje dat net uit zijn ei is gekropen. Verwonderd kijkt Jochie met stukjes van het dopje nog op zijn hoofd naar het publiek: daar, op die tribunes, zou hij veel liever willen zijn.

Uytdehaage is een geboren supporter. Polonaise, geitensprongetjes, toeter in zijn mond en belletjes op zijn oranje plastic hoedje. Van het type dat dolenthousiast in de Arena naar Máxima gaat zwaaien. En terwijl hij zijn rondjes op de baan rijdt, hossen zijn gedachten al die tijd met het publiek mee. `Dit was zo waanzinnig mooi om mee te maken. Toen ik de baan opkwam, hoorde ik al hoe het geroezemoes toenam en tijdens mijn races was het lawaai enorm. Geweldig!'

Het had misschien weinig gescheeld of Jochie zonder titel terug naar zijn ouderlijk huis was gekeerd. Kon zich dagen voor het kampioenschap niet goed concentreren, zei hij. Trainer Kemkers nam onmiddellijk zijn speelgoed in beslag. Weg mobieltje en laptop. Weg sms-jes en chatbox. Jochie was net bezig een nieuw belletje via internet te downloaden. Ook schijnt het dat de toekomstige wereldkampioen niet van al die vakantiesites kon afblijven. Costa! Van de zomer wordt het weer Salou of Benidorm.

En terwijl mijn thermometer de veertig gradengrens begon te naderen liet ik een traan vol heimwee op mijn rechter wang rollen. Ik verlangde vurig naar de droeve volwassenheid van tobber Gianni Romme. Een bejaarde met zijn 29 jaar. Of de ironische grijns op het gezicht van Rintje Ritsma. En voor de kille en emotieloze lichaamstaal van Ids Postma had ik zelfs een moord gepleegd.

Niet dat ik Uytdehaage zijn prachtige zegereeks niet gun. Maar ik vrees al die jaren van dolle uitbundigheid die ons te wachten staan. Al die schermen gevuld met ADHD. Al die vreugdegrimassen. Want geen illusie: Jochie Uytdehaage zal een eeuwige puber blijven voor wie het leven een eeuwig gat in de lucht is.