In China ben je als journalist snel beroemd

Mijn assistent had me getipt: die middag zou er een persconferentie zijn over corruptie in het Chinese voetbal. Er gingen geruchten dat scheidsrechters geld kregen toegestoken van voetbalclubs om partijdig te fluiten, en de hele Chinese sportverslaggeving stond al weken op zijn kop. In de zaal zaten meer dan honderd Chinese journalisten, ik was de enige buitenlander. Er werd niets vertaald. Heel anders dan de chique persconferentie eerder die maand over Pekings plannen voor de Olympische Spelen, waar we als buitenlanders juist heel welkom waren en waar alle speeches in het Engels op papier stonden.

Het grootste gedeelte van de persconferentie ging heen met het oplezen van lange verklaringen door de vertegenwoordigers van de voetbalbond, waarin ze zichzelf vooral complimenten maakten voor hun kordate aanpak van het probleem. Mijn Chinese collega's kregen kort de gelegenheid om hun zeer kritische vragen te stellen. De vragen werden half of helemaal niet beantwoord, en de irritatie in de zaal liep op. Toen het de bond te heet onder de voeten werd, verklaarden de vertegenwoordigers van de bond de persconferentie voor beëindigd. Klaar, iedereen mocht vertrekken.

En toen begon het voor mij pas echt. De journalisten bestormden me met vragen wat ik nu van de hele zaak vond, voor wie ik schreef en hoe dit soort dingen in het buitenland in elkaar zitten. De Chinese pers is nog steeds volledig door de staat gecontroleerd, en in mij diende zich de gelegenheid aan om die censuur deels te omzeilen. Als ze mij hun kritiek in de mond konden leggen, dan kwam die toch in de krant zonder dat ze er zelf hun vingers aan hoefden te branden. Bovendien zou dan blijken dat ook `het buitenland' de zaak met argusogen volgde, en dat de rel het Chinese blazoen in het buitenland kon besmeuren.

Maar het kan ook omgekeerd werken. Deze week sprak ik met een Chinese ondernemer, die ik aan de tand wilde voelen over zijn lidmaatschap van de communistische partij. Het interview bleek tot mijn verbazing geen privé-gebeurtenis: er was ook een journalist van een krant uit de provincie waar de ondernemer vandaan kwam, die vooral aandachtig luisterde naar de vragen die ik stelde. Na afloop vroeg ze of ik even met de ondernemer op de foto wilde, en of ze me wat vragen mocht stellen. De volgende dag zag ik mezelf terug in de lokale krant, waarin ik vooral mijn grote bewondering voor het nijvere ondernemersvolk van de provincie Zhejiang uitsprak. Had ik dat gezegd?

Op de trappen van de Grote Hal van het Volk sprak ik een paar dagen eerder een meisje in spiksplinternieuwe klederdracht, die vertelde dat ze haar minderheidsvolk vertegenwoordigde bij de jaarvergadering van het Nationale Volkscongres. Haar volk is miniem, het telt zo'n 4.500 mensen, maar ze mocht toch meedoen aan het Congres omdat in de wet staat dat alle 56 Chinese minderheden er vertegenwoordigd moeten zijn. En ja, een buitenlander die minderheidsmeisje interviewt, dat was te mooi om niet op de foto te zetten.

Wat hoger op de trappen stond de gouverneur van een provincie die veel in het nieuws was omdat er in die streek sprake was van massa-ontslagen in de staatsindustrie en van ongekende corruptie. Moedig wilde de man vragen van de journalisten beantwoorden, maar het moest niet te lang gaan duren: zijn auto stond klaar en hij werd verwacht aan de lunch. Ik had me tussen de deinende massa journalisten gedrongen om ook een oortje mee te pikken. Dat mislukte bijna, omdat er ook hier meteen mensen waren die van mij wilden weten waarom ik zoveel belangstelling had voor die man, en of ik wel wist wie het was. Het blijkt in China een fluitje van een cent om beroemd te worden als journalist, daar hoef je zelf geen letter voor op papier te zetten.

Dat alles deed me denken aan de keer dat ik in Noord-Korea werd `verzocht' om bloemen te leggen voor het enorme bronzen standbeeld van de Grote Leider Kim Il-Sung. Het bosje moest ik zelf betalen, in Amerikaanse dollars, want anders zou het niet `vrijwillig' zijn.

Toen had ik nattigheid moeten voelen. Op het moment dat ik naar voren stapte om de bloemen op een enorme trap te leggen, kwam er een cameraploeg te voorschijn die het geheel vastlegde. Ik bleek me geschaard te hebben onder de vele buitenlandse bewonderaars van de Grote Leider, die regelmatig op de Noord-Koreaanse televisie te zien is om aan te tonen hoe veel internationale steun en bewondering er voor dit socialistische arbeidersparadijs bestaat. Ik leer het nooit.