Groenen en geweld

De Groenen in Duitsland hebben een dogma afgelegd. Treuriger en vooral wijzer geworden door bijna vier jaar regeringsverantwoordelijkheid heeft de partij op haar congres in Berlijn aanvaard dat staatsgeweld soms onvermijdelijk is. In het nieuwe beginselprogramma staat dat geweld ,,de politiek niet mag vervangen'', maar dat het ,,gebruik'' ervan niet altijd is uit te sluiten, mits `rechtstatelijk of volkenrechtelijk gelegitimeerd'.

Na 22 jaar hebben de Grünen afgelopen weekeinde hun catechismus ingrijpend aangepast. In het beginselprogramma waarmee de juniorpartner van bondskanselier Schröder in 1980 de lange mars begon lag vast dat geweld uit den boze was. Conform het jargon van die dagen maakten de Grünen bij hun oprichting gewag van absolute `Gewaltfreiheit'. Deze semantiek weerspiegelde het dilemma van pacifisten uit de jaren zestig en zeventig, toen radicale studentenbewegingen en terroristische groepen als de Rote Armee Fraktion de toon bepaalden. `Gewaltfreiheit' is nagenoeg onvertaalbaar. Maar het kwam er op neer dat de Grünen zelf geweldloos te hoop wilden lopen tegen het `structurele geweld' van de westerse maatschappelijke orde, zonder het geweld van `bevrijdingsbewegingen' in de Derde Wereld in gelijke mate te hoeven veroordelen. In het nieuwe beginselprogramma, dat tot 2020 houdbaar moet blijven, hebben de Grünen zich nu neergelegd bij het geweldsmonopolie van de democratische staat. Ze zijn zelfs nog verder gegaan. Ook opheffing van de NAVO is geen doel meer, integendeel, de ,,duurzame aanwezigheid'' van de Amerikanen in Europa wordt toegejuicht op voorwaarde dat de Verenigde Staten zich blijven inzetten voor verdere ontwapening.

De realiteitszin der Grünen is een overwinning voor partijleider Joschka Fisher die, zoals gebruikelijk, een dominante rol speelde op het congres. Weliswaar staan de Grünen nog altijd niet met beide benen in de werkelijkheid – de paragraaf waarin het verzet tegen de asociale aspecten van de globalisering ,,terecht en noodzakelijk'' wordt genoemd, oogt vriendelijk naïef maar is in concreto dunnetjes – de coalitiepartner van de SPD heeft zichzelf niettemin een positie verschaft om de cruciale Bondsdagverkiezingen komend najaar met open vizier in te gaan.

De Nederlandse zusterpartij GroenLinks is zover nog niet. Het is al weer bijna vergeten, maar recentelijk heeft GroenLinks in zijn buitenlandse beleid vaak gezwalkt, bijvoorbeeld toen het ging om Afghanistan. En in het binnenland, waar het succes van Leefbaar Rotterdam naar Hollandse maatstaven een ongekende electorale dynamiek heeft ontketend, houdt GroenLinks-leider Rosenmöller zich ook wat op de vlakte. Een goed gesprek met Fischer is voor Rosenmöller geen overbodige luxe.