Gelijkspel op top EU in Barcelona

De resultaten van de top in Barcelona illustreren dat Europa slechts stap voor stap vooruitgang boekt. ,,Je krijgt nooit het onderste uit de kan'', zo onderstreepte premier Wim Kok.

De Catalaanse krant El Periódico vatte de beide topevenementen van dit weekeinde in Barcelona misschien nog het beste samen met twee keer `gelijkspel': tussen de voetbalclubs Barcelona en Real Madrid in het stadion Camp Nou en tussen de Europese regeringsleiders even verderop in het Congressenpaleis. De top in Barcelona was de eerste echte test voor het Spaanse voorzitterschap. Een besluit over verdergaande liberalisering van de Europese energiemarkt gold als de lakmoesproef.

De hervormingsgezinde Spaanse premier José María Aznar toonde zich volgens diplomaten een echte voorzitter. Hij droeg zelf aan de oplossing bij door z'n jarenlange verzet tegen de voor milieubeleid belangrijke energietax op te geven. Het compromis was goed voorbereid en de uitkomst verwacht: liberalisering van de elektriciteits- en gasmarkt voor zakelijke afnemers en nog geen vrije markt voor huishoudens. Een spectaculaire top was Barcelona dan ook niet.

Het boeiendste schouwspel was nog de lichaamstaal van president Jacques Chirac en premier Lionel Jospin, die in een steeds hardere campagne voor de Franse presidentsverkiezingen zijn verwikkeld. De conservatief en de socialist gunden elkaar onder het voortdurende oog van de talrijke camera's nauwelijks een blik. Toch verdedigden ze eendrachtig het Franse belang. Geen van beiden is er bij gebaat de vakbonden, die het bijna-monopolie van Electricité de France verdedigen, te bruuskeren. En de Franse consumenten, die profiteren van goedkope atoomenergie, zijn ook kiezers. Jospin wees erop dat in Groot-Brittannië en Zweden consumentenprijzen voor elektriciteit na liberalisering waren gestegen. Chirac had aan Jospins betoog op dit punt ,,niets toe te voegen''.

Frankrijk haalde bijna onopgemerkt nog een punt binnen. De streefdatum van 2004 voor een akkoord over verdere liberalisering van goederenvervoer per spoor, waar de Franse vakbonden ook tegen zijn, werd uit de tekst geschrapt.

Premier Aznar noemde het akkoord over energie een ,,fundamentele stap'', omdat volgens hem de laatste sporen van staatsmonopolies in Europa worden weggenomen. Volgens Aznar is het twee jaar geleden in Lissabon begonnen economische en sociale hervormingsproces, dat van de Europese Unie de meest concurrerende economie moet maken, nu ,,onomkeerbaar'' geworden. In de slotverklaring wordt opnieuw het ,,evenwicht'' tussen economisch en sociaal beleid onderstreept. Sociale kwesties blijven echter grotendeels voorbehouden aan de lidstaten, zodat onzeker is wat Europese afspraken waard zijn.

De meest hervormingsgezinde regeringsleiders gaven in Barcelona het hoogst op van de bereikte resultaten. De Britse premier Tony Blair zei dat de andere lidstaten nu standpunten van zijn regering op economisch en sociaal gebied overnemen. Volgens Blair is de tijd ,,van een positie van isolement en absoluut gebrek aan invloed'' op Europa voor Groot-Brittannië voorbij. Zijn uitlatingen zijn niet los te zien van pogingen voldoende draagvlak te creëren voor deelname van Groot-Brittannië aan de euro, waarover de Britse bevolking zich mogelijk volgend jaar in een referendum kan uitspreken.

De socialistische premier diende de leider van de vakcentrale TUC van repliek, die zijn alliantie bij de top met de centrum-rechtse Italiaanse premier Silvio Berlusconi een ,,grof schandaal'' had genoemd. Maar volgens Blair heeft Groot-Brittannië juist door alle hervormingen vrijwel de laagste werkloosheid van de westerse landen. Berlusconi deed op zijn beurt vanuit Barcelona een aanval op de Italiaanse vakbonden, die massale stakingen voorbereiden tegen zijn plannen voor flexibilisering van de arbeidsmarkt. Hij noemde de besluiten van de EU-top over de arbeidsmarkt een ,,bevestiging'' van zijn eigen beleid.

Bondskanselier Gerhard Schröder, die als leider van de Duitse sociaal-democraten voor moeilijke verkiezingen staat, was terughoudender. Hij gebruikte Barcelona vooral om het volgens hem bestaande onbegrip voor de Duitse industriële belangen opnieuw te kritiseren. Brussel houdt volgens Schröder onvoldoende rekening met het feit dat zijn land met een grote autoproductie en chemiesector meer een industriële- dan een diensteneconomie is. ,,Dat is ook van belang voor Europa'', benadrukte hij. De bondskanselier maakte met voorzitter Romano Prodi de afspraak dat de komende maanden met Duitsland zal worden gesproken over `Europees industriebeleid'. In Duitse regeringskringen viel in dit verband in het weekeinde harde kritiek te horen op de ,,ultraliberale agenda'' van Eurocommissaris Frits Bolkestein (Interne Markt), die tegen de zin van Berlijn bedrijfsovernames wil vergemakkelijken.

De resultaten van Barcelona illustreren opnieuw dat in Europa slechts stap voor stap vooruitgang kan worden geboekt. Mogelijk kan de voorspelde economische opleving het hervormingsproces politiek vergemakkelijken. ,,Je krijgt nooit het onderste uit de kan'', zo onderstreepte premier Wim Kok, die in Barcelona waarschijnlijk een van zijn laatste EU-toppen meemaakte.