`Er zijn hier te veel calculerende migranten'

João Varela, de nummer twee van de Lijst Pim Fortuyn, gaat in de verkiezingscampagne de rol van geslaagde migrant met een problematisch verleden spelen. ,,Ik wil allochtonen motiveren, prikkelen, maar ook eisen aan ze stellen.''

,,Je moet mijn achtergrond kennen om te weten waarom ik op de lijst sta'', zegt de Kaapverdiaan João Varela (27), nummer 2 op de Lijst Pim Fortuyn. Hij draagt een donkergrijs kostuum, een loden jas. ,,Ik ben een diplomatieke vechter.''

Op 12 februari, drie dagen na het vertrek van Fortuyn bij Leefbaar Nederland, belde Varela op goed geluk aan bij het Palazzo di Pietro, zoals het woonhuis van Fortuyn in Rotterdam inmiddels bekend staat. De laatste was niet thuis. Wel was mede-oprichter van de Lijst Pim Fortuyn Albert de Booij er. ,,Ik was diep onder de indruk van Varela's verschijning'', zegt De Booij nu.

Varela, econoom en manager bij een groot cosmeticabedrijf, bood zijn diensten aan, als rolmodel voor geslaagde allochtonen met een problematisch verleden. Diezelfde avond belde De Booij hem terug. Of hij meteen met Pim kon komen praten over een Kamerzetel. Afgelopen week zette Fortuyn hem op de tweede plaats.

Varela staat achter de ideeën van Fortuyn over de islam en het vreemdelingenbeleid. ,,De uitspraak in de Volkskrant over de islam als achterlijke cultuur is door de krant aangescherpt. Hij is daar genuanceerder over. Hij onderscheidt de islam als geloof van de islam als staatsvorm. Dat de laatste achtergebleven is, ben ik met hem eens.''

Het Nederlandse vreemdelingenbeleid is te mild, vindt Varela. Hij doelt vooral op de integratie van allochtonen. ,,Ik zie te veel schotelantennes, te veel handelaren in onroerend goed in het land van herkomst. Calculerende allochtonen. Dat is niet goed, ze moeten wat van hun leven in Nederland maken.''

Varela is geboren op de Kaapverdische eilanden. Op zesjarige leeftijd kwam hij met zeven broers en zussen naar Rotterdam, zijn ouders woonden er al. Zijn vader werkte als gastarbeider bij koffiebrander Van Nelle. Hij omschrijft het katholieke gezin als `zeer traditioneel en streng'. Toen hij net acht jaar was, liep Varela weg. ,,De omstandigheden waarin we leefden maakten het voor mij heel moeilijk om vooruitgang te boeken. Dat heb ik toen al aangevoeld.''

Hij kwam terecht in een Rotterdams kindertehuis en later in een Nederlands pleeggezin. Aanvankelijk was dat geen verbetering. Zijn meester uit de vierde klas van de lagere school zei: ,,Als je in Nederland iets wilt bereiken, moet je oefenen.'' [Vervolg ONDERNEMER: pagina 2]

ONDERNEMER

2: João Varela

[Vervolg van pagina 1Varela: ,,Hij leerde me keihard te werken. Het werd een geweldig jaar. Aan het einde daarvan stuurde hij me naar de atletiekclub.''

In 1987 werd Varela nationaal jeugdkampioen atletiek, maar raakte geblesseerd en moest stoppen. ,,Een terugval, maar ik had inmiddels geleerd dat ik één stap achteruit moest doen om er twee vooruit te zetten. Tot ver in mijn studententijd heb ik die geldingsdrang gehad.''

Hij speelde jarenlang tennis op semi-professioneel niveau en studeerde economie aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam. ,,Dat was soms ook zwaar, ik was een gemiddelde student.'' Inmiddels werkt hij, als lid van het managementteam van een groot cosmeticabedrijf.

,,Wat dacht je van een kamerzetel?'', vroeg Pim Fortuyn op de man af de avond van het gesprek. Portefeuille minderhedenbeleid? Hij voelde er wel wat voor. ,,Mijn kleurtje is mooi meegenomen.'' Varela heeft zelf onderzoek gedaan naar wat hij noemt `de bedrijfstak immigratie'. ,,Die bestaat uit werkgevers die migranten naar Nederland halen, de asielzoekerslobby – de Raad van Kerken, de IND, de COA. En ondernemers die verdienen aan asielzoekers, van aannemers die asielcentra bouwen tot de kledingindustrie. Zij houden krampachtig vast aan de Europese verdragen om hun eigen positie te waarborgen.''

In de wereld van de allochtonen is Varela nauwelijks bekend. Ahmed Aboutaleb van Forum kent hij niet persoonlijk, de leider van het Nederlands Centrum Buitenlanders evenmin. ,,Dat komt nog wel'', zegt de Kaapverdiaan. De Kaapverdische gemeenschap in Rotterdam kent hij van binnenuit. Die is nog behoorlijk traditioneel in vergelijking met twintig jaar geleden. Als dat anderen helpt, wil hij best het voorbeeld zijn van de geslaagde allochtoon.

,,Er schuilt een onderwijzer in mij. In mijn leven zijn een paar mensen geweest die me de weg hebben gewezen. Die rol wil ik voor allochtonen in Nederland spelen. Ik wil ze motiveren, prikkelen, maar ik wil ook eisen aan ze stellen: dat ze zich goed uitdrukken in de Nederlandse taal, dat ze Nederlander worden. Zolang ik maar niet als heilige wordt gezien.''