Een top over details

Na de rampzalig verlopen Europese top in Laken viel de bijeenkomst van de EU-regeringsleiders in Barcelona mee. Afgelopen vrijdag en zaterdag werden toch een paar bescheiden resultaten gehaald. `Barcelona' bood het vertrouwd-saaie beeld van een Europa dat kennelijk alleen maar stap voor stap vooruitgang kan boeken. Er werden geen grote visies of plannen ontvouwd – en misschien was dat maar goed ook. De schaarse keren dat dat gebeurt schrikt de Unie van haar eigen daadkracht en volgt een terugslag. En zo moesten de leiders onder voorzitterschap van Spanje bikkelen over detailzaken. Niet onbelangrijk, maar ook niet spectaculair.

Barcelona kan worden gezien als vervolg op de top van twee jaar geleden in Lissabon. Vol optimisme spraken de chefs van de EU-lidstaten toen hun vertrouwen uit in `een nieuwe houding'. Aan ambities en grootse plannen was geen gebrek. Europa moest de meest dynamische economie ter wereld worden. De tijd was er naar; de ontmoeting kreeg als bijnaam `de dotcom-top'. Tot veel daden hebben de plannen niet geleid. Door de economische teruggang kwamen ineens allerlei andere zaken op de Europese agenda te staan dan de voorgenomen bevordering van de technologie. Achteraf gezien is dat te betreuren. De EU heeft steeds meer terrein moeten prijsgeven waar het technologische innovatie betreft, speerpunt voor de opbouw van een werkelijk concurrerende economie.

Aldus bezien is het verheugend dat de EU-leiders in Barcelona hun verdeeldheid over een geavanceerd plaatsbepalingssysteem per satelliet, Galileo geheten, hebben bijgelegd. Galileo moet een concurrent worden van het Amerikaanse succesvolle GPS-systeem, waarmee zeelieden, autorijders en wandelaars tot op de meter nauwkeurig kunnen zien waar zij zich op de aardbol bevinden. Ontwikkeling ervan is kostbaar en de sceptici – waaronder Nederland – vonden de financiële onderbouwing van Galileo slecht. Maar daar staan hopelijk technologische innovaties tegenover, plus geringere afhankelijkheid van de VS die met hun (semi)-militaire GPS-systeem een monopolie in handen hebben.

Een kleine overwinning mag ook het akkoord heten over de liberalisering van de energiemarkt voor bedrijven. Frankrijk blijft moeilijk doen over vrijmaking van die markt voor particulieren, maar dat komt omdat dit land een belang heeft te verdedigen. Energielevering is een zaak van de overheid. De Franse energiesector vormt een staat in de staat en is daarmee een moeilijk te negeren machtsfactor. Temeer omdat de vakbonden er zo'n sterke positie hebben en in staat zijn hun leden tegen iedere verandering te mobiliseren.

En zo waren er nog enkele niet onbelangrijke detailkwesties waarover de leiders het afgelopen weekeinde besluiten moesten nemen. Van de arbeidsparticipatie en de kinderopvang tot het aantal internetaansluitingen op school. `Barcelona' kan het beste worden gekwalificeerd met de woorden die Tony Blair er aan gaf: beperkt maar degelijk. Van openlijk gebakkelei zoals in Laken was geen sprake. Dat is winst. Maar een topontmoeting die recht deed aan de status van de deelnemers – een top over de politieke hoofdzaken: kort, krachtig en zakelijk – was het ook niet. En daar zal het toch een keer van moeten komen. Over twee jaar is het aantal EU-lidstaten waarschijnlijk toegenomen van 15 tot 25. Efficiënt vergaderen op hoofdpunten is dan niet alleen gewenst; het zal een overlevingsstrategie zijn. De regeringsleiders en staatshoofden komen steeds meer onder druk te staan van de conventie over de toekomst van Europa. Slagen ze er zelf niet in om hun publiek duidelijk te maken waarom ze regelmatig in Europees verband bijeen moeten komen, dan wordt het voor hen gedaan.