Dromen van een kunstwerkje op wielen

In de hoofdstad van Bangladesh rijden de meeste fietstaxi's ter wereld. De slecht betaalde rijders bezitten hun riksja's niet, daar kunnen ze slechts van dromen.

Op sommige straathoeken van Dhaka kun je niet zien waar de ene fietsriksja eindigt en waar de ander begint. Een amorfe ijzeren massa die zich ineens voortbeweegt, om in de honderden steegjes van de oude stad te verdwijnen.

Het is zeker dat Dhaka de meeste fietsriksja's ter wereld kent, maar hoeveel het er zijn wordt ernstig betwist. De autoriteiten hebben 90.000 vergunningen verleend, de riksjahouders zelf komen op 300.000, maar als je het straatbeeld bekijkt, wil je eerder de reisgidsen geloven, die een schatting maken van zo'n half miljoen of meer.

Een fietsriksja is niet zomaar een fiets die een koetsje voorttrekt. Het is een kunstwerk, rijk versierd met de meest fantastische kleuren en gouddraad, en foto's van filmsterren op de achterkant. Het uitschuifbare dak is van gebogen bamboe, bedekt met kunststof, en daarin gaat het meeste werk zitten. Als het dak is opengeklapt moet het er nog fraai uitzien, wat in veel gevallen niet zo goed lukt. Het zadel is ook een kunststukje apart, maar dat verslijt vrij gauw door het zweet van de rijder. En aan het stuur zijn drie of vijf merkwaardige koperen vazen vastgemaakt, met kunstbloemen.

Wat die vazen betekenen? Niks, zegt Ashraf Uddin met een grijns. Uddin rijdt al twaalf jaar in Dhaka, al sinds zijn zestiende. Nu is hij getrouwd en heeft hij een dochter van een jaar. Hij is donker en mager, als alle riksjarijders, en zal amper 45 kilo wegen. Met dat gewicht gaat hij op het pedaal staan om de riksja op gang te krijgen. Zwaar werk, als je het zelf uitprobeert.

Met één persoon op de bank gaat het nog, met twee kom je al niet meer vooruit, laat staan met een gezin van vier de helling op. Maar ze doen het, ze trekken zich met hun pezige armen op aan het versierde stuur en hellen hun lichaamsgewicht van pedaal naar pedaal. Niemand in Bangladesh is op het idee gekomen om een fietsversnelling op de riksja aan te brengen.

Uddin huurt zijn riksja voor 60 taka per dag (1,20 euro). Als hij zestien uur werkt, kan hij honderd, en op een goede dag tweehonderd taka overhouden. Het vaste tarief voor een rit is 10 euro-cent per kilometer.

Volgens Uddin heeft de riksjarijder twee vijanden: de politie en de collega's. Vooral de jongens die net van het platteland naar Dhaka zijn gekomen, denken snel rijk te zullen worden door agressief op klanten te jagen, wat soms resulteert in fikse vuistgevechten. En tijdens piekuren sluit de politie de grote wegen af voor fietsers, opdat de grote auto's van de rijken geen hinder ondervinden. De riksja's zijn dan aangewezen op de smalle, ongeasfalteerde binnenwegen met hobbels en stenen, wat het fietsen er niet makkelijker op maakt.

De rijders in Dhaka zijn bijna nooit eigenaar van hun riksja. Ze dromen er wel van, maar het is moeilijk om aan de 10.000 taka (200 euro) voor een riksja te komen. Niet dat Uddin niet spaart. Hij spaarde als een bezetene, hij gaf een goede kamer in een stenen huis op en verhuisde, zeer tegen de zin van zijn vrouw, naar een goedkoper onderkomen van zinkplaten in een sloppenwijk. Vijf maanden geleden had hij al 3.000 taka (60 euro) opzij gezet, een heel vermogen voor een riksjarijder. Maar toen werd zijn oude vader ziek en moest naar het hospitaal. Daar ging zijn vermogen, alsook dat van zijn twee broers, die ook riksja's trappen in Dhaka. Uddin is er niet spijtig over: daar zijn zoons voor.

Sinds hij een kind heeft en zijn vrouw niet meer buitenshuis kan werken, is het moeilijker iets te sparen. Voor een maaltijd met rijst en groenten voor hem en zijn vrouw is hij dagelijks een euro kwijt. En hij voelt zich op zijn 28ste niet meer sterk genoeg om zestien uur achter elkaar te werken. Hij werkt nu meestal halve dagen, als hij het geld voor het dagelijkse voedsel bij elkaar heeft, levert hij zijn riksja weer in bij zijn baas, die ongeveer 50 riksja's bezit en volgens Uddin slapend rijk wordt.

Sommige riksjarijders zien er oud uit, wel zestig. Dan blijken ze pas veertig te zijn, een hoge leeftijd en tijd om er mee te stoppen. Maar, zegt Uddin, als Allah het wil krijgt hij binnenkort een zoon, die hem over twaalf jaar kan verzorgen.