Ah, c'est moi

We gaan ons `eiervrouwtje' nog eens opzoeken. Jaren geleden woonde ze naast de Franse camping waar we 's zomers onze tent opsloegen. Een grote foto toont haar als trotse fiere boerin: de sikkel strijdvaardig geheven in haar stevige rechterhand, een bosje korenaren in de andere. Gehuld in een blauwe boezeroen, een bont schort voorgebonden en een strooien hoed boven de felle oogjes: een weerbare vitale vrouw.

Haar zoon verwijst ons naar een verzorgingstehuis. In de deuropening van een verveloos kamertje verschijnt een schriel oud besje, op haar schedel slechts een paar toefjes grijs haar.

Dof kijkt ze ons aan, onze uitleg glijdt langs haar heen. Verbaasd bestudeert ze haar afbeelding. Ineens klinkt het blij: `Ah, c'est moi' en meteen sloft ze weg, de foto als een kostbaar relikwie onder haar arm geklemd.