Actieve burger zoekt dito overheid voor samenwerking

Zaterdag stond op deze pagina een manifest waarin werd opgeroepen tot opening van het politieke systeem. Arnoud Boer, Sandra Bos en Petra van den Brand pleiten voor een betrokken, creatieve overheid, die vaker `ja' zegt tegen maatschappelijke initiatieven van actieve burgers.

Onze samenleving verandert snel. In de troonrede van dit jaar constateert het kabinet dat deze veranderingen een groot beroep doen op het aanpassingsvermogen van zowel overheid als burger. Mondige burgers hebben steeds meer behoefte aan keuzevrijheid, kwaliteit en maatwerk. Dit vraagt niet alleen om financiële middelen, maar ook om een andere manier van organiseren, bijvoorbeeld in de gezondheidszorg en het onderwijs.

Het paarse kabinet vraagt daarbij om krachtige inspanningen van burgers en bedrijven en om zelfsturing, bijvoorbeeld door persoonsgebonden budgetten in de zorg. Voor veel problemen echter is een gezamenlijke inspanning van overheid, burgers en bedrijven nodig. Initiatieven vanuit de maatschappij zijn volgens ons ruimschoots aanwezig. Om hier optimaal van te profiteren, zijn aan de kant van de overheid aanpassingen noodzakelijk. Wij pleiten daarom voor een nieuwe, creatieve rol voor de overheid, waarbij samenwerking wordt gezocht met de burger.

Een aantal maatschappelijke problemen, zoals gevoelens van onveiligheid, sociale ergernis en integratieproblemen, roept om nieuwe oplossingen. Zowel overheid als burgers willen graag een uitweg vinden. Helaas hebben beide partijen elkaar nog niet gevonden. De overheid klaagt dat de burgers passief zijn en niet betrokken. Burgers stellen zich te veel op als consument. Ze zijn niet betrokken bij het publieke domein en komen alleen in actie als hun eigen belang in het geding is. Burgers van hun kant klagen dat de overheid op grote afstand staat en geen oog heeft voor hun problemen. Ze vinden dat ze te weinig betrokken worden bij het vinden en uitvoeren van oplossingen. Ook vinden ze de overheid onduidelijk in haar boodschap en bovendien onbereikbaar, ondoorzichtig, log en niet flexibel.

Hoe komt het dat de relatie tussen overheid en samenleving zo moeizaam is?

Bij de overheid is het maken, toepassen en controleren van regels sterk verankerd in de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht. Voor het oplossen van problemen wordt een nota of wet opgesteld, waardoor na een lange voorbereidingstijd vaak weer voor een `beproefde' oplossing wordt gekozen. De veranderingen in de samenleving gaan echter heel snel en vragen om nieuwe oplossingen.

Burgers organiseren zich tegenwoordig op een andere manier, vaak voor kortere tijd en voor specifieke onderwerpen. De organisatie van de overheid sluit hier onvoldoende bij aan. Zij is nog altijd gericht op de vertegenwoordiging van burgers via traditionele maatschappelijke organisaties en middels politieke participatie. De groeiende verscheidenheid in Nederland kan niet collectief worden geordend met strenge(re) regels en controle of een beroep op `normen en waarden'. Naast de traditionele rollen van de overheid als wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht is er een vierde overheidsrol nodig, namelijk die van de creatieve macht die initiatieven vanuit de samenleving omarmt. Deze uitnodigende houding zal de samenwerking met de maatschappij bevorderen.

Aan actieve burgers geen gebrek. Genoeg burgers zijn bereid om problemen die ze tegenkomen op te lossen, bijvoorbeeld als het gaat om de scholing van hun kinderen of de veiligheid op straat. Zij hebben echter een betrouwbare partner nodig, gericht op constructieve samenwerking. De overheid reageert niet altijd alert genoeg op initiatieven vanuit de samenleving, of het nu gaat om een project van Marokkaanse buurtvaders of de herinrichting van een buurtplein. Burgers weten niet waar ze moeten aankloppen, worden doorgestuurd naar een andere instantie, of krijgen `nee' te horen, omdat hun initiatief geen prioriteit heeft op dat moment. Bovendien is het voor burgers niet altijd duidelijk op grond waarvan de overheid bepaalde beslissingen neemt. Dit bemoeilijkt de samenwerking tussen overheid en maatschappij.

Het gebrek aan samenwerking heeft een aantal gevolgen.

Ten eerste zijn de oplossingen die door de overheid worden aangedragen vaak meer van hetzelfde. Pogingen die eerder zijn gedaan worden herhaald. Als er al creatieve ideeën zijn, dan worden deze vaak in de kiem gesmoord door procedures en angst voor het onbekende.

Ten tweede worden deze oplossingen niet gesteund door de burgers waarvoor ze bedoeld zijn. Hierdoor laat de effectiviteit vaak te wensen over.

Om de complexe maatschappelijke problemen op te lossen moet de samenwerking tussen overheid en burgers verbeterd worden. Wat is hier van de kant van de overheid voor nodig?

De samenleving is gebaat bij een andere basishouding van de overheid. Zij zou er goed aan doen initiatieven van burgers met open armen te ontvangen. Initiatieven moeten niet doodgeknuffeld worden, maar mogelijk worden gemaakt en ondersteund. Dit vraagt een andere cultuur bij de overheid, waarbij het uitgangspunt is dat er `ja' wordt gezegd tegen initiatieven van burgers. Alleen dan kunnen burgers hun verantwoordelijkheid nemen. Dit jawoord van de overheid moet vervolgens in praktijk worden gebracht.

Om dit te doen, dient de overheid steeds op zoek te zijn naar nieuwe gesprekspartners, naast de bekende partners uit het polderoverleg. Overleggen en samenwerkingsverbanden zullen vaak tijdelijk zijn, hetgeen van de overheid een flexibele organisatie vraagt. Tijdelijke organisatiestructuren en projectministers bieden betere kansen om aan te sluiten bij de snelle veranderingen in de maatschappij. Daarnaast kan een `één-loket-benadering' ervoor zorgen dat de actieve burger niet struikelt over de verkokering binnen de overheid. Een overheid die initiatieven stimuleert met informatie, (financiële) middelen en ondersteuning, kan rekenen op meer betrokkenheid vanuit de samenleving. Dit vraagt openheid van overheidsinformatie, zoals bepleit door de commissie Wallage. Daarnaast zijn globalere financiële regelingen en verantwoording nodig om flexibeler in te kunnen spelen op initiatieven vanuit de maatschappij.

De wijze waarop nu in het Grotestedenbeleid met integrale budgetten wordt gewerkt, is een stap in de goede richting. Meer flexibiliteit is echter gewenst. Het instellen van buurtbudgetten op grotere schaal is een mogelijkheid. Hierdoor oefenen burgers zelf meer invloed uit op de manier waarop geld wordt uitgegeven en voelen ze zich tevens meer betrokken bij hun buurt.

Hopelijk laat het komende regeerakkoord een volmondig `ja' horen. Want anders zegt de burger straks nog `nee'.

Manifest : www.nrc.nl/opinie

Arnoud Boer, Sandra Bos en Petra van den Brand zijn respectievelijk verbonden aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, aan het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en aan het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.