Zusters met een streepje minder

Ze staan te popelen om voor een minimumsalaris Nederlandse patiënten te verluieren. Bij Warschau bereidt de eerste lichting van 38 Poolse verpleegkundigen zich voor op een baan in de Nederlandse gezondheidszorg.

Ze zijn moe, zenuwachtig en ook een beetje bang. ,,We hebben stress'', klinkt het in gebrekkig Nederlands. Nog een paar dagen en dan wordt de laatste taalvaardigheidstest afgenomen. Daarna is het wachten nog op een visum uit Nederland waarmee ze twee jaar lang patiënten kunnen verzorgen in vijf Nederlandse verpleegtehuizen. Daar verdienen ze vijf keer zoveel als ze thuis doen, als ze al werk hebben. Met het geld kunnen ze hun kinderen naar behoorlijke scholen sturen, een hypotheek afbetalen en een spaarpotje aanleggen voor de onzekere toekomst.

In het katholieke opleidingscentrum van Konstancin in de bossen net buiten Warschau wordt tot diep in de nacht geblokt. Achtendertig Poolse verpleegkundigen volgen met de modernste audiovisuele middelen in twee maanden tijd een stoomcursus verpleegwerk in Nederland. ,,Als u uw billen even omhoog doet, leg ik er een handdoek onder'', leest Agnieszka Sloma aarzelend. Ze zit in de beste groep die het groene basisboek heeft doorgewerkt en ook het boek met het medisch jargon bijna heeft afgerond.

Een vinger gaat omhoog. ,,Wat is billen?'' Cursusleider René de Zeeuw legt het geduldig uit. Weer een vinger de lucht in. ,,Wat is zusterbalie?''

Dat is moeilijker uit te leggen. Poolse ziekenhuizen hebben geen zusterbalie. De Polen kennen de zusterbalie alleen van buitenlandse televisieseries. Met potloodstompjes maken ze aantekeningen in de kantlijn.

Het verhaal van deze Poolse verpleegkundigen begint in december 2000. Premier Kok brengt een officieel bezoek aan Slowakije. In Bratislava luncht de Nederlandse premier met premier Zeman van Tsjechië en premier Buzek van Polen. Daarna presenteren de regeringsleiders zich ontspannen aan de pers. Er hangt een vriendschappelijke sfeer: de boomlange, jongensachtige Zeman van Tsjechië naast de veel kleiner uitgevallen maar fraai besnorde Dzurinda van Slowakije, onder het vaderlijk toezicht van Kok.

De Pool Buzek is opmerkelijk vrolijk voor zijn doen. Waarom blijkt even later, als een Poolse journalist vraagt of er ook gesproken is over de toegang van Polen tot de Europese arbeidsmarkt. Dat is een heikel politiek punt op dat moment. Duitsland heeft net laten weten dat het van plan is om zijn arbeidsmarkt voor minstens zeven jaar gesloten te houden voor werknemers uit de nieuwe lidstaten. Duitsland is bang overspoeld te worden door Poolse werknemers. In Polen is de consternatie groot.

Nederland staat daar genuanceerder tegenover, legt premier Kok voorzichtig uit. Buzek die juist met een enorm arbeidsconflict in de verpleging te kampen heeft springt er onmiddellijk op in: ,,Ja'', zegt hij ,,mijn vriend Kok heeft me net uitgelegd dat er in Nederland juist een tekort is aan verpleegkundigen. Hij heeft gezegd dat er in Nederland plaats is voor wel dertigduizend Poolse verpleegsters.'' Buzek straalt, eindelijk goed nieuws, de Poolse journalisten rennen weg om het nieuws door te geven. 's Avonds is heel Polen via de televisie getuige van het Nederlandse `aanbod'.

Intussen staat premier Kok er op de persconferentie een beetje bedremmeld bij, maar hij wil zijn Poolse collega niet in het openbaar afvallen. Tegenover de aanwezige Nederlandse pers mompelt hij iets van ,,kort door de bocht''. Het komt erop neer dat hij niet veel meer heeft gezegd dan dat ,,eens zou moeten worden uitgezocht wat de mogelijkheden zijn voor Poolse verpleegkundigen in Nederland''.

Polen heeft aan een half woord genoeg. Diezelfde avond hoort de 35-jarige Grazyna Kuzniar over het aanbod op de televisie. Dat is goed nieuws voor haar. Ze woont in een tweekamerflat in een buitenwijk van de Zuid-Poolse stad Tarnów met de inspirerende naam `Wijk van de 25ste verjaardag'. Grijze flatgebouwen die gebouwd zijn ter ere van de vijfentwintigste verjaardag van het communisme in Polen. Tochtige, zielloze jaren-zeventigbouw volgens het microkosmos-model dat in die tijd in de socialistische wereld in zwang was: een paar straten hoogbouw, een rijtje winkels, een polikliniek en een schooltje.

Toen ze een paar jaar geleden voor deze woning naar Tarnów kwam, dacht ze makkelijk werk te kunnen vinden als verpleegster. Ze had alle vereiste papieren en jarenlange ervaring. Maar de verschillende stadsziekenhuizen hadden geen vacatures, geen geld. Ze mocht niet eens als vrijwilligster aan de slag. Want daar heeft de Poolse wet nog geen regels voor en stel je voor dat er wat gebeurt in het ziekenhuis.

Het is die periode dat plotseling de Poolse premier Buzek op televisie verschijnt en vanuit Bratislava de boodschap verkondigt dat er dertigduizend Poolse verpleegkundigen aan de slag kunnen in Nederland. Grazyna kan haar oren niet geloven. De volgende dag belt ze onmiddellijk met de Nederlandse ambassade in Warschau en meldt zich aan. Ze wordt voorlopig op een lijst gezet. Het wachten begint.

Struikelblok

Een paar maanden later, het is begin 2001, zoeken vijf Nederlandse verpleegtehuizen in Rotterdam, Den Haag en Venlo contact met de Nederlander Jeroen van den Oever die in Warschau een eigen uitzendbureau heeft: Job Net. Ook de Nederlandse verpleegtehuizen hebben de signalen uit Bratislava opgevangen. Ze zitten vreselijk omhoog en willen graag Poolse verpleegkundigen aannemen. Job Net gaat in opdracht van de Nederlandse verpleegtehuizen uitzoeken wat de mogelijkheden zijn. Van den Oever gelooft erin: ,,De Nederlandse en de Poolse arbeidsmarkten zijn complementair. Waar in Nederland te weinig van is, hebben we hier te veel van. Bovendien zijn Polen gewend om naar werk te zoeken in het buitenland. Ze zijn gewend om naar het westen te kijken.''

Job Net werkt in opdracht van de Nederlandse verpleegtehuizen. Zij stellen de eisen en zij nemen de verpleegkundigen in dienst. Job Net is slechts tussenpersoon. Dat is een andere constructie dan werd gehanteerd bij de inmiddels weer afgereisde Zuid-Afrikaanse verpleegsters. Die werden indertijd door het uitzendbureau Randstad naar Nederland gehaald.

Eerste struikelblok is de erkenning van Poolse diploma's. In Nederland bekijkt een speciale commissie in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid in hoeverre de Poolse diploma's voor verpleegkundigen in het ziekenhuis overeenkomen met die in Nederland. Ze maken geen haast. Van den Oever wijt dat aan ,,conservatisme in het veld''. De Nederlandse wereld van verpleegkundigen zit, zegt hij, niet te wachten op collega's uit Polen die genoegen nemen met een gewoon minimumsalaris van 1.427 euro, terwijl zij zelf juist vechten voor loonsverhoging.

Het oordeel van deze BIG-commissie laat acht maanden op zich wachten en is uiteindelijk negatief: Poolse verpleegkundigen missen het vak geriatrie en kunnen niet als verpleegkundigen in Nederlandse ziekenhuizen aan de slag. Het ministerie vindt een oplossing: na enige haarkloverij mogen de Polen wel als `verzorgers' aan het werk. Een streepje minder.

Van Poolse zijde loopt het ook allemaal niet vlot. In 1999 is het oude, nog uit de communistische tijd stammende systeem van gezondheidszorg op de schop gegaan. Er is een systeem ingevoerd van ziekenfondsen. Niemand is daar blij mee. De patiënten omdat ze niet meer weten waar ze aan toe zijn, de ziekenhuizen omdat ze niet meer weten hoe ze hun personeel moeten betalen, en artsen en verpleegkundigen omdat hun banen op de tocht staan. Er heerst grote onrust in de Poolse gezondheidszorg en het Poolse ministerie van Gezondheid stelt zich aanvankelijk argwanend op tegenover de Nederlandse plannen uit angst de controle te verliezen. Het kost Job Net veel tijd om de Poolse bureaucraten te overtuigen van de Nederlandse intenties en als dat eindelijk lijkt te lukken, zorgt de politiek voor vertraging. Verkiezingen brengen een nieuwe regering aan de macht en de hele top van het ministerie wordt vervangen, zoals gebruik is in Polen. Van den Oever kan weer van voren af aan beginnen. ,,Als ik had geweten hoeveel tijd dit zou gaan kosten, was ik er misschien niet aan begonnen'', verzucht hij.

Snuffelstage

Het is mei 2001 als Grazyna Kuzniar voor een `snuffelstage' naar Nederland vertrekt. Samen met acht andere Poolse verpleegkundigen loopt ze twee weken mee in een Nederlands verpleegtehuis. Het is een initiatief van de betrokken Nederlandse verpleegtehuizen om te zien wat ze kunnen verwachten als de hele procedure eenmaal is afgerond.

Grazyna kijkt in Venlo haar ogen uit. Ze heeft al eens eerder anderhalf jaar in Duitsland gewerkt, maar Nederland is geen vergelijking met Duitsland of Polen, vindt ze. Het werk is fysiek veel minder zwaar en ze wordt geacht de tijd te nemen voor patiënten. Dat is ze niet gewend. ,,Bij ons in Polen sta je met twee verpleegsters voor zestig patiënten – ook overdag. Eten geven doe ik altijd aan twee patiënten tegelijk. Ik sta tussen twee bedden en geef ze links en rechts om de beurt een hapje. In Venlo moest ik gaan zitten, een praatje maken en rustig de tijd nemen om te voeren.''

Ze ontdekte dat Nederland minstens drie keer zoveel zusters telt per patiënt. Bovendien beschikken ze over allerlei hulpmiddelen om de patiënt in en uit bed te tillen en te wassen. Verrast stelt Grazyna vast dat er op het welzijn van de verpleegster wordt gelet: ,,Bedden opmaken bijvoorbeeld. Dat doen wij altijd snel, snel. Dan let je er niet op dat je extra moet bukken omdat het bed laag staat. In Venlo wel. Daar moesten we het bed eerst op de juiste hoogte brengen.''

Maar er zijn ook andere verschillen. Euthanasie bijvoorbeeld. In de Poolse media is vorig jaar flink uitgepakt over de Nederlandse wetgeving die het ,,doden van oude en zieke mensen'' zonder meer zou toestaan. In het katholieke Polen bestaat de indruk dat Nederland daar maar makkelijk mee omspringt. Maar Grazyna heeft zich voorgenomen niet bang te zijn. ,,We hebben het er met elkaar over gehad. Mij is verzekerd dat euthanasie in praktijk nauwelijks voorkomt. Maar mocht ik ermee te maken krijgen, dan zal ik er niet aan mee doen. Jullie zijn zo tolerant in Nederland dat jullie dat vast wel respecteren. Als hier in Polen iemand sterft, dan roepen we een priester.''

De Poolse wil zo snel mogelijk beginnen in Nederland. Ze heeft al meer dan een jaar geen werk en krijgt daarom ook geen uitkering meer. Ze leeft van haar spaargeld en krijgt af en toe wat toegestopt van haar ouders. ,,Als iemand hier geen werk heeft, helpen familie en vrienden. Dat moet wel, omdat de meeste mensen geen uitkering krijgen.''

Op het arbeidsbureau in Grazyna's stad Tarnów blijkt dat in deze middelgrote Poolse stad nog 106 verpleegsters naar werk zoeken. Er hangt een bedompte sfeer. Onderdirectrice Uchwat zit in keurig mantelpak achter een leeg bureau. Ze laat een dame komen van de afdeling statistiek: ,,Ieder jaar krijgen we minder vacatures. Grote bedrijven krimpen in, kleinere bedrijven gaan failliet.'' De dames maken een gelaten indruk. Ze hebben geen idee hoe ze voor meer werk zouden kunnen zorgen in hun stad en zijn al blij dat ze tenminste zelf nog een baan hebben. Van het arbeidsbureau moeten de verpleegsters van Tarnów het niet hebben.

Afbreukrisico

Als Job Net in het najaar van 2001 gaat adverteren, komen er honderden sollicitaties binnen uit het hele land. In oktober worden honderd sollicitanten uitgenodigd voor een `kennismaking' van een dag. Ze worden geselecteerd op motivatie, taalvaardigheid en op `afbreukrisico': ouders met kleine kinderen zouden wel eens heimwee kunnen krijgen. In december mogen er veertig terugkomen voor een eerste cursus Nederlands. De verpleegtehuizen zelf maken nog een eigen selectie. Een paar weken later beginnen 38 van hen aan de laatste etappe in het katholieke internaat vlak buiten Warschau.

Malgorzata (39) Korzeniewska werkt al negentien jaar als operatiezuster. Ze is niet de eerste de beste. Maar nu loopt ze op haar tandvlees. Ze leeft op voet van oorlog met het cursusboek. Nederlandse woordjes vliegen haar hoofd in en uit. Ze is totaal geblokkeerd. ,,Ik ken mezelf gewoon niet meer terug'', zegt ze ontdaan, maar ze wil per se mee naar Nederland. Waarom? ,,Omdat Polen naar de klote is'', zegt ze geëmotioneerd. Ze heeft twee opgroeiende zonen. Als ze de reis naar Nederland mist, kan ze hen geen behoorlijke opleiding geven. Terwijl Malgorzata in Konstancin zit te ploeteren op het Nederlands, draaien haar collega's extra diensten op de operatiekamer in haar thuisstad. Malgorzata betaalt ze uit eigen zak. Ze moet alle opties openhouden: als Nederland onverhoopt niet door mocht gaan, kan ze tenminste terug naar haar oude baan. Voorlopig kost het haar allemaal veel geld en zenuwen.

Verpleger Kuba (27) Szewczuk neemt het allemaal wat luchtiger op. Hij is één van de weinige mannen. 's Avonds laat doet hij nog een spelletje `skischans-springen' op de cursuscomputer. ,,Even een beetje mijn hoofd leegmaken'', zegt hij. Kuba werkt al zes jaar op een ambulance. Westerse reality-tv zou een mooie serie rond hem kunnen maken. Maar bij de Poolse eerste hulp valt nauwelijks droog brood te verdienen en Kuba – getrouwd en vader van een zoon van drie jaar – klust al jaren bij in het buitenland. In de bouw in Engeland, in de ziekenzorg in Duitsland. Tot nog toe altijd illegaal. De reis naar Nederland zou een doorbraak betekenen: voor het eerst én een goed betaalde baan én legaal.

Magda Piechnik is even oud als Szewczuk, maar heeft nog geen eigen gezin. Ze heeft wel een universitaire verpleegopleiding achter de rug en is één van de beteren in de groep. Ze spreekt vloeiend Engels. Magda wil vooral vanwege de ervaring naar Nederland. Ze heeft haar baan in Krakau op moeten zeggen om mee te kunnen doen aan de training van Job Net. Maar erg vindt ze dat niet: ,,Je kunt hier niets verdienen en bovendien is er geen enkele carrièreplanning. Je doet je hele leven hetzelfde van de eerste minuut tot aan je pensioen.'' Magda ziet heel goed in dat er problemen zouden kunnen ontstaan in de Poolse gezondheidszorg als alle verpleegkundigen de benen nemen naar het westen. ,,Ja, er zijn hier natuurlijk ook zieke mensen die verzorgd moeten worden. Ik wou dat ik ze kon helpen, maar ik moet mezelf ook helpen.'' Ze zou het liefst een paar jaar ervaring in Nederland opdoen, nog wat extra aantekeningen halen, geld verdienen en dan eventueel in Polen zelf iets opzetten.

Zenuwachtig

De Nederlandse verpleegtehuizen hebben de verplichting op zich genomen om de Poolse verpleegkundigen bij te scholen. Het is de bedoeling dat ze na twee jaar naar huis gaan met de aantekening dat ze ook in Nederland formeel erkend worden als `verpleegkundigen' in plaats van het minder aansprekende `verzorgers'.

Niet alleen de Poolse verpleegkundigen zijn zenuwachtig. Ook Job Net begint slijtageverschijnselen te tonen. Zodra Van den Oever onder de cursisten verschijnt, wordt hij overspoeld met vragen. Waar blijft het visum? Wanneer gaan we nou eindelijk? Wat gebeurt er met degenen die niet voor hun taaltest slagen? Waarom hebben de verpleegkundigen die naar Rotterdam en Den Haag gaan wel een brief gekregen met details over waar ze gaan wonen en wat ze mee moeten nemen, en heeft Venlo nog niets van zich laten horen?

Van den Oever gaat geduldig op alle vragen in maar weet niet altijd antwoord. Zelf begrijpt hij ook niet helemaal waarom het visum zo lang op zich laat wachten. De brief uit Venlo komt nog wel, stelt hij de cursisten gerust. De hele dag is hij bezig om obstakels uit de weg te ruimen en brandjes te blussen in de hoop uiteindelijk een model neer te kunnen zetten dat de weg voor een volgende groep makkelijker maakt. Het is puur barricadewerk, volgens de Nederlander.

Voor alle betrokkenen is het één groot avontuur. Als het goed gaat, zullen vele honderden Poolse verpleegkundigen volgen, verwacht hij, om de lege plaatsen in de Nederlandse gezondheidszorg op te vullen. Van duizenden, zoals recentelijk wel is gesuggereerd, kan volgens Van den Oever alleen al om organisatorische redenen nooit sprake zijn. Veel zal ook afhangen van de vraag of iedereen zich aan de spelregels zal houden en of de Poolse verpleegkundigen na twee jaar weer netjes naar huis gaan, zoals afgesproken. De Nederlandse samenleving wordt tenslotte steeds gevoeliger.

De meeste cursisten zeggen braaf dat ze uiteindelijk in Nederland niets te zoeken hebben omdat hun gezinnen in Polen achterblijven. Ze willen een paar jaar goed geld verdienen. Een enkeling maakt er echter geen geheim van uiteindelijk weg te willen uit Polen. En dan is er natuurlijk ook nog altijd het lot. Joanna Drozd is vrijgezel. Ze heeft al eens eerder in Duitsland gewerkt en is toen ook weer keurig naar huis gegaan. Ook nu neemt ze zich voor na twee jaar terug te keren naar huis en haard. ,,Maar ja'', schatert ze, ,,wie weet als die Liebe komt?''