WAT KOST EEN BELEGGINGSFONDS?

Beleggen is lucratief, zeker voor uw bank. Beleggers zijn ideale klanten van financiële instellingen. De bank leent geen geld uit en loopt geen risico dat de klanten het geld niet meer terugbetalen.

Beleggers hebben (wat) geld en daarop willen zij rendement maken. Zij geven aan- en verkooporders op de beurs. De bank verdient, al zijn de marges (door de opkomst van prijsstunters en internetbeursfirma's die de orders zonder menselijke tussenkomst afhandelen) sterk geslonken. De gekochte effecten moeten worden bewaard. De bank verdient. U wilt op krediet kopen? Geen probleem, de bank leent u het geld en verdient rente.

ABN Amro, de grootste Nederlandse bank in effectenzaken, verdiende vorig jaar mondiaal 1,67 miljard euro aan provisies in haar effectenbedrijf, een daling van ruim 30 procent ten opzichte van 2000. Maar toch nog bijna 7 miljoen per werkdag. Ter vergelijking: branchegenoot ING verdiende vorig jaar 884 miljoen aan effectenprovisies, een afname van bijna 44 procent.

Voor wie niet zelf wil kiezen hebben banken, vermogensbeheerders en verzekeraars collectieve financiële producten, van huisfondsen (beleggingsfondsen die de bank zelf beheert) en aandelenlease tot en met fiscaal bevoordeelde koopsompolissen.

De verdiensten zijn aantrekkelijk voor de aanbieders. Een belegger betaalt meestal een provisie bij aankoop van een beleggingsfonds. De beheerder van het collectieve fonds, bij een huisfonds de betrokken bank, verzekeraar of geldmanager, krijgt een vaste vergoeding, berekend over de omvang van het vermogen. Voorbeeld: in vermogensbeheer en trustbedrijf (beheer van vennootschappen) verdiende ABN Amro vorig jaar 885 miljoen, dat was 24 procent meer dan een jaar eerder.

Diverse fondsen (Ohra, Robeco, ABN Amro) hebben hun vergoedingen voor het vermogensbeheer vorig jaar verhoogd. Die prijsverhoging wordt (deels) doorgegeven aan tussenpersonen die deze beleggingsfondsen aan de man brengen bij hun klanten.

Soms ontvangt de beheerder van een beleggingsfonds ook een winstaandeel als het rendement van het fonds specifieke doelstellingen heeft overtroffen. Dat kan raar lopen, bijvoorbeeld als de fondsbeheerder beloond wordt als hij het beter doet dan een vooraf vastgestelde graadmeter. Ook als hij verlies maakt, zoals het afgelopen twee jaar gewoon was met aandelenfondsen, kan hij een extraatje verdienen, mits de beursgraadmeter harder is gezakt.

Verder kopen en verkopen beleggingsfondsen op grote schaal effecten. Meer dan de helft van de beleggingen jaarlijks kopen en verkopen is heel normaal. In veel gevallen lopen die orderstromen geheel of grotendeels via de eigen financiële handelsafdeling.

Het inzicht van de consument in al deze kosten is gering, de beleggingsfondsen hadden de afgelopen jaren grote vrijheid hoe gedetailleerd zij de verschillende kostenposten aan de klanten wilden laten zien.

Een positieve uitzondering waren de beleggingfondsen van zakenbank Kempen & Co, nu Dexia Bank Nederland. Het Orange Fund, dat geld in kleinere en middelgrote bedrijven steekt, geeft niet alleen een overzicht van de vijf banken die de meeste beursorders voor het fonds uitvoeren (nummer 1 is Dexia Bank zelf met bijna 53 procent). Het jaarverslag geeft ook een gedetailleerde opsomming van de beheerkosten en overige vergoedingen.

De vrijheid van weleer voor de beleggingsfondsen is voorbij. Bij nieuwe beleggingsfondsen moeten de verkopers (doorgaans banken) de kosten expliciet specificeren. Bovendien staat een zogeheten financiële bijsluiter op stapel voor financiële producten, zodat de klant snel overzicht heeft van de diverse kostenposten die hem in rekening worden gebracht.