Voormalige spionnen straat op voor bonus

Ongeveer vijfhonderd voormalige spionnen op leeftijd zijn gisteren in de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul in botsing gekomen met de oproerpolitie toen zij protesteerden tegen het uitblijven van toegezegde betalingen.

De mannen, van wie de meesten boven de zestig zijn, zeggen dat zij in hun actieve tijd als geheim agenten op zeer gevaarlijke missies naar Noord-Korea zijn gestuurd. De compensatie en erkenning die hen destijds door hun opdrachtgevers is beloofd, hebben zij nooit ontvangen.

Toen de demonstranten wilden optrekken naar regeringsgebouwen werden zij tegengehouden door de oproerpolitie. In de daaropvolgende schermutselingen wendden de voormalige spionnen gasflessen die voor huishoudelijk gebruik zijn bedoeld aan als vlammenwerpers.

De politie, duizend man sterk, moest zich terugtrekken achter schilden in afwachting van assistentie van de brandweer. Eén demonstrante raakte gewond.

Na het einde van de oorlog tussen Noord- en Zuid-Korea in 1953 zijn er volgens onofficiële berichten vele Zuid-Koreaanse agenten op missies naar het communistische noorden gestuurd. Honderden zouden daarbij zijn gedood. Vierduizend worden er nog vermist. De infiltraties vonden vooral plaats tussen 1953 en de vroege jaren zeventig.

Volgens de demonstranten van gisteren zijn hen destijds voor hun gevaarlijke werk bonussen, huisvesting en andere beloningen in het vooruitzicht gesteld die zij echter nooit hebben ontvangen.

Vorig jaar heeft het parlement van Zuid-Korea wel een wet aangenomen die compensatie regelt voor verwanten van spionnen die gewond raakten of gedood werden. Zij kunnen eenmalig maximaal 75.000 euro krijgen, plus nog eens 500 euro per maand. Maar over spionnen die ongedeerd van hun missies terugkwamen zegt de wet niets.

Overigens weigert de regering publiekelijk te bevestigen of te ontkennen dat er ooit spionnen naar Noord-Korea zijn gestuurd.