Vogelkenners overspoelen ineens Zimbabwe

Hoewel ze serieus haar best had gedaan om op een toerist te lijken, was de vermomming van de Amerikaanse dame bij de incheckbalie op Johannesburg International Airport een farce. De cowboyhoed was goed bedacht – die vind je alleen op het hoofd van luidruchtige Amerikaanse toeristen op leeftijd die zich op vakantie het liefst als patriot uitdossen. Ook de witte gymschoenen en het zijden pak waren misleidend. Het was niettemin een koud kunstje om te raden dat deze vrouw niet op weg was naar de Victoriawatervallen. Dit was een verslaggeefster in cognito, die op het punt stond zonder geldige papieren de verkiezingen in Zimbabwe te verslaan.

Ze was een van de talrijke slachtoffers van de verdeel-en-heerspolitiek van de Zimbabweaanse minister van Informatie Jonathan Moyo. Dat hij niet alle journalisten kon weigeren toe te kijken bij de presidentsverkiezingen van afgelopen weekeinde, begreep hij ook wel. Maar een paar de deur wijzen had hem wel aardig geleken. Journalisten uit Zweden bijvoorbeeld, wegens die irritante minister Schori die geen blad voor de mond nam wanneer hij sprak over president Mugabe. En de Britten natuurlijk, de voormalige kolonisators. Hoewel: het was ook wel geinig om sommige Britse media wel toe te laten en anderen te weigeren. BBC en Sky News kwamen Zimbabwe niet in. Concurrent ITN was van hartelijk welkom.

Ook de Nederlandse journalisten konden fluiten naar een accreditatie. Dan had de Wereldomroep het onafhankelijke radiostation Voice of Zimbabwe maar niet moeten sponsoren. Daarom stond ik hier aan de incheckbalie net zo onopvallend te doen als die Amerikaanse dame. Alsof het niet verdacht zou zijn om een week voor de verkiezingen op vakantie te gaan in Zimbabwe.

Het mankement van de vermomming van de Amerikaanse zat hem in de accessoires. Haar strandtas zat volgepropt met kranten en tijdschriften die weinig vakantiegangers zouden lezen ter ontspanning: Newsweek, The Times, The Washington Post. Ook kon het uiterlijk van haar reisgenoot – uitgerust met een kakikleurig fotografenvest, afritsbare broek en een enorme fototas – de douane onmogelijk doen geloven dat het hier om een toerist ging.

Aangekomen op het vliegveld van Bulawayo in Zimbabwe, gierden de zenuwen ons door de keel. Dit was het moment waarop anderen geweigerd waren en teruggestuurd, of waren afgescheept met een visum van slechts drie dagen, te kort om goed verslag te kunnen doen van de verkiezingsstrijd.

Terwijl de Amerikaanse journaliste met ingehouden adem wachtte op het oordeel van de douanebeambte, tikte ik haar op de schouders. Of ze niet een paar dollars kon lenen, wilde ik vragen. Ik kwam niet verder dan ,,excuse me''. Als door een wesp gestoken siste de vrouw: ,,Wat je nu ook gaat zeggen, dit is niet het moment.'' Ze voelde een ontdekking nabij, alsof ik op het punt stond haar vermomming van het gezicht te trekken.

Met een glimlach van oor tot oor presenteerde de grenswacht ons echter de paspoorten, alledrie voorzien van een toeristenvisum dat geldig was voor drie maanden. We waren erdoor, ondanks onze mislukte vermomming.

Maar nog was voor de Amerikanen het gevaar niet geweken. Terwijl ik probeerde te bedenken hoe en wanneer ik haar de vijf dollar terug zou geven, bitste de verslaggeefster dat ik bij haar vandaan moest blijven. ,,Als je bent wat ik denk dat je bent, dan wil ik je niet in mijn buurt zien. Het is levensgevaarlijk.'' Woest beende ze weg.

Hoe levensgevaarlijk Zimbabwe voor ongeaccrediteerde journalisten werkelijk is, kan ik na twee weken ongestoord werken nog steeds niet inschatten. Dat de veiligheidsdienst niet optimaal werkt, werd in januari al duidelijk toen de Zimbabweaanse staatsmedia meldden dat de geheim agenten de correspondent van de Britse The Guardian – die als toerist het land was binnengekomen – bijna hadden ingesloten. Op het moment dat het bericht over de radio kwam zat hij al weer veilig en wel in Johannesburg, Zuid-Afrika.

Het barstte de afgelopen dagen van de toeristen in Zimbabwe. Mannen met rugtassen en safaribroeken, precies zoals journalisten dragen op reportage. Ze sliepen niet in de hotels, waar de ogen en oren van de regeringspartij ZANU-PF rondlopen, maar in appartementen die door Zimbabweanen zonder aarzelen voor hen waren vrijgemaakt. Ze spraken in geheimtaal. ,,Heb jij nog plaats voor een vogelkenner, die graag met computers speelt?''En ze vergaten hun journalistieke plicht tot hoor en wederhoor, het standpunt van de regering kon door de methode-Moyo niet worden gehoord.

Met een knagend schuldgevoel heb ik vandaag Harare verlaten. Ergens in Zimbabwe loopt een Amerikaanse journaliste rond die nog vijf dollar van me tegoed heeft. Wat ik het ministerie van Informatie zou willen vragen, dat wordt geacht mijn artikelen te lezen: bel even als u haar gevonden heeft. Ze is te herkennen aan een grote cowboyhoed en witte gymschoenen.