Vluchten kan niet meer

Toen ik dit verhaal voor het eerst na jaren weer eens op de redactie vertelde, werd ik door de jongeren ongelovig aangekeken. Het was een paar dagen voor de verkiezingen, in het begin van de jaren vijftig. In Korea vochten de Chinese vrijwilligers mee aan de kant van het Noorden, de supermachten namen de ene kernproef na de andere, Nederland had zijn laatste grote zelfstandig gevoerde oorlog achter de rug daar werd niet meer over nagezeurd of moeilijk gedaan en hoewel er een verschrikkelijke woningnood heerste, konden ook meer arbeiders een Solex of een Kapitein Mobylette kopen. De hele wereld was bang van Jozef Stalin, onder wiens leiding het sovjetrijk zich onweerstaanbaar uitbreidde. Daarnaast was het grote probleem in Amsterdam het `te vroeg afbellen' door de tramconducteurs, zodat er nog mensen in- of uitstapten terwijl de tram al begon te rijden. Om de haverklap was er een ongeluk. Het Parool voerde er een felle campagne tegen. Zo begon ik.

Ga verder!, riepen ze.

In die laatste meidagen voor de verkiezingen was het prachtig weer. Op de Nieuwezijds Voorburgwal verzamelden zich na werktijd de kiezers – proletariaat, kleine middenstand, bourgeoisie, alles en voerden discussies. Dat kon hoog oplopen. Op die bewuste avond stond ik bij ondergaande zon aan de uiterste rand van zo'n groepje, met mijn gezicht naar het westen. In het centrum ging het over de verdiensten van Moskou. In iedere discussie zat een ontwikkeling. Eerst deed iedereen mee, en aan het slot als je al van een slot mocht spreken ging het tussen de natuurlijke leiders. Dat waren deze keer een oude liberaal en een communistische vrouw van tegen de vijftig. Die schudde opeens haar vuist voor de neus van de liberaal en riep: `Vadertje Stalin krijgt jou wel te pakken! Ja! Vadertje Stalin!' Bij het uitspreken van de st kwam er een wolkje fijne speekseldruppeltjes uit haar mond. Daarin maakten de laatste stralen van de zon een regenboogje.

Tien jaar later had niet Stalin maar de televisie de macht overgenomen. De grote kranten verhuisden naar de vlakten aan de stadsrand, waar meer parkeerplaats was. De mensen zaten `thuis aan de buis', en mooi weer of niet, de Voorburgwal en alle krantenwijken in de moderne wereld bleven op de avond aan het einde van het grote feest van de democratie leeg. Komt daar nu verandering in?

Er is alweer verandering. Om nog even op dit onwaarschijnlijk ver verleden terug te komen, toen waren er tienduizenden Nederlanders die het hier niet meer zagen zitten. Ze gingen naar Canada, Australië, Zuid-Afrika, Nieuw Zeeland. Meer dan een antipode van het vaderland kon je niet worden. Maar er kwam een kentering. We begonnen rijker en rijker te worden. Ik weet dat niet iedereen dat met mij eens is, maar rijkdom heeft ook een bepaald grens. Niet dat ik wie dan ook zijn miljard zal misgunnen, maar veel mensen gaan zich na deze bepaalde grens anders gedragen, worden met meer bezit dikker en nog expansiever, maken lawaai, gaan elkaar op allerlei manieren dwarszitten en beginnen dan te klagen dat het hier onleefbaar begint te worden. Eisen radicale maatregelen. Met dat klagen en eisen maken ze nog meer lawaai. Dat wordt door andere mensen weer niet gepikt. Die gaan ook lawaai maken. Dit geheel heet leven in de brouwerij.

Je kunt de politiek beoordelen naar de maatstaven van macht en belang – dat is gebruikelijk – maar ook volgens een zekere esthetiek, of je smaak. Daarmee is dan alles samengevat: de kracht van de argumenten, de manier waarop ze door wie worden gebruikt, de toon, de logica, de redelijkheid. En hoe harder en krachtiger meer mensen naar de leefbaarheid streven, hoe onleefbaarder het wordt. Dat vind ik.

Voor het eerst heb ik me afgevraagd of ik zou emigreren. Maar waarheen? Dat vroeg ik mijn collega's op de redactie. We lieten een aantal landen de revue passeren. Denemarken leek me wel wat. Jutland. Dat werd me afgeraden. Het schijnt dat de Hells Angels het proberen te bezetten. Heel Azië valt tegenwoordig meteen af. Tahiti. Niet doen! Dat is gekoloniseerd door de vakantie-industrie. Parijs. Daar kom je ze allemaal weer tegen. New York, te duur voor de kleine zelfstandige. Nepal, waar vroeger vredelievende jongeren heen gingen. Opgenomen in de Derde Wereldoorlog. Peking. Dan moet je Chinees leren. Zo ging het maar door. De hele wereld viel af. `Vluchten kan niet meer!', riep een van de jongere redacteuren die het grootste deel van zijn toekomst voor zich heeft.

Zo is het. Zo zal het blijven, ook als we eenmaal zijn veroordeeld tot het leven in een leefbaar Nederland. Ik blijf mijn stukjes tikken, tot de laatste letter.