Varkens onder de mensen

Ik had met Voskuil afgesproken in Zwolle. Zijn trein was maar tien minuten te laat. We stapten in mijn auto en begonnen te praten. Grappig, zijn spreektaal is literairder dan zijn schrijftaal.

,,In België'', zei hij op een gegeven moment, ,,is een film gemaakt over de mishandeling van koeien op de veemarkt, en nu schijnen die lui te zijn veroordeeld.''

,,Nou'', zei ik, ,,de lui, die die koeien mishandelden, zijn vrijgesproken omdat de lui, die die film hebben gemaakt, hun privacy hadden geschonden.''

,,Heb jij die film gezien?''

,,Nee.''

,,Wil je hem zien?''

,,Nee.''

,,Ik ook niet. Maar Lousje wil hem wel zien.''

,,Ik krijg van die nachtmerrie-achtige dwangvoorstellingen van dat soort films'', zei ik.

,,Ik voel me machteloos'', zei Voskuil. ,,Ik denk: ik hoef dit niet te zien, ik kan er toch niets aan veranderen.''

,,Bovendien'', zei ik, ,,je weet dat zulke dingen gebeuren, je weet dat er dieren worden mishandeld, overal op de wereld, elk moment van de dag.''

,,Maar Lousje wil hem zien'', herhaalde Voskuil zorgelijk. ,,En dan wil ze erover praten, dan wil ze zeggen hoe slecht de mensen zijn.''

Hij gebruikte niet het woord `slecht' in deze zin. Hij gebruikte een woord dat zowel rauwer als chiquer klonk. Ik kan er niet op komen, op dat woord. Wel komt me nu een batterij stoplichten voor de geest. Het moet op de rondweg bij Groningen zijn geweest. Toen was het niet ver meer naar Nieuw Scheemda, 't Swieneparradies van Violette Sanders.

Daar lag een machtige boerderij aan de weg, vast verankerd in het vlakke land.

Toen we de hoge schuur betraden, ritselde er iets in het stro.

Er knorde een varken, en nog een varken, en nog één, net zo lang tot dat ene knorretje zich had uitgebreid tot een compleet koor van varkensstemmen, vraag en antwoord, alles even bedaard en genoeglijk. En daar verscheen ook Violette zelf.

Ze nam ons mee langs de hokken, bij elk dier een naam, bij elke naam een verhaal. We bogen ons over het beschot en staken een hand uit om hem te laten besnuffelen door een platte snuit met boorgaatjes. Hier en daar beklopten we een schouder met varkensvlees of bekrabden we een rug met varkenshaar. Voskuil, dat viel me wel op, was op dit punt terughoudender dan ik. Ik geloof dat ik het zo moet zeggen: hij is gewoon minder geneigd om zich andermans dieren toe te eigenen.

Nadat ze ook nog haar museumzaal met varkensattributen had laten zien, ging Violette ons voor het woonhuis in, ruim bemeten vertrekken waar een eigenaardige stilte hing. Minstens honderd jaar boerenbestaan was hier bezonken. Opeenvolgende generaties landbouwers hadden hier hun verwachtingen uitgesproken of verzwegen, het weerbericht geprezen of vervloekt, hun God aanbeden of verguisd. Berusting en volharding verkeerden in deze stilte volmaakt in evenwicht, terwijl buiten de stormwind door de kale linden joeg.

Uiteindelijk schaarden we ons om de keukentafel. Violette begon te vertellen over haar jeugd in Abcoude, de vanzelfsprekende aanwezigheid van boeren in het dorpsleven, paarden en koeien op stal of in de wei, en hoe haar smalle handjes van pas kwamen als er een zeug moest worden geholpen met biggen.

Hoe ze, toen ze al in Noordwolde woonde, zelf twee varkens genomen had. In feite op initiatief van een naburige boerenfamilie, die wel weer eens een varken wilde voor eigen consumptie – en één van die twee was inderdaad geslacht, iets waar ze ook achteraf geen moeite mee heeft, als het dier maar een behoorlijk leven heeft gehad, maar de andere was als vanzelf haar eerste huisvarken geworden, Soesje, omdat ze zo roze was.

Hoe het varkenswerk was uitgedijd, totdat het niet alleen al haar tijd maar ook al haar ruimte in beslag genomen had, waardoor ze gedwongen was geweest naar een andere locatie om te zien en zich hier, aan de rand van het Oldambt, te vestigen. Elf huisvarkens (en twee everzwijnen) had ze op het moment, en zeven dieren in de opvang, asielzoekers. Want ja, er zijn veel te veel varkens onder de mensen.

Nog steeds worden bij allerlei feestelijke gelegenheden varkentjes cadeau gedaan. Nu mag het varken van oudsher als zinnebeeld van voorspoed en geluk gelden, maar cultuur speelt hier geen enkele rol. Je kunt gevoeglijk aannemen dat het uitsluitend om het krijsen van het biggetje en de schrik van de bruid te doen is. Soms wordt het dier domweg in de sportkantine achtergelaten als de feestgangers vertrekken. En de waanzinnige hype rond de film Babe. En de handelaren die het hobbyvarken op alle mogelijke manieren pushen, tot op internet toe.

,,En dan heb je nog de mensen'', zei ik, ,,die overal verkondigen dat varkens zo lief, intelligent en zindelijk zijn.''

,,Maar dat zíjn ze ook'', zei Violette. ,,En ze zijn absoluut niet bang, ze zijn heel direct in de omgang. Varkens lijken erg op mensen, op mensen zoals die zouden moeten zijn.''

Maar zíj, ze zei het met de hand op haar hart, deed er alles aan om de verspreiding van huisvarkens tegen te gaan. Zij, zei ze, voerde een strikt ontmoedigingsbeleid.

Vorig jaar had ze in zo'n tweehonderd gevallen bemiddeld om een onhoudbaar geworden varken herplaatst te krijgen. Varkens op een bovenhuis die de trap niet meer af konden. Varkens die de zenuwen kregen van een paar tekkels. Varkens die zomaar ergens uit de auto waren gegooid. Laatst nog, een nest van vijf hangbuikzwijntjes langs het fietspad op een industrieterrein in Leeuwarden. Dan belt de politie. Dan zegt Violette: en wat moet ik ermee? Want eigenlijk mag je niks met varkens die onbeheerd aan de openbare weg worden aangetroffen, eigenlijk moeten ze ter plekke worden afgemaakt. Dat is de wet. Om de verspreiding van besmettelijke ziektes tegen te gaan. Ja, dát heeft de overheid goed begrepen: dooie beesten kunnen niet ziek worden. Eigenlijk mag je hobbyvarkens nog geen meter vervoeren. U mag ze hebben, ik mag ze hebben, maar uitsluitend als ze uit de lucht komen vallen – over de weg mogen ze niet. En als ze dat allemaal nog eens luid en duidelijk heeft gezegd, gaat Violette ze natuurlijk halen, die hangbuikzwijntjes in Leeuwarden.

Buiten zwiepte de stormwind over het water van het Termunterzijldiep. We liepen nog eens langs de varkens in de hoge schuur, aanhalig als honden. We kregen nog meer verhalen te horen en stapten in de auto voor de terugreis.

,,Hebben we nu gelukkige varkens gezien?'', vroeg ik.

,,Dat lijkt me wel'', zei Voskuil.

,,Was het niet onze journalistieke plicht geweest haar te vragen om de varkens een paar kunstjes te laten doen?''

,,Wat denk je dat er dan gebeurd zou zijn?''

,,Ze schijnen allemaal de weg te weten in het woonhuis'', zei ik.

,,Een levend varken bij de lunch, dat was wel iets bijzonders geweest.''

,,Hm'', zei Voskuil. Boven het vlakke land verdonkerde telkens de hemel tot een zwarte massa, waaruit vervolgens striemende regenbuien losbraken.

Toen herinnerde hij me aan beelden uit de tijd van de varkenspest. Een zeug die tot drie, vier keer toe weigerde de elektrocutiewagen in te gaan. Hoe de mannen haar ten slotte hadden gedwongen. En daarna nog een paar biggen erachteraan.

,,Dat was ook vreselijk'', zei Voskuil, ,,maar toen dacht ik: dáár ga ik wat aan doen.'' Hij had een paar collega-schrijvers aangeschreven, en toen die weinig belangstelling toonden, was hij zelf maar begonnen, de actie Varkens in Nood.