Steun Bush om een nucleaire inzet af te wenden

In plaats van te jammeren over de steeds militaristischer houding van de VS moet Europa begrip opbrengen voor de zorgen van president Bush. Mogelijk kan zo de inzet van kernwapens worden afgewend, meent Jonathan Eyal.

De wijziging van de Amerikaanse kernwapenstrategie die in het afgelopen weekeinde uitlekte, is van grote betekenis voor de wereld als geheel. Tot nog toe vormden kernraketten een aparte categorie, alleen te gebruiken in de meest uitzonderlijke omstandigheden. Een van de paradoxen van de hedendaagse geschiedenis is dat het bestaan van zulke wapens weliswaar angst zaaide, maar dat in de meeste staten met kernwapens de militaire bevelhebbers deze toch in wezen beschouwden als politieke instrumenten en niet zozeer als systemen die in een oorlog te gebruiken zouden zijn.

Ze hadden niet alleen een rampzalige, maar ook een onvoorspelbare uitwerking; geen militaire plannenmaker wist ooit wat de reactie van een vijand zou zijn. Daardoor werd over het algemeen het gebruik van kernwapens alleen als allerlaatste mogelijkheid gezien, en dan meestal nog alleen als onderdeel van een confrontatie tussen de VS en de Sovjet-Unie.

Het feit dat de Amerikanen er nu over denken om het gebruik van kernwapens in hun algemene militaire doctrine te integreren, en de mogelijkheid dat die wapens in allerlei omstandigheden – en niet alleen tegen de Amerikaanse vijanden met kernwapens – inzetbaar zouden zijn, is duidelijk een monumentale verschuiving in de wijze waarop toekomstige oorlogen zullen worden gevoerd. Dit neemt niet weg dat de wijziging van de Amerikaanse strategie voorspelbaar en onvermijdelijk was. En het beste kunnen Europa en de andere Amerikaanse bondgenoten op dit moment dan ook maar ophouden met hun kritiek op de VS; ze kunnen beter proberen de zorgen van Washington te begrijpen en de Amerikanen intussen af te houden van de verleiding hun kernwapens in te zetten. Dat is geen eenvoudige taak, maar het is nog altijd een volstrekt haalbare doelstelling.

Alle Amerikaanse politici, Republikeinen én Democraten, beseften al geruime tijd dat de kernarsenalen van hun land in hun huidige samenstelling tamelijk onbruikbaar waren voor toekomstige oorlogvoering. De VS hebben maar liefst twaalfduizend kernkoppen; Rusland heeft er ook nog eens achtentwintigduizend. Veel zijn geplaatst op intercontinentale raketten die gericht zijn op Russische doelen duizenden kilometers ver weg. De meeste zijn omvangrijk, bestemd om hele steden of uitgestrekte legerbases te verwoesten.

Tijdens de Koude Oorlog waren zulke grote aantallen nodig om verscheidene aanvallen na elkaar te kunnen uitvoeren, totdat een van de supermachten zijn nederlaag erkende. Maar de kans op een treffen met Rusland is vrijwel nihil. Dus zitten de VS opgescheept met een kernarsenaal dat voor de verkeerde oorlog en voor de verkeerde doelen is ontworpen: zowel de omvang van de kernmacht als de slagkracht van de kernkoppen zijn onzinnig.

De afgelopen tien jaar heeft president Clinton het vraagstuk meestal eenvoudig genegeerd, deels omdat hij geen ruzie wilde met een Republikeinse meerderheid in het Congres en deels omdat hem niet helder voor ogen stond wat er moest worden gedaan. Daardoor hield Amerika een enorme voorraad kernwapentuig, die intussen verouderde en steeds meer aan vervanging toe was. George Bush sneed het thema al aan in zijn verkiezingscampagne, toen hij beloofde te snijden in 's lands kernwapens en de hele nucleaire strategie te hervormen. Niemand hoeft dus verbaasd te zijn dat dit ook precies gebeurde.

Anders dan op het ogenblik in Europa wordt beweerd, hebben de VS zich nooit wettelijk verplicht tot een beleid dat afziet van het gebruik van kernwapens tegen landen die zelf geen kernwapens bezitten. En Washington heeft altijd geweigerd de garantie te geven dat het niet als eerste land zulke wapens zou gebruiken. Het mag de Europeanen misschien niet zinnen wat de regering-Bush doet, maar ze kunnen niet beweren dat de nieuwe strategie onwettig is. Een zorgvuldige studie van de Amerikaanse doctrine sinds halverwege de jaren negentig leert immers dat de generaals in het Pentagon het gebruik van beperkte nucleaire ladingen niet alleen hebben overwogen tegen kleinere landen die nooit de VS zouden kunnen vernietigen, maar ook tegen verscheidene terroristische organisaties die mogelijk de slagkracht hebben om de VS te treffen.

De Europese critici hebben misschien gelijk als ze beweren dat deze ontwikkeling tot een gevaarlijker wereld zal leiden. Als de psychologische barrière tegen het gebruik van kernwapens wordt doorbroken, als die wapens normaal oorlogstuig worden, dan zal niet alleen het aantal onschuldige slachtoffers in toekomstige oorlogen snel groeien, maar ook de prikkel bij andere landen toenemen om kernwapens te ontwikkelen.

Dat argument gaat voorbij aan de diepgaande psychologische verandering die de VS sinds de vreselijke gebeurtenissen van 11 september vorig jaar hebben doorgemaakt. In Europa werd 11 september vrij snel afgedaan als een trieste gebeurtenis, waarna de mensen weer gewoon verder moeten. Maar in de VS waren de aanslagen een belangrijk keerpunt.

Dat heeft voornamelijk een historische reden. De Europese landen zijn betrekkelijk klein en worden omringd door tal van andere staten, en daardoor zijn ze al eeuwenlang vertrouwd met het idee van hun kwetsbaarheid. De verdedigingsstrategie van alle Europese landen is er altijd eerder op gericht geweest die kwetsbaarheid te minimaliseren dan te elimineren. Maar voor de Amerikanen is de gedachte dat Amerikaans grondgebied kwetsbaar kan worden domweg onaanvaardbaar, en het streven naar een onaantastbaar Amerika is nog maar amper begonnen.

Uit dat oogpunt bezien is elk land dat massavernietigingswapens ontwikkelt – of het nu chemische of bacteriologische zijn – evenzeer een gevaar als een staat met kernwapens. Het onderscheid dat de Europeanen tussen bepaalde massavernietigingswapens maken wordt in het huidige Washington eenvoudig genegeerd.

In deze situatie kunnen de Europeanen kritiek op Bush blijven leveren en daarbij de VS afschilderen als een land dat in staat is tot bijna elke militaire wreedheid als die de strijd tegen het terrorisme dient. Maar behalve een enorme transatlantische ruzie bereiken ze daar niets mee. Er is echter een andere mogelijkheid: ze kunnen zich proberen in te leven in de huidige zorgen van de Amerikanen om hun veiligheid, in de hoop enige invloed op het Amerikaanse militaire beleid uit te oefenen.

Het is opvallend dat de Europeanen in de hele discussie over het beleid jegens Irak, Iran of Noord-Korea, wel veel kritiek op het Amerikaanse standpunt hadden, maar geen alternatief wisten te bieden. De VS stellen niet voor om een van die landen met kernbommen aan te vallen; ze weigeren alleen de mogelijkheid uit te sluiten om dergelijke kernwapens te gebruiken. Ook staat het Amerikaanse beleid nog niet helemaal vast: de Amerikaanse regering heeft de huidige herziening van de kernwapenstrategie juist bewust laten uitlekken om de discussie te bevorderen en de publieke opinie voor te bereiden op het besluit dat Bush zal moeten nemen.

Er is dus meer dan genoeg ruimte voor Europa en andere Amerikaanse bondgenoten om de meningen in Washington te beïnvloeden. Maar dat vergt dan wel een werkelijk eendrachtige poging, en ook Europees begrip voor de zorgen die de VS hebben over landen als Irak, Iran en Noord-Korea. Maar als de Europeanen van een afstand blijven jammeren over de steeds militaristischer houding van Amerika, dan moeten ze niet verbaasd zijn als de VS uiteindelijk voldoen aan de ergste Europese voorspellingen.

Jonathan Eyal is verbonden aan het Royal United Services Institute in Londen.