Oranjeoord - De Heen

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week door het Brabantse boerenland.

Ik vind ze zo mooi in het landschap staan, die moderne witte windmolens. Lang en slank en op een golvende rij temidden van het akkerlandschap geven ze met hun zwiepende schoepen en hoge gezoef de contouren aan van het stralend kale Brabantse boerenland. De molens verstaan zich deze morgen met een schoonblauwe lucht en met uitgerekte wolken in de vorm van rennende hazewindhonden. Soms is volmaaktheid geen droom. Nu dus wel, want aan het eind van het potloodrechte asfalt nadert een glanzende, hard-ei-gele Pontiac uit de tijd dat de auto's nog spreken konden. Ik spring opzij, de Pontiac scheurt langs, zijn banden maken brandsporen in het zwart.

Het is zonnig en zacht, het jack kan uit en met zijn mouwen om de buik gebonden. Er is geen mens te zien, ook niet bij de vierkante hoeves die bij deze enorme percelen behoren. De akkers ruiken vruchtbaar, naar stront en schroei; de krentenboompjes langs de weg staan in bloei.

De routebeschrijving van dit deel van het Floris V-pad kan het af met summiere zinnetjes. De wandelaar wordt nauwelijks verlost van een weg die hij met auto's moet delen, zodat er helaas flinke stukken wandelcorvee moeten worden volbracht. Ik zou wel eens het land in willen, losse grond onder de zolen voelen of gras of losse steentjes, maar het lijkt of de samenstellers van de route tussen de akkers geen weggetjes konden vinden. Komt door de verkaveling, licht het wandelboekje toe.

De plaats Dinteloord associeer ik met pakken suiker, maar duivenvereniging `Steeds Sneller' is er gevestigd en ze hebben er een vriendelijk rechthoekig plein met een klein bronzen beeld dat `Truus en Luus' heet: twee dametjes op leeftijd die, tas aan de arm, hoge schouders in hun mantels, staan te smoezen, zo te zien over de poes van Truus en de schoondochter van Luus. Het is een mooi beeldje, jammer dat de naam van de kunstenaar ontbreekt.

We klimmen over een afrastering, we gaan onderaan de dijk de thermosfles koffie leegdrinken. Het weer betrekt wat, de zon schijnt scheller, de wolken bollen op. We besteden er niet veel aandacht aan, we kijken uit over de ruimte in bruin en groen.

Terug op de weg, buiten de beschutting van de dijk, blijkt er in dat halve uur een storm te zijn opgestoken. Leunend tegen de wind, die, hoor ik later op de radio, met kracht zeven à acht waait, schiet ik mijn jack aan. Ik vervolg de route die nu met grote hoeken door het land slaat, waardoor de wind soms van opzij, soms van voren en soms schuin van achter blaast. De Steenbergsche Vliet met zijn korte gekuifde golven moet worden overgestoken bij een monumentaal sluisje. De wandelaar dient er zelf een houten uitschuifbrug te activeren. `Over 10 minuten kunt u op de startknop drukken' zeggen de groene lettertjes in de display. Tsja. In die tijd valt er natuurlijk van alles te bezichtigen aan dit geval met waaierdeuren uit 1824, maar ik word er niet warmer op. Ik ben blij als ik weer met de wind kan vechten.

Kaart 35, 36, 37 (18 km) uit W. Stadhouders e.a.: Floris V-pad. Uitg. Wandelplatform-LAW Amersfoort. Openbaar vervoer is hier schaars. Taxi te Steenbergen tel. 0167563216.