Niets doen loont ook

Moeten beleggers nog eigen keuzes maken? Met index-fondsen en trackers hoeft men eigenlijk niet meer na te denken.

Wat te doen als belegger in deze dagen van misère? Als een chimpansee dartpijltjes gooien naar een aan de muur opgehangen koersenpagina met indexfondsen? Of toch maar geld pompen in een ordinair beleggingsfonds dat in pakweg Azië of de veelbelovende biotech-industrie investeert?

Financiële wetenschappers twijfelen geen moment. Stap in een indexfonds, stellen zij unaniem. Dat is een belegging waarbij een beursindex, in Nederland bijvoorbeeld de AEX, precies wordt nagebootst. Als een schaduw volgt het fonds de bewegingen van de graadmeter.

De wetenschappers motiveren hun keuze met een zee aan statistieken. De Nederlander Jenke ter Horst toonde in 1998 in een proefschrift aan dat drie van de vier beleggingsfondsen de index gedurende een jaar niet verslaan. Na tien jaar is dit zelfs opgelopen tot negen van de tien beleggingsfondsen. Een collega van Ter Horst, de Amerikaan Richard Grinold, komt tot vergelijkbare cijfers.

De getallen van de wetenschappers zijn onthutsend. Niet voor niets schreef de Amerikaanse auteur van boeken over beleggen Jim Jorgensen dat ,,het op Wall Street geen geheim is dat de meeste fondsbeheerders geniaal zouden lijken als ze gewoon in een beursindex investeren, het licht uitdoen en naar huis gaan''. Jorgensen slaat hiermee de spijker op zijn kop. Indexbeleggen is vooral eenvoudig. Indexen wijzigen zich doorgaans slechts één keer per jaar, daarna heerst serene rust.

Hoezo dure effectenresearch zoals bij beleggingsfondsen? Hoezo een bataljon goedbetaalde fondsmanagers? Hoezo ingewikkelde, mathematische modellen die op omvangrijke computersystemen draaien om de koersen proberen te voorspellen? Bij indexfondsen is het allemaal overbodig en dat biedt één groot voordeel. De kosten voor het beheer liggen bij indexfondsen aanmerkelijk lager dan bij beleggingsfondsen.

Dat is niet onbelangrijk. De kosten bepalen in hoge mate het rendement voor investeerders in actieve beleggingsfondsen. Deze fondsbeheerders zijn voortdurend bezig met het kopen en verkopen van effecten, waarmee vanzelfsprekend transactiekosten zijn gemoeid. De belegger in een fonds draait op voor de financiering van het wisselen.

Indexbeleggen heeft vanwege de evidente voordelen een hoge vlucht genomen. In Nederland investeerden institionele beleggers (pensioenfondsen, verzekeraars) in 1993 voor 6,5 miljard euro in indexproducten. In 2000 lag dat bedrag op maar liefst 147 miljard euro. Naar schatting hebben deze beleggers nu eenderde van hun vermogen geparkeerd via het volgen van een index.

Voor Nederlandse particuliere beleggers zijn de mogelijkheden voor indexbeleggen beperkt. Dat blijkt uit het beperkte aantal indexfondsen dat de AEX volgt. ABN Amro exploiteert een dergelijk fonds (ABN Amro AEX Index Fund) sinds 1987, en was daarmee lange tijd de enige partij. In april vorig jaar kwam ook verzekeraar Aegon op de markt met het indexfonds Parq. Daarnaast is er nog één buitenlandse partij in Nederland actief: het Luxemburgse Moderns Funds. Opvallend afwezig is Robeco, een van de grootste beleggingsmaatschappijen van Nederland.

Naast de indexfondsen is er sinds kort in Nederland ook nog een ander instrument om de graadmeter van de beurs te volgen. Deze staan bekend als `trackers' (volgers). Euronext blaast sinds vorig jaar hard in de bus om beleggers te stimuleren in trackers te stappen. Inmiddels heeft de fusiebeurs van Amsterdam, Parijs en Brussel 50 verschillende trackers geïntroduceerd zoals voor de AEX, FTSE 100 (index beurs Londen) en de Dow Jones index.

Het belangrijkste verschil tussen indexfondsen en trackers is dat de laatste continu verhandelbaar zijn, namelijk op elk moment dat de beurs open is. Bij indexfondsen kan je vaak maar één keer per dag in- of uitstappen, waardoor de index minder nauwkeurig wordt gevolgd dan bij trackers. Daarentegen hebben indexfondsen te maken met een verplichte kapitaalbelasting van 0,55 procent op het in te leggen bedrag. Trackers hebben dat niet, omdat deze belasting wordt omzeild doordat de aanbieders van trackers vanuit het buitenland te opereren.

Maar wat is aantrekkelijker? Geld steken in een indexfonds of juist in een tracker? De meningen zijn verdeeld. ,,Bij een tracker zijn de kosten voor een belegger lager dan bij een indexfonds'', stelt marketingmanager Huib Vermeulen van Euronext. Hoofddocent financiële markten Ben Jacobsen van de Erasmus Universiteit betwijfelt dat. ,,Je kan dat niet zomaar zeggen, er spelen te veel factoren een rol. Mijn indruk is dat iemand die relatief weinig geld te beleggen heeft, beter in indexfondsen kan stappen dan in trackers. Maar waar de grens ligt weet ik niet.'' Jacobsen is overigens op dit terrein niet geheel onafhankelijk, hij is adviseur bij indexfonds Parq.

Net zoals bij gewone beleggingsfondsen speelt ook nu weer het gebrek aan inzicht in de precieze kosten van indexfondsen en trackers een sleutelrol. Volgens Jacobsen is in ieder geval glashelder dat de kosten voor de belegger van `normale' beleggingsfondsen tussen de 5 en 10 procent bedraagt van het ingelegde bedrag. ,,Bij trackers en indexfondsen ligt dat naar schatting tussen de 1,5 en 2 procent.'' Vermeulen van Euronext bestrijdt dat. ,,De kosten bij trackers liggen op maximaal 1 procent.''

Hoe dan ook, het verklaart waarom Nederlandse banken en verzekeraars nog niet massaal in trackers en indexfondsen zijn gestapt. Deze instellingen verdienen volgens Jacobsen aanmerkelijk meer met `gewone' beleggingsfondsen dan met indexvolgers. ,,Het is naar mijn mening het best bewaarde bankgeheim: ze pakken goud geld met beleggingsfondsen.'' Een uitspraak die extra wrang wordt na lezing van één van de stellingen in het proefschrift van Jenke ter Horst. ,,Beleggingsfondsen doen weinig wat een slimme particuliere belegger niet ook zelf kan.''