Na de dotbom

Is er leven na de E-zeepbel? Investeerders en ondernemers zien na de dotcom-krach weer hoop gloren. `Na de crash is een bewustwording ontstaan: internet wordt nu op de juiste waarde geschat, als distributiekanaal.'

De directrice van een internationaal bedrijf kreeg een paar jaar geleden een idee: een elektronische ijzerhandel. Alle schroeven, boren, pluggen en spijkers op een website aanbieden, zodat de aannemer zijn materiaal vanaf de bouwplaats kon bestellen en in no time tegemoet kon zien. Dat dát nog niet bestond! Investeerders hadden er wel oren naar, zoals ze in die tijd op elk internetplan gretig ingingen. Er werd een management benoemd, dat lange dagen vergaderde over schema's, logistiek en bevoorrading. Maar vastberadenheid maakte langzamerhand plaats voor twijfel en ontgoocheling. Wie moest de website technisch gestalte geven? De schaarse specialisten zaten tot over de oren in het werk. Toen rees de vraag: zitten aannemers hier eigenlijk wel op te wachten? En ook: hoe reageert de reguliere ijzerhandel? Ten slotte werd het hele plan afgeblazen en het resterende geld geretourneerd.

,,Dit waren nog nette mensen'', zegt Mario Lap, directeur van Calyx Internet, een bedrijf in internetproviding en -beveiliging. Hij zag veel krakkemikkige initiatieven in een veel later stadium sneuvelen. In de gouden tijd, de jaren voorafgaand aan de crash van voorjaar 2000, gingen bedrijven nog prat op een hoge burn rate, de snelheid waarmee zij geleend geld opmaakten.

Calyx bevindt zich in het Science Park in de Amsterdamse Watergraafsmeer, onder hetzelfde dak als Twinning, de ooit door minister Wijers geïnitieerde en door Roel Pieper geleide broedplaats voor beginnende IT-bedrijfjes. Volgens Lap is over de opzet van Twinning niet goed nagedacht. ,,Ze haalden op deze peperdure locatie bedrijven binnen die iets op het net wilden verkopen. Hier zijn de snelste glasvezelverbindingen van Nederland. Die heb je daarvoor helemaal niet nodig.''

Tegenover een schreeuwend gebrek aan mensen die `een behoorlijke site kunnen optuigen' staat in deze wereld volgens de ondernemer een overvloed aan `management-yuppen': ,,Mensen met snelle babbels en veel Engelse termen, die snel hun zakken willen vullen. Zodra je de Ferrari's ziet verschijnen, is het foute boel. Er is heel veel gebakken lucht. Dan hoor je van die gesprekjes in de kantine: `Wat is je outsource?' Ze weten helemaal van niks. Van al die bedrijfjes is vrijwel niets over. Terwijl ze in hoog tempo ons belastinggeld hebben verstookt. Dat hadden ze beter kunnen steken in een Nederlands glasvezelnetwerk en de opleiding van technische mensen.''

Op de benedenverdieping van het gebouw schetst Marc Klamer van Twinning een genuanceerder beeld. Beginnende bedrijven die in een van de vier Twinning-vestigingen onderdak kregen ontvingen tot de helft van hun budget van Economische Zaken. De rest vonden ze veelal bij banken en investeringsmaatschappijen. Van de 55 `startups' die gedurende het driejarig bestaan met succes bij Twinning aanklopten zijn er 19 failliet of om andere redenen opgedoekt. Eén bedrijf was voldoende interessant om te worden overgenomen: uitgeverij Gopher, gekocht door Quote Media. Van de resterende 35 bedrijven maakt er slechts één winst met computergestuurde muzieksystemen voor de horeca.

Het ministerie van Economische Zaken stak 41 miljoen euro in de opzet van Twinning. De waarde van de Twinning-`portfolio' wordt periodiek gemeten; bij de laatste peiling, in 2000, was die met 20 miljoen euro gedaald. ,,Houdt het negatieve economische klimaat aan'', voorspelt Klamer, ,,dan valt nog een aantal van onze bedrijven.'' Maar er gloort hoop: Klamer ziet alweer meer geld voor internet loskomen.

Kookboek

Het eerste grote bedrijf van Twinning dat ten onder ging was Recipeweb. Dit elektronische kookboek annex culinair tijdschrift met vier buitenlandse vestigingen was opgezet door Oscar van Dijk, een nieuwe-media-entrepreneur die eerder het softwarebedrijf Domus met winst van de hand deed. Zijn nieuwe bedrijf werd in 1999 voor ruim 2 miljoen euro gesteund door een bank, waarna Twinning er een zelfde bedrag bij deed samen een derde van het benodigde bedrag. Het was een dure onderneming, want elke buitenlandse vestiging vereiste een `country-manager', een opmaker van de webpagina, en een culinair redacteur met kennis van de plaatselijke smaak en ingrediënten. Op de halve verdieping die Recipeweb in het Twinning-kantoor in beslag nam liepen op het laatst zestig mensen rond. Alleen al de personeelskosten beliepen 200 duizend euro per maand. Nadat voorjaar 2000 de internetzeepbel uiteenspatte, kon Van Dijk het geld van de bank waarop hij een optie had wel vergeten. Opeens geloofde geen investeerder meer in internet.

In juni 2000 nam Recipeweb nog een Zweedse concurrent over, in de hoop geldschieters met het nu verworven Europese monopolie over de streep te trekken. Maar vergeefs. In oktober 2000 verhuisde het bedrijf naar twee kantoorverdiepingen in Weesp, drie maanden later was het failliet. Ten onrechte, meent Van Dijk: de Nederlandse site was toen al winstgevend en dat zou eind 2001 gelden voor alle afdelingen. Er waren nota bene prachtige contracten afgesloten met sponsors de voornaamste inkomstenbron van Recipeweb. Van Dijk vroeg uitstel van betaling aan. De bewindvoerder slaagde er niet in Recipeweb bij een groot concern onder te brengen.

Een ander slachtoffer van de malaise was het bedrijf Hot Orange. Oprichter Roel de Hoop verkocht anderhalf jaar design- en trendy artikelen op zijn site. Hij werd in 1997 vermogend met de verkoop van zijn softwarebedrijf Prolin aan Hewlett-Packard en stak bijna een half miljoen euro in de opzet van zijn nieuwe onderneming. Van investeerders kreeg hij een kleine drie miljoen euro los om door te gaan. Hot Orange groeide uit tot de grootste Nederlandse online-retailer na Bol.com, maar de inkomsten wogen niet op tegen de kosten en investeringen. In de hoogtijdagen waren bij het bedrijf zestig mensen in dienst. Vorig jaar had de site, tot het faillissement in oktober, een omzet van 4,5 miljoen euro.

Nadat het klimaat was omgeslagen, klopte De Hoop vergeefs aan bij investeringsmaatschappijen. ,,Toen in mei 2000 de eerste grote dotcoms over de kop gingen, bedrijven waar voor honderden miljoenen was opgebrand, ontstond bij investeerders grote twijfel. En investeerders zijn net schapen: plotseling durfde niemand meer.'' Ook zijn pogingen om van individuele investeerders geld te lenen liepen spaak: ,,Ik klopte vergeefs aan bij een groot deel van de vermogenden van de Quote-top-100, maar zij vertoonden ook dat kuddegedrag. Zeven miljoen down the drain, terwijl we na een drastische sanering, met iets meer tijd en geld, waarschijnlijk wel winst waren gaan maken.''

Omdat hij zelf geldschieter en commissaris is van een investeringsfonds in technologiebedrijven kan De Hoop de radicaal omgeslagen investeerders wel begrijpen. In een tijd dat beurskoersen van technologiebedrijven kelderden kreeg het medium internet plotseling een negatieve klank. ,,Mensen die eerst meeholden toen het in was keerden zich er na de ommekeer weer even snel vanaf. Het was overhyped, vonden ze, niet meer sexy.''

Sentiment is in de wereld van het grote geld van oudsher een belangrijke raadgever. In optimistische zin, zoals tijdens de technologiehype was gebleken, maar nu ook in negatieve vorm. De `nieuwe economie', waar door beleggers onwaarschijnlijke bedragen in waren gepompt, had afgedaan. Internet en technologie werden weer gewaardeerd volgens dezelfde criteria als bedrijfstakken in de oude economie: wat kan ik met deze investering redelijkerwijs op welke termijn terugverdienen? En massaal richtten ze zich weer op het traditionele bedrijfsleven.

Huis zonder behang

Internetprovider Danny ter Haar, wiens bedrijf Cistron onlangs voor de tweede keer met een faillissement werd geconfronteerd, ondervond de kentering ook in de persoonlijke sfeer: ,,Zei je op een feestje dat je een internetbedrijf had, dan riepen ze: gefeliciteerd. En als ik dan zei dat ik ook in telecom en breedband zat, dan was ik de held, werd iedereen lyrisch. Maar na het debacle van World Online zeiden ze: gecondoleerd. Zo ervoer ik het ook. Ik heb mezelf nooit rijk gerekend, al had UPC een bod van vele miljoenen op Cistron uitgebracht. Ik wilde me niet met geld, maar met de techniek bewijzen. Mensen vroegen destijds: nu heb je zeker een boot in Cannes. Ik had niks, ben nooit naast m'n schoenen gaan lopen. Ik woon nog steeds in een huis zonder behang. Ik kom er alleen om te slapen. Het was alleen maar werk, werk, werk.''

De verhalen van failliet geraakte internetondernemers vertonen grote overeenkomsten. Eerst was er: het idee, dat in de vette jaren altijd met groot enthousiasme door de financiële wereld werd binnengehaald. Dan het keiharde werken, de razendsnelle groei en de hooggespannen verwachtingen. Vervolgens de teloorgang na de crash van begin 2000, gesitueerd rond de catastrofale beursgang van World Online. De deur naar het durfkapitaal ging hermetisch op slot.

De investeringen in ICT daalden, volgens opgave van de Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen, in een jaar tijd met 70 procent, naar 140 miljoen euro in 2001. In de ICT-sector gingen vorig jaar 403 bedrijven failliet, meer dan twee keer zoveel als het jaar daarvoor. In de eerste twee maanden van dit jaar steeg het aantal faillissementen met een derde. Als die trend doorzet, komt dit jaar het aantal faillissementen in de Nederlandse ICT-sector uit rond de 600.

Op de vraag of de ondernemers zich niet gek hebben laten maken in de internethausse van eind vorige eeuw, of op zijn minst een beetje naïef zijn geweest, luidt het antwoord veelal ontkennend. Als de investeerders het iets langer hadden volgehouden, is de teneur, waren ze nu, in afgeslankte vorm, uit de rode cijfers geweest. Grootspraak of werkelijkheid? We zullen het nooit weten. Naast de honderden dotcoms en startups in de informatietechnolgie die de afgelopen jaren sneuvelden raakten ook grote partijen in de markt in moeilijkheden. Lost Boys, internationale dienstverleners in internet en nieuwe media, ontsloeg vorig jaar 65 mensen en fuseerde met het Zweedse Icon Media Lab, een beursgenoteerd bedrijf dat na de crash 95 procent in waarde daalde. Onlangs moesten nog eens 350 personeelsleden vertrekken en sloot het bedrijf een aantal kantoren.

Volgens Eric van Heck, bijzonder hoogleraar bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit, is gedurende de `shake out' van de afgelopen jaren het kaf van het koren gescheiden. De in elektronische markten gespecialiseerde Van Heck constateert dat veel websites ontstonden zonder dat werd gedacht vanuit de gebruikers. In technisch opzicht zeer geavanceerde websites, die artikelen of diensten aanboden waarop niemand bleek te wachten. Zoals Domega, een on-line-bouwmarkt waar je interactief ideeën kon opdoen om je huis te verfraaien. En SwapitShop, een ruilmarkt voor kinderspeelgoed, te betalen met virtueel geld, de swapit.

,,Mensen komen niet alleen op de techniek af'', zegt Van Heck. ,,Ze moeten het ook willen gebruiken en kunnen vertrouwen.'' Een geslaagde site noemt hij die van de Pan-European Fish Auctions (PEFA.com), opgezet door internationale partijen in de vishandel en bedoeld om het Noord-Europese aanbod te koppelen aan de Zuid-Europese vraag. In 2001 verwerkte deze site meer dan een miljoen transacties. Juist omdat hij aansloot bij een behoefte in de branche zelf, stelt Van Heck, heeft zo'n site kans van slagen.

Drijfzand

Volgens de Rotterdamse hoogleraar is het geloof dat op internet geld te verdienen valt niet op drijfzand gebaseerd. Alleen gebeurt dat niet meteen, op grote schaal; het zal nog even duren, en langzaam zijn beslag krijgen. Dat de elektronische boekwinkel Amazon.com onlangs voor het eerst een bescheiden winst maakte geeft aan dat voor e-commerce een toekomst is weggelegd. En het succes van eBay, een elektronische vlooienmarkt met 42,5 miljoen gebruikers in 2001, bewijst volgens Van Heck dat een goed idee op internet zijn vruchten afwerpt.

,,Er was tot begin 2000 een enorm geldoverschot'', zegt Van Heck. ,,Dat leidde ertoe dat mensen met een heel dun plannetje toch de financiering rond kregen.'' Bovendien waren er te hoge verwachtingen over de bereidheid van de Nederlander iets op internet te kopen. Nederlanders zijn, anders dan Amerikanen, niet geneigd het medium als virtuele winkel te omhelzen. ,,We hebben het vaker gezien in de informatietechnologie'', constateert Van Heck. ,,De mogelijkheden worden op korte termijn overschat en de effecten op lange termijn onderschat. Neem de opkomst van de personal computer, toen men dacht dat het papierloze kantoor nabij zou zijn. De pc heeft weliswaar een enorme verandering teweeggebracht, maar de papierstroom is alleen maar toegenomen.''

Toch geloven de gefailleerde ondernemers nog altijd heilig in internet. Een adviesbureau, de fiscus en Siemens hebben samen een vordering van circa 4,5 miljoen euro op Cistron. Maar de voormalige, tweevoudige `Internetprovider van het jaar' biedt nu, via een niet door het faillissement geraakte BV, supersnelle breedbandverbindingen aan. En Ter Haar wil zich storten op mobiel internet, een ontwikkeling waaraan door optimisten een grote toekomst wordt toegeschreven. Ooit had hij 85 mensen in dienst, nu kenmerkt Ter Haar zich als een startup. ,,Ik heb 2.500 abonnees nodig om break even te draaien. Ik zit zonder centen, maar heb ervaring en veel drive.''

Ook Oscar van Dijk is volop aan het `doorstarten', samen met compagnon Michiel Colenbrander. De twee betrokken een kantoor in het NOB-complex te Hilversum, waar op initiatief van de gemeente, de provincie Noord-Holland en het NOB onder de naam Immovator een aantal nieuwemediabedrijven onderdak kreeg. De Nederlandse afdeling, Receptenweb.nl, bestieren ze zelf. In het buitenland wordt gezocht naar gegadigden die op eigen kosten en risico een franchise-overeenkomst willen sluiten. Daarnaast drijven Colenbrander en Van Dijk een consultancy- en interim-managementbedrijf. Gewapend met de ervaring van de afgelopen jaren adviseren de twee vooral IT- en internetbedrijven die in financiële moeilijkheden zijn geraakt. Hoe te saneren, te handelen bij surseance of een bedrijf weer vlot te trekken. Het adviseren neemt nu zo'n dertig procent van hun werktijd in beslag.

Eind vorig jaar, op het filmfestival IDFA, bij de première van de documentaire Startup.com over opkomst en ondergang van een Amerikaans internetbedrijf, ontmoette Oscar van Dijk andere gesneefde dotcommers. Hij ondervond bijval van mensen die in hetzelfde schuitje zaten. ,,Je houdt je kranig, maar het kost zes tot negen maanden voordat je er emotioneel vanaf bent. Ben je failliet gegaan, dan krijg je een stigma. Toen ik voor Domus bij de bank geld wilde lenen, kreeg ik het zonder veel moeite. Nu heb ik wel ervaring, maar ik zou waarschijnlijk geen geld kunnen krijgen. In Amerika redeneren ze, anders dan hier, dat een faillissement louterend is.'' Hij stapt nooit meer in een avontuur, leerde Van Dijk, waarvoor halverwege de rit nog meer geld nodig is.

Roel de Hoop ziet eveneens een mooie toekomst voor bedrijfsvoering op internet weggelegd. Zodra hij de kans krijgt, wil hij, gewapend met zijn ervaring, een nieuwe internetwinkel beginnen. ,,Het medium gaat de wereld veranderen. We hebben nog maar net het puntje van de ijsberg bekeken. Na de crash is een bewustwording ontstaan: internet wordt nu op de juiste waarde geschat, als distributiekanaal. Er wordt nu vanuit de oude economie naar gekeken: hoe kunnen we de kosten drukken en de verkoop verhogen? Bedrijven die niks met internet doen zullen op den duur verdwijnen.''

Als investeerder ziet hij juist nu mogelijkheden: ,,In technologiebedrijven die nieuwe, innovatieve dingen doen kan je nu voor relatief weinig geld interessante aandelen kopen. Een aantal bedrijven is nog maar een procent waard wat van wat ze ooit waard waren. Ik kies daar nu de mooiste krenten uit.'' Zijn investeringsmaatschappij heeft nog geen winst geboekt, maar het feit dat slechts een van de tien bedrijven waarin hij investeert failliet is gegaan noemt hij gunstig ten opzichte van andere ITC-investeerders.

,,E-commerce moet op den duur lucratief kunnen zijn'', zegt Eric van Heck. ,,Maar altijd zal gelden: hoe goed is het product en wat heeft men ervoor over? Het onderscheid tussen de wetten van de elektronische en de `gewone' markt valt weg. Ik heb nooit geloofd in de oude en zogenoemde nieuwe economie. Er is één economie die voortdurend verandert, mede onder invloed van de nieuwe technologie.''