`Muziek is niet gemaakt voor de tv'

Er zijn tv-zenders die alleen muziek uitzenden, maar een concert of opera boeiend in beeld brengen blijft moeilijk. Donderdag organiseerde de NPS in Amsterdam het symposium Toekomstmuziek. `Er is een nieuwe beeldtaal nodig.'

Het is relatief duur om te maken, wordt doorgaans uitgezonden op tijdstippen dat de gemiddelde tv-kijker de hond uitlaat (zondagmiddag) of slaapt (na middernacht), en is ook nog eens een fletse afspiegeling van het origineel. Wie de nadelen van concertregistraties opsomt, vraagt zich bijna af waarom de omroepen nog moeite doen om opera, jazz of pop op de beeldbuis te brengen. En kan dan rekenen op bijval van de professionals. ,,Slecht geluid, slechte belichting en een grote afstand tussen podium en kijker; ik word iedere keer weer teleurgesteld door opera op tv'', stelt mezzosopraan Jard van Nes.

De befaamde Mahler-vertolkster was één van de gastsprekers op het donderdag in Amsterdam gehouden symposium Toekomstmuziek. Organisator NPS besteedde vorig jaar 105 uur van zijn zendtijd aan muziekprogramma's en is daarmee een belangrijke partij op het gebied van concertregistratie. Maar aangezien ook deze omroep zich bewust is van lage kijkcijfers en hoge kosten was de kernvraag voor de middag: heeft de `klassieke' weergave van concerten en opera's zijn langste tijd gehad?

De aanwezigen waren het snel eens dat – zeker voor opera – adaptatie voor het kleine scherm noodzakelijk is. Simpele weergave is niet genoeg; het is te plat en statisch. Maar de meningen verschillen over hoever aanpassing mag of moet gaan. Regisseurs Bob Rooyens en Misjel Vermeiren zagen wel wat in het aankleden van registraties met los opgenomen tussenshots en het uitlichten van details met close-ups. Filmmaker Frank Scheffer daarentegen betoonde zich tegenstander van effecten omdat ,,opera al muziek en licht en theater is, daar moet je niet nog eens al te veel tv overheen leggen''.

Het radicaalste standpunt werd ingenomen door televisiemaker en muziekrecensent Roeland Hazendonk die simpelweg stelde dat ,,muziek niet is gemaakt voor tv''. In plaats van een integrale opera ziet hij liever een informatief programma over verschillende podiumkunsten: ,,Iets van 25 minuten met stukjes van voorstellingen erin dat mensen enthousiasmeert om naar het theater te gaan''. Deze methode zou volgens Hazendonk niet alleen goedkoper zijn, maar ook beter passen bij het medium televisie en bovendien veel makkelijker te plaatsen in de programmaschema's.

NPS-eindredacteur Henk van der Meulen vond het een te gemakkelijk standpunt. ,,Met al dat gehak in concerten wordt het een soort paralympics voor gefrustreerde tv-makers'', viel een briesende Rooyens hem bij. Om even later toch overstag te gaan: ,,Misschien moeten we opera-clips maken of speelfilms op muziek.''

En aangezien de grootste bezwaren van de televisiemakers over de huidige praktijk – nauwelijks manoeuvreerruimte in de zalen, oncoöperatieve diva's op de podia en een programmering die een breed publieksbereik bij voorbaat uitsluit – niet op korte termijn oplosbaar lijken, moet er misschien inderdaad naar alternatieven gekeken worden.

De nieuwe media bieden in ieder geval mogelijkheden als online archieven, on demand tv en goedkope registratie met een soort bewakingscamera's, die volgens Frans Alsema, voormalig VPRO-producer en tegenwoordig directeur van Ysfontein Interactieve Media, ,,een nieuwe beeldtaal en een nieuw soort muziekprogramma zullen opleveren''. Toegegeven, ook hier zijn nog obstakels, vooral in technische en auteursrechtelijke zin. ,,Maar televisie is niet heilig als medium. Er komt een verandering in concertregistraties en die verandering is een verbetering.''

Het symposium is vanaf 18/3 integraal te zien op www.nps.nl/toekomstmuziek