Kwetsende moslims (1)

In zijn bijdrage `Islam kwetst Nederland, het kreupele debat over de islam' (Z, 2 maart) betoogt Hafid Bouazza dat moslims te weinig de hand in eigen boezem steken. Zij stellen het in zijn ogen groeiende radicalisme en extremisme in hun gelederen niet voldoende aan de kaak.

Sinds 11 september is dit `groeiende extremisme' een geliefd onderwerp in de media. Op zich niet onbegrijpelijk, maar helaas is nuance vaak ver te zoeken. Gedegen achtergrondinformatie is kennelijk niet noodzakelijk.

`Sweeping statements', daar kun je op dit moment mee scoren. Dan haal je de media. Eenieder die complotten op het spoor is en waarschuwt voor de naïviteit van de Nederlandse samenleving en de overheid ten aanzien van islamitisch radicalisme, kan rekenen op flink wat aandacht. Dat geldt in het bijzonder voor diegenen die zelf een islamitische achtergrond hebben. Als mensen als Bouazza waarschuwen voor extremisme, dan moeten we kennelijk extra alert zijn. Hij kan het weten, denken velen. Dat Bouazza meer over dit onderwerp zou weten omdat hij zelf een islamitische achtergrond heeft (zo hij die heeft), is natuurlijk onzin.

Uit het artikel, evenals dat van 20 februari blijkt dat hij niet verder komt dan het verkondigen van een paar, vaak ook feitelijk onjuiste gemeenplaatsen over het karakter van de islam. Dat is informatie die ook iedere niet-moslim in allerlei geschriften kan terugvinden. Nu is het natuurlijk geen probleem dat Bouazza zijn mening verkondigt. Dat hij niets van religie moet hebben is zijn zaak. Ergerlijk en hypocriet wordt het als Bouazza in het artikel beweert dat hij geen pratend hoofd wil worden, maar tegelijk wel handig gebruikmaakt van zijn achtergrond en aan elk programma dat het wil horen zijn medewerking verleent. Hij weet heel goed dat het publiek zijn uitspraken met andere ogen bekijkt vanwege zijn herkomst. Je krijgt haast de neiging te denken dat hij hier over de rug van moslims de publiciteit probeert te halen.

Als Bouazza integer is, dan moet hij ondubbelzinnig duidelijk maken dat zijn herkomst geen enkele garantie biedt voor gedegen kennis over het reilen en zeilen van de islam, noch in de landen van herkomst, noch in Nederland.