Kind en koopkracht

Zelden reageer ik op stukken in de krant, maar deze keer schoot mij een zinnetje uit het artikel over kinderopvang (Z, 2 maart) in het verkeerde keelgat. Namelijk waar Anja, de moeder van Juno zegt: ,,En wij hebben twee dagen per week dat we tot half zes niet naar hem om hoeven te kijken.''

Deze vrouw praat, alsof ze met een voorwerp bezig is, in plaats van met een kind. Waar heeft ze eigenlijk een kind voor gekregen? Dat vraag ik me wel van meer ouders af die, vanaf de geboorte van hun kinderen, hen alleen maar zien tussen zes en zeven 's avonds als ze zelf doodmoe van hun werk terugkomen, of wanneer ze hen 's morgens vroeg in een hurrie de deur uit doen. Vroeger deed je de was de deur uit, maar dat doe je nu met je kinderen. Kinderen hebben betekent voor sommigen het doen van een vervelende klus, waar je dan voorlopig een tijdje niet meer naar om hoeft te kijken. De kinderen zijn een mooi statussymbool en verder hebben ze geen rechten. Ze hebben het maar te accepteren dat vader en moeder de hele week alleen maar bezig zijn met geld vergaren.

Ik houd mijn hart vast voor de toekomst van deze kinderen en van de hele maatschappij. Emancipatie is prima. Dat vrouwen hun eigen beroep aanhouden en hun eigen geld verdienen is uitstekend. Maar je kunt ook allebei 20 uur werken en allebei zelf voor je eigen kinderen zorgen. Dat was in eerste instantie de bedoeling van de vrouwenemancipatie, namelijk dat ook de man zijn aandeel in de kinderopvoeding zou nemen. Maar dat vrouwen zich nu laten misbruiken door de economie om bijna fulltime banen te vervullen naast de fulltime baan van hun man, en daar hun jonge kinderen aan op te offeren, dat stemt mij zeer zorgelijk.