IN NIEUWE ANALYSE VAN BORSTKANKERSTUDIE DAALT STERFTE MET 21%

Een heranalyse en uitbreiding van langlopende Zweedse onderzoeken naar het effect van borstkankerscreening op de sterfte onder vrouwen laat een daling van de sterfte aan borstkanker met 21% zien. De sterfte aan alle doodsoorzaken daalde met 2,3% in de groep vrouwen die werd gescreend (The Lancet, 16 maart). Dat is ``niet onverwacht voor een ziekte die maar matig bijdraagt aan de sterfte,'' schrijven twee Canadese kankerdeskundigen als commentaar op het onderzoek dat met 10 pagina's ongekend veel ruimte in The Lancet krijgt. Van alle vrouwen sterft ongeveer 4% uiteindelijk aan borstkanker. Dus ``zelfs een reductie van 21% van de borstkankersterfte is nauwelijks meetbaar als de sterfte aan alle doodsoorzaken de toetssteen is.''

``De baten van borstkankerscreening bestaan echt, maar zijn matig,'' schrijven de commentatoren tenslotte.

De Zweedse onderzoeken onder bijna 250.000 vrouwen bevatten de sleutel voor de discussie over het nut van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker dat in een dertigtal ontwikkelde landen bestaat.

De Deense onderzoekers Gøtzsche en Olsen publiceerden in 2000 en 2001, eveneens in The Lancet, zware kritiek op de kwaliteit van de bestaande onderzoeken naar de sterftereductie door borstkankerscreening. Slechts twee onderzoeken voldeden aan minimale kwaliteitscriteria, vonden de Denen, en die onderzoeken lieten geen daling van de sterfte aan borstkanker zien. De Denen vonden ook dat niet alleen de sterfte aan borstkanker telt, maar ook de sterfte aan alle kanker (niet altijd is duidelijk waar een uitgezaaide tumor oorspronkelijk vandaan komt) en aan alle doodsoorzaken (de behandeling van kanker kan de dood aan hart- en vaatziekten bespoedigen). De Denen schoven de positieve resultaten van de meeste Zweedse onderzoeken (die wel een verminderde borstkankersterfte te zien geven) terzijde omdat ze slecht waren uitgevoerd.

De nu gepubliceerde analyse wil die kritiek weerleggen. De onderzoekers verschaffen basisgegevens ``die nog niet eerder zijn gepubliceerd''. En ze vullen de gegevens aan: het lot van de bijna 250.000 deelnemende vrouwen is nu gemiddeld 15,8 jaar gevolgd.

De kritiek van de Denen heeft in alle Westerse landen geleid tot heroverweging van het nut van borstkankerscreening. In Nederland heeft een commissie van de Gezondheidsraad begin vorige week minister Borst (volksgezondheid) geadviseerd om door te gaan met het bevolkingsonderzoek naar borstkanker onder vrouwen van 50 tot 75 jaar. De Gezondheidsraad beschikte al over de resultaten van de nu gepubliceerde Zweedse studie. In de Verenigde Staten heeft een staatscommissie onlangs zelfs vrouwen vanaf 40 jaar aangeraden om hun borsten te laten screenen. In enkele Zweedse studies werden vrouwen vanaf 40 jaar gescreend, maar een nuttig effect van borstkankerscreening wordt vooral gevonden bij vrouwen vanaf 55 jaar.