Ik kan... kozijnen repareren

Een rot kozijn is een altijd lelijke tegenvaller. Laten herstellen door de timmerman is tegenwoordig nauwelijks mogelijk: voor zo'n klein karweitje is er geen vakman te krijgen. En alle kozijnen vervangen – beter voorkomen dan genezen – is een dure grap, tenzij het huis toch toe is aan een andere pui. Er zit vaak weinig anders op dan zelf doen. Doe dat in de zomer, het liefst tijdens een periode van droog weer. Een goede aanleiding is de komst van de schilder.

Meestal is maar één kozijn rot. Je komt daar achter door met een enigszins botte priem in de hoeken van het kozijn te prikken. Door een constructiefout, door goedkoop vurenhout (of grenen met spint), door verwaarloosd onderhoud, maar vooral door een combinatie daarvan is het hout ingewaterd en kreeg een schimmel zijn kans. Het verrotte hout is zacht en anders van kleur dan het gezonde hout.

Meestal beperkt de schade zich tot een enkele hoek. Kap het rotte deel weg met een beitel of een guts en neem nog wat extra centimeters gezond hout weg om er zeker van te zijn dat er geen schimmel meer zit Is de schade beperkt, dan valt het gat op te vullen.

Droog het hout nu eerst grondig. Krab de verf in de omgeving weg, gebruik een haarföhn of laat de zon het werk doen. Wees voorzichtig met een verfbrander. Die kan het hout doen verkolen. Na een regenbuitje kun je opnieuw beginnen, dus plak de omgeving tijdelijk af met plastic en tape.

Is het hout eenmaal goed droog, dan kan het opvullen beginnen. Er zijn verschillende vulmiddelen in de handel voor dit soort karweitjes, maar de beste reparatie krijg je met tweecomponenten kunststof. Wie eenmaal met kunststof heeft gewerkt, bemerkt dat een heleboel reparaties vrij gemakkelijk zijn – je moet alleen de juiste spullen in huis hebben. Goede tweecomponentenmaterialen zijn niet in iedere klushal of verfwinkel te krijgen. Op internet vind je ze met trefwoorden als polyester, epoxy en hars. Koop injecteerhars en epoxyplamuur.

Het uitgehakte kozijn behandel je voor met injecteerhars. Dat is een dunvloeibare polyester die je met een kwastje opbrengt en die in het hout trekt. Houd je precies aan de voorschriften van het product – bij de verharding van polyester komt het op de juiste temperatuur, op goede menging en op de juiste luchtvochtigheid aan.

Bespaar bij het werken met tweecomponentenproducten niet op (wegwerp) handschoenen, op mengbekertjes en op spatels. Houd voldoende lapjes bij de hand om foutjes te corrigeren. Vermijd huidcontact en het inademen van de dampen.

Na een uur behoort het impregneermiddel grotendeels te zijn uitgehard en kan het gat worden opgevuld. Epoxyplamuur heeft als eigenschappen dat het tijdens uitharding nauwelijks krimpt en dat het behoorlijk hard is – gemakkelijk wegschuren is er niet bij. Werk dus zorgvuldig. Snijd tijdens de uithardingsfase overtallige randjes weg.

De uitgeharde epoxy vormt door de impregneerhars één geheel met het hout en is zeker zo sterk. Het is volledig watervast, maar moet wel goed geschilderd worden: het is niet uv-bestendig.

Als het kozijn over een groter gedeelte is aangetast, kan er beter een nieuw stuk hout worden ingelijmd. Zaag een stuk hout van dezelfde houtsoort nagenoeg pas. De nerf van het vulstuk moet in dezelfde richting liggen als het bestaande hout. Enkele millimeters kleiner is geen bezwaar: deze ruimte wordt door de lijm overbrugd. Gebruik epoxy- of tweecomponenten houtlijm.

De voorbehandeling gaat min of meer op dezelfde wijze als opvullen met plamuur. Dus eerst het hout goed drogen en impregneren, ook het vulstuk. Na uitharden het vulstuk met de juiste hoeveelheid lijm aanbrengen. Steek de lijmrandjes met een beitel weg. Wegschuren is haast ondoenlijk.

Het kozijn kan er nu weer jaren tegen. Als het nog even duurt voor de schilder komt, zet er dan vast een paar laagjes verf op.