Huppeldoolhof

De sociale dienst in Rotterdam heeft het moeilijk. Reorganisa- ties, misbruik, cliënten die gepamperd moeten worden. En deze week Pim Fortuyn: `Mijn gemeente weigert bijstands- fraude te bestraffen.'

In Delfshaven zien ze dat anders. `Wij voeren de regels uit die anderen opstellen.'

Drieëntwintig jaar geleden kreeg hij in de verffabriek een plank op zijn hoofd. Sindsdien werkt hij niet meer: veel hoofdpijn, vaak rugpijn. De 48-jarige Marokkaanse man die zich vanmiddag meldt bij de Rotterdamse sociale dienst heeft zijn vrouw, veertig, bij zich. En de jongste van zijn vier zonen, die zeven is.

Het dossier is een paar centimeter dik. Een uittreksel uit het bevolkingsregister, kopieën van identiteitspapieren, van ziekenfondspapieren, van het huurcontract. Maar vooral veel bonnetjes en beschikkingen van de bijzondere uitkering, een stelsel van financiële bijdragen waar bijstandsgerechtigden een beroep op kunnen doen.

Deze keer heeft hij een verwijsbriefje van de huisarts en een uitnodiging van de afdeling neurologie van het ziekenhuis meegenomen. ,,Misschien wilt u daar ook een kopie van?'' Dat is niet nodig, zegt de `contactueel medewerker dienstverlening', een uitzendkracht. ,,Uit de herkeuring blijkt dat u niet meer hoeft te werken.''

De man kreeg de oproep te verschijnen voor een `heronderzoek', de vorige keer was anderhalf jaar geleden. Hij heeft bankafschriften van de afgelopen drie maanden meegenomen. De medewerker bekijkt ze. De bankafschriften zijn ,,dik in orde''. Dan zegt de man dat zijn jongste zoon een nieuw bed nodig heeft. Daarvoor, zegt de medewerker, kan hij een beroep doen op de `zevenhonderd gulden regeling voor duurzame gebruiksgoederen', tegenwoordig uitgedrukt in euro's. ,,Maar daar moet u een keer apart voor komen.''

Ten slotte belooft de medewerker nog contact op te nemen met de school die de vrouw, die volgens de regels van de wet nu moet gaan werken, heeft afgewezen voor een talencursus. De vrouw spreekt geen Nederlands. De man laat de afwijzing zien. `Er is op dit moment helaas geen docent voor de lesgroep', schrijft de school.

Werk boven inkomen is het parool in uitkeringsland. Ook de harde kern werklozen (of hun vrouwen) moet weer aan het werk. Dus ook de bijstandsgerechtigden die staan ingeschreven bij de `dienst sociale zaken en werkgelegenheid' van het `district Delfshaven', Rotterdam. De stad heeft ruim veertigduizend bijstandsgerechtigden, verspreid over vijftien kantoren in negen districten. District Delfshaven, 122 nationaliteiten, kent relatief veel achterstandswijken: Spangen, Tussendijken, Schiemond. Bijna tienduizend van de in totaal vijftigduizend mensen tussen de vijftien en vijfenzestig jaar oud in de deelgemeente leven van een uitkering. Van hen ontvangen 4.400 bijstand.

Dat aantal moet omlaag. Dus laat de dienst tegenwoordig vaker mensen langskomen voor een heronderzoek, worden allochtonen verplicht tot deelname aan speciale projecten en koopt de dienst `reïntegratietrajecten' in: cursussen en andere hulp die bijstandsgerechtigden aan het werk moeten krijgen. In Delfshaven heet het reïntegratiebedrijf TMP, tie-èm-pie. De Amerikaanse multinational, die in meer dan dertig landen aan human capital management doet, heeft intussen in vier steden een reïntegratiebedrijf.

Maar het is niet de nieuwe zakelijkheid waar medewerker Martin Rath (48) zich aan stoort. ,,Wat je in de maatschappij ziet, zie je hier ook. Dus ook het hele privatiseringsgebeuren. Daar kun je een mening over hebben. Mijn mening is: niet te veel privatiseren. Maar TMP doet goed werk.'' Nee, Martin Rath, ,,22 jaar in dienst'', stoort zich eraan dat de veranderingen bij de sociale dienst de afgelopen decennia over elkaar heen buitelden. ,,Elke keer weer een andere naam. Gemeentelijke sociale dienst; dienst sociale zaken en werkgelegenheid. De ene reorganisatie volgde de andere op. Dan moest het weer kleinschaliger, dan weer grootschaliger. Waar zit de winst, vraag je je dan af.''

Wie Martin Rath vraagt naar zijn functie stelt hem een moeilijke vraag. ,,Ik ben eh ... consulent. Nee, wacht. Ik ben ... eh ... ik ben contactueel medewerker dienstverlening.'' Thea van Rijn (56) in antwoord op dezelfde vraag: ,,Ik ben officieel eh ... medewerkster sociale dienstverlening. Geloof ik. Toen ik begon, heette het bijstandsmaatschappelijk werkster. Daarna was ik medewerkster ... jemig, dat klopt niet. Ik ben ook nog consulente geweest ... Sorry, ik weet het niet.''

Snorfietsen

Reorganisatie volgde op reorganisatie, kritiek op kritiek. De Rotterdamse dienst moest zich herhaaldelijk opwerken uit diepe dalen. In de jaren zeventig stelde Ien Dales als directeur na een grote fraude-affaire orde op zaken. Dat viel zelfs in Den Haag op. Dales werd gevraagd staatssecretaris van Sociale Zaken te worden. Medio jaren negentig, in de tijd dat de medewerkers `girogluurders' en `tandenborsteltellers' heetten, zorgde de `affaire-Krosse' voor veel ophef, ook intern. Het beleid van de toenmalig directeur stuitte op groot verzet, wegens zijn robuuste en weinig diplomatieke optreden. Na twee jaar werd Krosse oneervol ontslagen. Hij had privé-uitgaven gedaan op kosten van de sociale dienst. Daarna belandde de dienst in rustiger vaarwater.

Maar dat duurde maar even. Sinds twee jaar ligt de dienst weer onder vuur. Minister Vermeend van Sociale Zaken, die sinds zijn aantreden de sociale diensten hard aanpakt, dreigde onlangs nog zijn ambtenaren op de dienst af te sturen als die niet meer haast maakte met een eerder afgesproken `verbeterplan'. Het verbeterplan kwam af. De dienst schortte van uitkeringsgerechtigden die niet waren komen opdagen voor hun heronderzoek de uitkering tijdelijk op, op het laatst van meer dan drieduizend mensen tegelijk. Velen van hen kwamen alsnog.

Ook Pim Fortuyn, winnaar van de gemeenteraadsverkiezingen, schaarde zich deze week onder de criticasters van de sociale dienst. In De puinhopen van acht jaar Paars schrijft hij dat veel gemeenten ,,weigeren om serieus werk te maken van het opsporen en keihard bestraffen van bijstandsfraude''. ,,Mijn gemeente, Rotterdam, geeft daaraan geen prioriteit. Ze heeft belangrijker zaken te doen.'' Hij wil sociale diensten en wethouders ,,dwingen zich aan de wet te houden, bij ernstige overtreding daarvan dient ontzetting uit het ambt c.q. ontslag uit de ambtelijke dienst te volgen''. En: ,,Bij al die uitkeringsloketten staat een ambtenaar die, als je het goede verhaal vertelt – als je dat niet kunt, zijn er specialisten die je kunnen vertellen hoe en wat je moet vertellen – zorgdraagt voor een uitkering.''

En daarnaast worstelt de dienst ook nog eens met zichzelf. Weliswaar zijn de onderzoeken en kortingen waar de minister mee dreigde niet doorgegaan. Maar ,,de nieuwe fase'' die volgens het jaarplan ,,nu aanbreekt'' is voorafgegaan door moeizame jaren. Jaren waarin, aldus het jaarplan, ,,de dienst werd gereorganiseerd, een nieuw automatiseringssysteem heeft moeten invoeren, inhaalslagen heeft moeten maken in de uitvoering van de algemene bijstandswet en financiële taakstellingen heeft verwerkt''.

In Delfshaven is de sociale dienst ondergebracht in een verbouwd fabriekspand waar ooit snorfietsen werden gefabriceerd. Ruime, stille gangen, alles zacht wit, oranje en warm rood. Centraal ligt de grote hal, met spreekruimtes en brede balies. Boven elke balie hangt een balk. De medewerkers noemen die de `klappenvanger': de balk is bedoeld om het agressieve klanten moeilijk te maken plotseling naar een medewerker uit te halen. Agressie komt ondanks de rustige inrichting geregeld voor. Een keer of twee per maand wordt aangifte gedaan.

Een van de gevolgen van de laatste reorganisatie, twee jaar geleden, is dat Martin Rath en Thea van Rijn nu deel uitmaken van een `contractteam', waarvan er drie zijn. Een contractteam verstrekt de lopende uitkeringen van bijstandsgerechtigden en houdt allerlei zaken bij. Er is ook een `ontvangstteam', voor de eerste opvang van mensen die een uitkering aanvragen. Werden de dossiers die ze opstellen vroeger nagekeken door een juridisch geschoold medewerker, tegenwoordig hebben de contactueel medewerkers een brevet en stellen ze zelf met hulp van de computer een `werkproces' op.

Heeft de nieuwe opzet het werken ook verbeterd? Thea van Rijn: ,,Het gaat sneller. Het is hetzelfde werk, alleen stelt nu het systeem de vragen. Die beantwoord je en dan rolt er een `ja' of een `nee' uit de computer.'' Rath: ,,Maar ik vind het wel jammer dat we nu weer een centrale aanpak hebben. Die contractteams, die noemden we eerst wijkteams. En die zouden min of meer autonoom worden. Maar dat is niet doorgegaan. Dus wat krijg je? Ik praat met iemand en die wil werken. Dan vul ik een formulier in. Dat formulier stuur ik naar TMP. Zij nodigen die persoon uit. En dan houden ze dat gesprek nog een keer. Dat is dubbel werk. Als het kleinschaliger is, loop je even naar elkaar toe.''

Schizofreen

Ron Hersbach (42), `districtsmanager' van Delfshaven, ziet vooral voordelen in de centrale aanpak. Hersbach komt uit Den Haag, waar de sociale dienst beter staat aangeschreven. Hij werkt sinds 1 september in Rotterdam. Had de decentralisatie doorgezet, dan was zijn aanspreektitel `directeur' geweest. Hersbach: ,,Centralisatie is goed als je dingen inzichtelijk wilt maken: wat gebeurt er precies, hoeveel tijd kost dat. Er zijn bij deze dienst de afgelopen jaren veel reorganisaties geweest, met evenzoveel directeuren. In zo'n situatie gaan mensen in de organisatie overleven. Ze stellen hun eigen prioriteiten. Daardoor kreeg je die achterstanden: te weinig heronderzoeken bijvoorbeeld.''

Of ontstond er een cultuur om mensen te beschermen. Neem het aantal klanten voor wie de sociale dienst de uitkering beheert; de huur betaalt, de energierekening voldoet, de belastingen afhandelt. Voor sommigen kan het niet anders. Zoals voor de schizofrene, drugsverslaafde Marokkaanse man die deze dinsdagmiddag langskomt. De bank heeft zijn rekening gesloten omdat hij voortdurend rood stond. Daardoor kan de sociale dienst, die al zijn huur en energierekening betaalt, zijn uitkering niet overmaken. Hij zou eigenlijk contant geld moeten ophalen op het Rodezand, de gemeentekas achter het stadhuis. Daar staan elke donderdagochtend honderden drugsverslaafden om er hun geld op te halen. Er is politie, maar het risico van beroving is groot.

Martin Rath heeft geregeld dat de man zijn geld ergens anders op kan halen: bij de kas van het hoofdkantoor van de sociale dienst, waar het veel rustiger is. De man, een jaar of vijfentwintig, zwarte jas, zwarte broek, wil daar ook nu weer geld gaan halen, ,,honderd euro, dat heb ik echt nodig''. Rath vindt het wat veel – ,,Is dat niet gevaarlijk?'' – maar klikt toch door het computerprogramma. ,,Over een uurtje kun je er terecht.'' Ook Thea van Rijn kent hem: ,,Zo iemand, daar heb ik nou echt mee te doen. Ik vind: je moet kunnen eten en een dak boven je hoofd hebben. Dat is de basis. En daar zorgen wij voor. Daarom betalen wij ook zijn vaste lasten.''

Vervolg op pagina 28

Huppeldoolhof

Vervolg op pagina 27

In Rotterdam beheert de dienst sociale zaken en werkgelegenheid van zo'n vijfhonderd mensen de uitkering, met een systeem van kasvoorschotten en betaling van de vaste lasten. Eentiende van de `cliënten inkomensbeheer', zoals het jaarplan van de dienst ze noemt, valt onder de verantwoordelijkheid van Delfshaven. Ron Hersbach: ,,Soms moet je het zo doen. Maar eigenlijk vind ik het verkeerd om alle vaste lasten van iemand te betalen. Het wordt gezien als een soort service: de premies, de huur, de energierekening, de sociale dienst zorgt ervoor. Maar je moet voor mensen de situatie nabootsen dat ze werken.'' Hersbach wil daar, nu de achterstanden in de heronderzoeken zijn weggewerkt, ,,nog dit jaar'' een ,,slag mee maken''. ,,Duidelijker worden over wat mensen wel en niet van ons kunnen verwachten. Niet meer automatisch zo'n service aanbieden. En bij de bestaande gevallen het heronderzoek gebruiken om het eens aan de orde te stellen.''

De zakelijker aanpak bij de dienst uit zich ook op andere manieren. Het aantal heronderzoeken per contactueel medewerker bijvoorbeeld wordt niet alleen geteld, elke medewerker moet er ook een bepaald aantal halen. Thea van Rijn: ,,Het is nu meer prestatiegericht. Het is belangrijk geworden hoeveel je aflevert. Dat vind ik goed. Maar mijn gevoel erbij is wel anders geworden.'' Martin Rath: ,,Veel dingen zijn nu efficiënter. Dat komt ook door de automatisering.''

De automatisering betekent dat op elke balie een computer staat waar de medewerkers de gegevens van de klanten op intikken. Het systeem heeft objectiviteit en tijdwinst gebracht, al gaat dat laatste niet altijd op. Neem het gezin met de vier zonen dat voor een nieuw bed een beroep wil doen op de `zevenhonderd gulden regeling'. Het gezin heeft recht op een bijzondere uitkering omdat het ,,drie jaar of langer'' een inkomen op bijstandsniveau heeft, zoals een speciaal voorlichtingsgidsje van de dienst meldt. Onder die bijzondere uitkering valt voor kinderen bijvoorbeeld geld voor schoolreisjes, sportkleren voor school en het lidmaatschap van een vereniging, tot een maximum van 190 euro per jaar per kind.

Voor het aanvragen van een bijzondere uitkering zijn formulieren verkrijgbaar. Maar die begrijpt niet iedereen. Martin Rath: ,,Mensen komen vaak hier om het in te vullen, want anders gaat het mis. Dan staat er bijvoorbeeld: mijn huisarts vindt dat ik er nodig een weekje tussenuit moet.'' Het betekent dat contactueel medewerkers veel tijd kwijt zijn aan het verstrekken van relatief kleine bijdragen in levensonderhoud. Rath: ,,Een aanvraag op de computer uitwerken kost een uur, eerder ben je niet door het programma heen. Dus voor vijfendertig gulden sportschoenen is iemand met mijn salaris een uur bezig.''

Het zou makkelijker zijn om alle gezinnen met vier kinderen geld te geven voor sportschoenen. Maar zo gaat dat niet. De sociale dienst moet alles `individualiseren'. Rotterdam experimenteert nu met een `formulierenbrigade', vijftien met laptops uitgeruste specialisten die op huisbezoek gaan om te helpen bij het invullen van formulieren. Hersbach: ,,Je moet het zo zien: wij voeren de wet uit en we proberen dat zo efficiënt mogelijk te doen. Wij hebben de wet niet bedacht, dat hebben andere mensen gedaan. Wat wij wel kunnen doen is het invullen van formulieren combineren met de heronderzoeken, want dat spaart tijd. Of mensen helpen met invullen.''

Hersbach kwam achttien jaar geleden bij de sociale dienst, als baliemedewerker. Altijd worden volgens hem sociale diensten aangekeken op zaken waar ze geen invloed op hebben. ,,Wij voeren de regels uit. En als we ze dan uitvoeren, is het vaak niet goed. Bijvoorbeeld de regel dat alleenstaande moeders met kinderen boven de vijf jaar moesten gaan werken. Die voerden we uit en toen waren we opeens te hard. Maar wij deden alleen maar wat in de wet stond.''

Veel kritiek heeft volgens hem ook te maken met ,,de tijdgeest''. Die legt sociale diensten ,,de ene keer dit, de andere keer dat'' op. Hersbach: ,,Ik herinner me Elske ter Veld. Die vond dat mensen met opgeheven hoofd de sociale dienst binnen moeten kunnen komen, want iedereen had recht op een uitkering. Dat is nog helemaal niet zo lang geleden.'' Hij ziet de sociale dienst als ,,een deel van de samenleving'' die lange tijd ,,een aantal zaken niet heeft benoemd''.

Hersbach: ,,Ik vind het ook niet eerlijk om mensen aan te rekenen dat ze gebruik maken van de mogelijkheden van de wet. Zelf denk ik dat als je besloten hebt in een ander land te gaan wonen, je bijvoorbeeld de taal zou moeten leren. Maar dat is mijn persoonlijke mening. Als samenleving zijn wij met een grote boog om dit soort vraagstukken heen gelopen. En dan komt Pim Fortuyn. En nu zeggen ze allemaal dat ze er wat aan gaan doen. Een beetje laat als je het mij vraagt.''

Ook Martin Rath vindt dat. Rath: ,,Stel je jezelf voor. Iemand zegt tegen jou: je mag verhuizen naar een subtropisch land, daar krijg je een huis met een zwembad en vijf keer zoveel geld als nu. En je hoeft er niks voor te doen. Je krijgt het gewoon. Zou jij daar dan `nee' tegen zeggen?''

Wie wel werkt, wordt daar ook niet altijd voor beloond. Deze middag verschijnt een jonge Surinaamse vrouw aan de balie: een alleenstaande moeder, die parttime crècheleidster is. Als ze 16 uur werkt, krijgt ze 180 euro meer dan haar uitkering van 867 euro. Maar deze maand heeft ze 28 uur gewerkt. ,,Dat is nou heel vervelend'', mompelt Martin Rath. De vrouw verliest deze maand haar `vrijlating' voor parttime werkers met kinderen. De twaalf uur extra werk levert haar geen cent extra op. ,,U zit in het vervelende tussenstukje'', zegt Rath. De vrouw had het zien aankomen. ,,Maar ik dacht: ik doe het toch maar.''

De medewerkers van de sociale dienst krijgen geregeld te maken met mensen die er niet op vooruit gaan als ze gaan werken, doordat ze dan op allerlei gunstige regelingen geen aanspraak meer kunnen maken. Rath zou ,,wel eens uitgerekend willen zien'' hoeveel de inkomsten van een gezin dat alle mogelijkheden benut van de bijzondere uitkering en andere regelingen, zoals huursubsidie, verschillen van ,,iemand met een modaal inkomen''. ,,Dat zou wel eens bij elkaar in de buurt kunnen liggen.''

Maar ook hij vindt dat ,,je dat die mensen niet kunt aanrekenen''. Net zomin als het feit dat er bedrijven zijn die geld verdienen aan het verstrekken van bijstandsuitkeringen. Zoals TMP of Kooienga Group bv, het bureau waar de dienst uitzendkrachten van betrekt. Rath: ,,Als er een personeelstekort is, zijn er bedrijven die daarop inspringen. Die vinden dan mensen en verhuren ze weer door voor een hogere prijs, lease-auto erbij, tsja, dat is gewoon slim. Zelf probeer ik een vertrouwd gezicht voor mensen te zijn, dat ik wat over hun familie weet, hun omstandigheden ken. Maar in die huppelwereld gaat dat nu eenmaal anders. En paar maanden in dienst en dan vertrekken ze weer.'' Delfshaven heeft nu nog vijf uitzendkrachten op een totaal van zeventig medewerkers. Intussen is besloten een intern uitzendbureau op te zetten, een soort buffer waar alle districtskantoren een beroep op kunnen doen. Maar dat uitzendbureau is er nog niet.

En dan het inhuren van TMP, dat kantoor houdt op dezelfde verdieping van het verbouwde fabriekspand waar ook de sociale dienst is gehuisvest. ,,Een politiek besluit'', vindt Rath. De privatisering is opgelegd door het kabinet: commerciële bedrijven kunnen veel beter werklozen helpen een baan te vinden dan het arbeidsbureau.

Sinds een paar jaar zijn sociale diensten gedwongen daar `reïntegratietrajecten' in te kopen. Rath: ,,Het is natuurlijk goed dat we ons ermee bemoeien dat mensen werk zoeken. Vroeger had je daar de arbeidsbureaus voor. Maar die konden niet veel doen, toen je hier in de jaren tachtig, begin negentig zoveel werkloosheid had. Toen kwamen de banenpoolen. Daarna de Melkertbanen. En nu hebben we dan reïntegratiebureaus. Je zou het ook met een afdeling ambtenaren kunnen doen, denk ik. Maar zo'n bedrijf is erin gespecialiseerd. En we zijn heel tevreden over ze. Ze gaan ook respectvol met de mensen om.''

Met TMP heeft de dienst sociale zaken en werkgelegenheid een no cure, less pay afspraak: van de duizend mensen die `in traject zijn genomen' moet 45 procent aan werk worden geholpen. Wordt het minder, dan krijgt het bedrijf minder geld. Wordt het meer, dan neemt de beloning navenant toe. TMP zelf streeft naar een slagingspercentage van 60. Ook probeert het bedrijf korter over het reïntegratietraject te doen dan de zes maanden die er grofweg voor staan.

Het bedrijf zegt ook mensen te helpen die `een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben'. Dat zijn mensen die tien jaar niet gewerkt hebben, in de gevangenis hebben gezeten, drugsverslaafd waren of nooit hebben gewerkt. Zij kunnen eveneens in een reïntegratietraject terecht.

In principe, want er worden ook mensen afgewezen: tegenover duizend mensen die `in traject zijn genomen' staan zeshonderd die TMP niet kon helpen. Voor de Marokkaanse moeder van vier kinderen voor wie geen plek is op de talencursus kan niets worden gedaan: basiscursussen geeft het bedrijf niet.

Maar de Turkse man die deze woensdag aanschuift bij de balie, kan weer wel worden geholpen. Hij heeft twee kinderen, één van drie en één van één, dus zijn vrouw hoeft niet te werken. Een verhuisvergoeding die hij van de dienst heeft gekregen (`maximaal 741 euro' meldt het voorlichtingsgidsje) is opgegaan aan achterstallige rekeningen voor huur en elektriciteit. De uitzendkracht achter de balie neemt zijn dossier met hem door.

,,U acht zichzelf arbeidsongeschikt?''

,,Ja.''

,,Waarom?''

,,Ik heb rugklachten.''

De uitslag van de herkeuring wordt erbij gepakt. ,,Ik zie hier dat u wel kunt werken, maar niet meer in de horeca.''

,,Nee, want ik mag geen trappen op. Ik mag ook niet te veel op mijn voeten staan.''

,,Ik ga u aanmelden bij TMP. Vindt u dat een goed idee?''

De man haalt zijn schouders op. ,,Als ik maar geen dozen hoef te sjouwen.''