Hopen dat het straks toch weer beter wordt

Actief beleggen is uit, na twee jaar van tegenvallers. Maar dat betekent niet dat de particuliere beleggers massaal zijn uitgestapt. Zij houden vast. Al blijven de dagafschriften bij velen even dicht.

De beurs Geldzaken in maart 2000: particuliere beleggers verdringen zich in het Utrechtse Jaarbeursgebouw. Banken, verzekeraars en vermogensbeheerders prijzen hun waren aan. Software- en mediabedrijven bieden alles voor de actieve thuisbelegger: actuele koersinformatie op de desktop, newsfeeds om onmiddellijk te kunnen inspringen, programma's om historische koersen te kunnen ontleden. En allemaal refereren ze aan het ongemeen gunstige beursklimaat, dat al jaren achtereen zorgt voor geweldige koersstijgingen. Sparen is uit, beleggen is in – en iedereen verdringt zich om mee te rijden op de treeplank.

De beurs Geldzaken, maart 2001. De stands zijn er nog wel, het aanprijzen gaat door. Maar de kudde van koopgragen is uitgedund tot een stroompje gedesoriënteerde beleggers die uit onzekerheid soms tot folderjagers zijn verworden. De aandelenkoersen zijn flink gezakt, vooral die van de technologie- media- en telecomfondsen als UPC, KPN, ASML of Versatel. En World Online, dat met de dramatische beursgang voor een trauma heeft gezorgd. De particuliere belegger is beschadigd, veel standhouders hebben hun retoriek van almaar stijgende koersen moeiteloos ingeruild voor de `had ik u niet gewaarschuwd'-toon. Toch leeft in het Jaarbeursgebouw de overtuiging dat de malaise op de beurzen slechts tijdelijk is.

De beurs Geldzaken in maart 2002. Het Jaarbeursgebouw is leeg. Er is namelijk geen beurs Geldzaken meer. Te weinig stands zijn verkocht om rendabel te zijn. Durven de standhouders de teleurgestelde belegger niet meer onder ogen te komen? Niemand zal zich enige illusie hebben gemaakt over het bezoekersaantal. Beleggen is uit. Of liever gezegd: actief beleggen is uit. Want veel particulieren hebben door zich dik en dun aan hun aandelen vastgehouden. Het adagium `kopen op de piek, verkopen in het dal' dat de kleine beleggers met zich mee hebben gedragen, blijkt een karikatuur.

Volgens econoom A. Boot, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, zijn particulieren veel rationeler dan waar ze vaak voor worden versleten. ,,De grote schommelingen op de financiële markten worden veroorzaakt door de professionele partijen. Individuen blijven veel meer hangen in de posities die ze op de markt hebben.'' Dat heeft te maken met wat Boot de `spijtfunctie' noemt. Professionals hebben daar minder last van, omdat zij zich afmeten aan hun concurrenten. Als een prof fout zit terwijl alle anderen net zo fout zitten, dan wordt dat als minder erg ervaren. En is er weinig sprake van spijt.

Spijt speelt juist een grotere rol bij de particulier. Als een particuliere belegger actief handelt en zijn belegging daalt in waarde, dan heeft hij daar veel meer spijt van dan als hij niet heeft gehandeld. De passiviteit ontslaat hem dus voor een deel van zijn schuldgevoel. Dat is een krachtige prikkel om beleggingen vast te houden, in plaats van te switchen. Boot merkt op dat mannelijke particulieren gemiddeld actiever handelen, vanuit het zelfbeeld het allemaal `beter te weten'. Vrouwen handelen minder, en presteren beter met beleggen.

Maar de verschillen worden kleiner, want ook menig mannelijke belegger kijkt niet meer naar zijn aandelen om. Na de pijnlijke verliezen noemt hij zich graag een langetermijnbelegger: dat is in veel gevallen een aandeelhouder die op korte termijn veel verloren heeft en hoopt dat dit verlies na een aantal jaren automatisch weer goedgemaakt zal worden. Elke vermogensbeheerder kan over klanten vertellen die niet eens meer hun dagafschriften openmaken. En hun financiële krant met al die vermaledijde koersen de deur uit doen. Zo kan het gebeuren dat KPN (hoogste stand in maart 2000 72,17 euro, laagste stand afgelopen najaar 2,39 euro) in 2001 met kop en schouders toch volksaandeel nummer één is geworden.

Uit recent Nipo-onderzoek blijkt een opmerkelijke tegenstelling. Het aantal beleggers dat bij verlies zegt te zullen verkopen, is in twee jaar bijna verdubbeld tot 7 procent. Een relatief klein aantal, want de vele mensen die zeggen te wachten op betere tijden namen ook in aantal toe: van 43 naar 48 procent. ,,En misschien is dat ook wel het beste, de meest voor de hand liggende attitude'', zegt onderzoeker A. Eecen van het Nipo over deze passieve houding.

Uit dezelfde steekproef blijkt dan ook dat slechts 14 procent van de particuliere belegger recent geld aan zijn beleggingsportefeuille heeft onttrokken. In twee van de drie gevallen werden met dit vrijgekomen geld schulden afgelost of werd het geld aan bijvoorbeeld een nieuwe auto besteed. Bij eenderde van die mensen – van die 14 procent, dus slechts 1 op elke 21 beleggers – werd het geld bewust van riskante beleggingen overgeheveld naar veilige spaarrekeningen. In 1999, toen de koersen nog klommen, onttrok 17 procent van de beleggers geld aan de beleggingsportefeuille.

De horizon is opgeschoven. Al of niet uit zelfbescherming. In 1999 verklaarde 9 procent van de beleggers aan het Nipo voor de korte termijn, korter dan één jaar, te beleggen: inmiddels blijkt dat percentage te zijn gehalveerd. Meer dan de helft van de beleggers zegt nu op de aandelenmarkt actief te zijn voor een periode die ten minste vijf jaar van het heden is verwijderd. Nou ja, actief? Eecen van het Nipo vindt het opvallend dat maar liefst een kwart van de beleggers geen idee blijkt te hebben hoe zijn aandelen of obligaties ervoor staan. Op een beleggende bevolking van 3,3 miljoen mensen (inclusief levensverzekeringen en hypotheken) tasten dus ruim 800.000 mensen meer of minder in het duister over hun aandelen- en obligatiebezit.

Vasthoudendheid loonde tot voor vorig jaar wel op de beurs. Wachten op de volgende hausse dan maar? De meeste banken en adviseurs zullen adviseren de beleggingen vast te houden en zo vanzelf mee te gaan op de onvermijdelijke golf omhoog. Maar banken en beleggingsmaatschappijen hebben een belang. Er is de afgelopen tien jaar een hele industrie gebouwd op de stijgende beurskoersen: levensverzekeringen, beleggingsfondsen, koopsompolissen, beleggingshypotheken, vermogensbeheer. De financiële sector leefde van de provisies op aan- en verkopen, op de beheerskosten en vaak op een deel van de behaalde koerswinst. En daar komt bij: door klanten `vasthouden' te adviseren hoopt ook de adviseur zijn gezichtsverlies zo veel mogelijk te beperken. Met de verkoop van een uitgeklede aandelenportefeuille is het verlies pas echt voelbaar.

De wetenschapper Boot is heel wat minder enthousiast dan de financiële aanbieders. De volgende hausse kan immers wel even op zich laten wachten. ,,We hebben een revolutie gehad waarbij iedereen aandeelhouder werd. Ik heb zelf het idee dat mensen nu te zwaar in aandelen zitten.'' Tekenend daarvoor is volgens Boot het idee dat aandelen het ,,altijd beter doen'' dan andere beleggingen. Dat is volgens hem nu nog maar de vraag. De gestegen aandelenkoersen weerspiegelden niet alleen de grotere winstgevendheid van de beursgenoteerde bedrijven, maar ook de grotere bereidheid van beleggers om risico's te nemen met aandelen. De koersen zijn volgens Boot nog steeds hoog, hetgeen impliceert dat beleggers in de toekomst een lager rendement op aandelen zullen moeten accepteren.

Is volgens de hoogleraar het toekomstige rendement op aandelen dus relatief laag, er ligt nog een risico op de loer. ,,Beleggers zijn gewend geraakt aan een hoog rendement. De kans bestaat dat zij bij het uitblijven daarvan in de loop van de tijd minder enthousiast zullen worden over aandelen. Zo'n negatieve houding naar de toekomst kan negatief werken op de aandelenkoersen.''

Een laag rendement, met kans op een koersval: de toekomst die Boot schetst is weinig rooskleurig. De man in de straat is daar, ook na twee jaar van tegenvallers, nog niet van overtuigd. Wanneer beleggers slechts één argument mogen noemen waarom zij beleggen, dan is de belangrijkste volgens het Nipo ,,een hoog rendement''.