Het groen was giftig

Uit welke kleuren is een stad opgebouwd? Onderzoekers gingen in Dordrecht op zoek naar oude verfbestekken en namen verfmonsters.

Elke stad heeft haar eigen kleuren. Ze onthullen iets over de geschiedenis en identiteit. In Moskou overheersen de pastelkleuren geel en blauw. Naxos en Skopelos en andere dorpjes op de Griekse eilanden zijn spierwit. Het Italiaanse Bologna wordt de `rode stad' genoemd, vanwege de talrijke terracotta-achtige gebouwen. Verona daarentegen toont een aarzelende kleur geel, in eindeloze variaties.

Oud-Hollandse steden hebben, met tal van afwijkingen, ook hun specifieke kleurstelling. Donkergroen en beige maken op gebouwen, huizen en bruggen de dienst uit. De oudste stad van Holland, Dordrecht, maakt daarop geen uitzondering. ``De stad komt vrij somber en ingetogen over, met accenten op wit en groen. Een beetje braaf, misschien wel saai'', zegt Ruurt Krooshof, coördinator van de gemeentelijke dienst Monumentenzorg. Het kleurbeeld komt mogelijk voort uit het zwaar calvinistische karakter van de stad.

Krooshof werkte als adviseur mee aan een intensief onderzoek, dat zeven jaar geleden begon en werd uitgevoerd door de werkgroep De Dordtse Kleuren. De leden werkten in opdracht van de gemeente Dordrecht, die behoefte had aan kennis over kleuren en richtlijnen voor kleurtoepassing in de historische binnenstad. Eén van de vragen was: uit welke kleuren is Dordrecht in de loop van de eeuwen eigenlijk opgebouwd? Met hulp van het Sikkens-kleurlaboratorium in Sassenheim, onderdeel van Akzo-Nobel, kwam de werkgroep tot opwindende conclusies. ``Dordrecht blijkt veel kleurrijker geweest dan werd vermoed'', zegt Krooshof. ``De historische ontwikkeling van veel Hollandse steden is vergelijkbaar. Wat wij in Dordrecht vonden, geldt dan ook vermoedelijk voor andere steden, zij het met lokale verschillen.''

azijnzuur

De onderzoekers noteerden 55 `historische en historisch geïnspireerde' kleuren. Grote variatie was er vier eeuwen geleden nog niet. Het aantal grondstoffen waaruit verfpigmenten bereid werd, was nu eenmaal beperkt. Witten, grijzen en okers waren daarom lang dominant. Later werd de schakering breder. Steenblauw en vermiljoen, een dieprode kleursoort, werden populair. Donkergroen, eerst Spaans groen geheten, deed pas echt zijn intrede in 1838, zo bleek uit gevonden documenten. De giftige verfsoort, een verbinding van koper en azijnzuur, kreeg een opvolger in het nu alomgebruikte standgroen of grachtengroen. Die klassiek geachte kleur is volgens de onderzoekers dus veel jonger dan altijd werd gedacht.

De werkgroep presenteerde de resultaten onlangs in een doorwrocht rapport en een populair geschreven boekje. Deze week werd een congres gehouden over de huizenkleuren in Dordrecht. En Sikkens brengt binnenkort ook een speciale Dordtse kleurenwaaier uit. De waaier dient als leidraad voor de gemeente Dordrecht, schilders en huiseigenaren. Het Dordtse onderzoek is niet het eerste naar kleurgebruik in Nederlandse steden. Amsterdam werkt op dit moment aan een handleiding over kleurtoepassing op monumenten. Ook Rotterdam, Maastricht, Gouda en Zwolle lieten eerder onderzoek doen. Maar nooit eerder gebeurde het op een schaal en wijze zoals in Dordrecht.

De oorsprong van het Dordtse onderzoek lag in de rebellie van enkele huiseigenaren tegen het dominante groen op deuren en kozijnen. In het begin van de jaren negentig verfden ze hun historische huizen lichtroze en fel oker. De oplaaiende discussie daarover leidde tot de oprichting van een werkgroep met architecten, bouwhistorici en `kleurdeskundigen'. Hun onderzoek concentreerden ze op de elegant slingerende Wijnstraat, die bouwhistorisch gezien alle stijlen herbergt. De werkgroepleden begonnen daar aan een fascinerende reis door de tijd, dwars door tientallen verflagen heen. Krooshof: ``Het was alsof we laagjes van de tijd afpelden.''

De speurtocht volgde drie sporen. Bestudering van oude prenten en schilderijen leverde reeds veel informatie op, al moest ernstig rekening worden gehouden met de interpretatie door de kunstenaar. Betrouwbaarder was ander historisch materiaal dat de onderzoekers in het Dordtse stadsarchief aantroffen. Ze vonden er 37, niet eerder onderzochte verfbestekken uit voorgaande eeuwen. De oudste ging terug tot 1626 en beschreef de exacte kleuren van de wijzerplaten op de toren van de Grote Kerk.

Het was de onderzoekers te doen om de omschrijvingen van de voorgeschreven kleuren. Er kwamen reeds bekende namen van pigmenten te voorschijn, zoals loodwit, gele oker, tonzwart, Hollands blauw. Sommige namen waren een raadsel. Wat te denken van Dodekop (`doode kop'), een verfsoort met een roodpaarse gloed? Vergeten gewaande boeken gaven het geheim prijs, zoals `Grondig onderwijs in de schilder- en verfkunst' dat Lambertus Simis in 1801 schreef.

beiteltje

De onderzoekers waren nog niet tevreden. Verfmonsters, ofwel coupes, moesten hun de resterende informatie verschaffen. Ze vroegen huiseigenaren toestemming om stukjes verfwerk te verwijderen en te onderzoeken. Ook de belangrijkste openbare gebouwen gingen ze langs. Zo konden ze verschillende verfkleuren en perioden met elkaar vergelijken.

De laboranten van Sikkens kregen een cruciale rol. Zij ontvingen zo'n veertig verfmonsters. De coupes waren zorgvuldig met guts en beiteltje gestoken op de moeilijkst bereikbare plaatsen, zoals de achterkanten van ramen en deuren. Sikkens-laborant Leo Ligtermoet verklaart in het begeleidende boekje waarom juist daar: ``Die delen brandde de schilder liever niet af voordat hij een nieuwe laag verf aanbracht, bang als hij was voor brand of om details van het houtsnijwerk te beschadigen.''

De coupes werden in het laboratorium gefixeerd en vervolgens langs het uiterst scherpe mes van een slede-microtoom gehaald. Dat apparaat sneed zulke kleine plakjes van het preparaat af, dat microscopisch onderzoek mogelijk werd. Sterk vergroot ontdekten de laboranten soms tientallen verflagen in het gladde zij-aanzicht van de coupe.

Enkele verfmonsters bleken goudmijnen. Zo bleken de keukendeur van het huis De Onbeschaamde (Hollands classicistisch, 1650) achter veertig verflagen schuil te gaan. In de verfkorst lag de rijke Dordtse kleurhistorie verborgen: de onderste verf was zwaar okerkleurig, de bovenste nagenoeg wit. De onderzoekers verwerkten de getraceerde kleuren in een tijdsladder, zodat duidelijk werd wanneer een kleur zijn intrede deed. Onbekende kleuren gaven ze een eigen naam, meestal geïnspireerd op de Dordtse geschiedenis, zoals Itz wit, Merwede grijs en Rutten geel.

De invloed van het onderzoek zal al over een aantal jaren waarneembaar zijn, denkt Ruurt Krooshof van Monumentenzorg. De stad zal op subtiele wijze van kleur verschieten. De werkgroep stelt de gemeente Dordrecht voor om de kleurontwikkeling haast ongemerkt `in de tijd terug te buigen', zodat de stad een frisser aangezicht krijgt. Krooshof: ``Het zal geen grote omslag betekenen. We willen de harmonie bewaren, met behoud van het eigen karakter. Maar misschien kunnen we aan het groen en wit een iets andere toon toevoegen, bijvoorbeeld, geel of blauw. Dat zal de stad boeiender maken.''