GLUTENALLERGIE HANGT SAMEN MET STRUCTUUR VAN EIWIT GLIADINE

Overgevoeligheid voor gluten (coeliakie) hangt niet alleen samenhangt met de aminozuursamenstelling van het gluteneiwit, maar ook met de verdeling van de aminozuren over de eiwitketen. Leidse onderzoekers verklaren hiermee waarom sommige mensen overgevoelig zijn voor gluten uit tarwe, rogge, haver en gerst, terwijl eiwitten met ongeveer dezelfde aminozuursamenstelling uit andere granen geen problemen veroorzaken (Journal of Experimental Medicine, 4 maart).

Gluten is een mengsel van eiwitten dat onder andere in tarwe, rogge, gerst en haver voorkomt. Coeliakie (spreek uit: seuliakíe) is een allergische reactie tegen gluten die het slijmvlies van de dunne darm aantast. Op den duur verdwijnen daar de darmvlokken, wat de spijsvertering ernstig verstoort, allerlei nare buikklachten veroorzaakt en soms ook tot een tekort aan onmisbare vitaminen en mineralen leidt, omdat de darm die niet meer uit de voeding opneemt. Met een glutenvrij dieet is de aandoening goed te behandelen, al kan de restauratie van het darmslijmvlies maanden tot jaren vergen.

In Nederland hebben ongeveer 75.000 mensen coeliakie. Hun immuunsysteem reageert met name heftig op gliadine, één van de eiwitten uit het glutenmengsel. Dat gebeurt echter alleen bij een licht afwijkende vorm van het gliadine, die het aminozuur glutaminezuur bevat waar normaal het aminozuur glutamine zit. Glutamine is echter wel het meest voorkomende aminozuur in gliadine. Glutamine wordt omgezet in glutaminezuur door het enzym transglutaminase. Tijdens die reactie wordt gliadine korte tijd aan het enzym gekoppeld, zodat er een complex van twee eiwitten ontstaat. Het immuunsysteem van een coeliakiepatiënt beschouwt dat complex echter als lichaamsvreemd en reageert met een heftige afweerreactie. Waarom dit alleen bij coeliakiepatiënten gebeurt, was een raadsel.

De Leidse onderzoekers lichten een tipje van de sluier op. Zij ontdekten dat transglutaminase niet zomaar alle glutamine-residuen in de eiwitketen omzet. Dit leek volgens een bepaald patroon te gebeuren, bepaald door de aanwezigheid van het aminozuur proline in de gliadineketen. Of een patiënt een afweerreactie ontwikkelt wordt ook bepaald door de wijze waarop de proline-moleculen over de eiwitketen zijn verdeeld. Daarmee konden de onderzoekers verklaren waarom nauw aan gliadine verwante eiwitten geen rol spelen bij coeliakie.

De Leidse publicatie valt min of meer samen met die van Cubaanse onderzoekers (The Lancet, 16 maart). Zij ontwikkelden een test om snel en betrouwbaar vast te stellen of iemand met darmklachten of symptomen van overgevoeligheid coeliakie heeft. Eén keer bloedprikken volstaat. In tien minuten weet de patiënt waar hij aan toe is.