Gele-paprikasoep

Deze soep wordt net als een vichyssoise gebonden door de bloemige aardappels die er mee gekookt zijn. Geef deze soep een fluweelzachte consistentie door hem door een roerzeef te passeren in plaats van in een blender te pureren.

Leg de paprika's op een bakplaat en zet ze 20 tot 30 minuten in een op 200° C voorverwarmde oven, waarbij u ze af en toe omdraait, tot ze rondom geblakerd zijn. Neem ze uit de oven, dek af met een schone theedoek en laat circa 15 minuten afkoelen. Pel ze dan boven een kom waarin u alle sappen opvangt en verwijder het zaad. (Dit werkje gaat wat makkelijker als u een zeef boven de kom zet zodat u de paprika erin kan leggen en de zaadjes en het vel niet in het sap terechtkomen.) Snijd de paprika's in blokjes en doe ze in de kom met het sap.

Verhit de olijfolie in een zware soeppan op een matig vuur. Doe er de ui, wortel en bleekselderij in en laat in circa 10 minuten volledig gaar fruiten. Voeg de aardappels en bouillon toe en breng aan de kook. Draai het vuur matig en laat het mengsel circa 30 minuten koken tot de aardappels gaar zijn. Schep de gepelde paprika's met hun sap door de soep en laat nog 5 minuten zachtjes koken.

Passeer de soep door een roerzeef of pureer in een blender. Doe de soep in een schone pan, proef en breng hem op smaak met zout en peper. Laat even doorwarmen terwijl u de crostini maakt.

Snijd het stokbrood in 12 tot 18 dunne sneetjes van 5 mm dik. Besmeer de sneetjes aan beide kanten met olijfolie en leg ze op een bakplaat. Zet ze in een op 200° C voorverwarmde oven tot ze aan beide kanten goudbruin zijn. (Dit kunt ook van tevoren doen en ze op kamertemperatuur bewaren.)

Schep voor het serveren de soep in soepborden. Leg 2 crostini in elk bord soep, strooi er wat Parmezaanse kaas over en sprenkel er wat olijfolie over. Dien op.