Filmsterren roken gratis

Nieuwe onthullingen tonen aan hoe groot de invloed van de tabaksindustrie op Hollywood is, meldt Corine Vloet.

Humphrey Bogart, Bette Davis: je kunt ze je zonder sigaret nauwelijks voorstellen, op het scherm of daarbuiten. Maar de romantiek van het oude Hollywood heeft allang plaatsgemaakt voor harde commerciële transacties over welke filmster welk merk rookt, in welke films, en hoe vaak. Dat blijkt uit een onderzoek dat deze week is gepubliceerd in het Britse medische kwartaaltijdschrift Tobacco Control.

Twee onderzoekers lazen 1.500 voorheen geheime documenten van vier grote tabaksfabrikanten (Philip Morris, American Tobacco, R.J. Reynolds en Brown and Williamson) die beschikbaar kwamen door een schikking tussen de bedrijven en de Amerikaanse staat in 1998. Uit deze documenten, die de jaren zeventig tot begin jaren negentig bestrijken, blijkt voor het eerst hoe bijzonder groot de invloed van de bedrijven op Hollywood werkelijk was. De tabaksindustrie was zich zeer bewust van het belang van filmscènes waarin glamoureus werd gerookt er wordt gesproken van our subliminal product campaign en wrong zich in de raarste bochten om die scènes te krijgen. Zo verstrekten de bedrijven maandelijks gratis sigaretten aan 188 filmsterren en `key players in Hollywood', vanuit de theorie dat een filmster die privé rookte, ook veel meer geneigd was dat in een film te doen. Dat werkte: de regisseur John Cassavetes schreef een bedankbrief aan RJR waarin hij toezegde hun producten in zijn volgende film te zullen gebruiken. Ook zorgden de tabaksbedrijven ervoor dat sterren als John Travolta door de bladen werden gefotografeerd met een sigaret van hun merk in de hand.

Daarnaast probeerde de tabaksindustrie de filmwereld op traditionelere wijze te benaderen, via product placement bureaus. Zo sloot Brown and Williamson een contract met Sylvester Stallone voor een half miljoen dollar, voor het exclusieve gebruik van hun producten in vijf van zijn films. James Bonds film Never Say Never Again kreeg 10.000 dollar voor de belofte van de producent dat Sean Connery en andere acteurs alleen Camel of Winston zouden roken. De film Licence to Kill ontving zelfs 350.000 dollar. Superman III daarentegen verloor deze `sponsoring' van de tabaksindustrie toen de regisseur weigerde een scène te herschrijven die sigaretten in een kwaad daglicht stelde.

Na Congreszittingen in 1989 over product placement beloofde de tabaksindustrie vrijwillig ervan af te zien, een vrijblijvende afspraak die in 1998 eindelijk tot wet werd gemaakt. Toch is in de jaren negentig het tabaksgebruik in films alleen maar gestegen.