Ettertjes

Het land uit, maar dat betekent niet dat ik verstoken ben gebleven van het vaderlandse nieuws. Dankzij de krant van de wakkere verspreiding heb ik niets hoeven missen van de gedenkwaardige nacht van Melkert. Daarenboven werd ik ook nog getracteerd op een artikel dat op het eerste gezicht niets met de verkiezingen te maken had, maar voor wie langer nadenkt toch heel veel.

In Leeuwarden hebben twee wethouders, de een van de PvdA, de ander van de VVD, iets bedacht tegen het probleem van ettertjes, zoals de krant probleemjongeren eufemistisch duidt. Eén op de vijf leerlingen loopt er rond met een steek-, slag- of schietwapen. Voor leerlingen die op school niet meer zijn te handhaven wordt een speciaal internaat opgericht. Op de valreep wil Paars blijkbaar nog even zijn tanden tonen. De voorlichter van het ministerie van Onderwijs laat weten dat deze problematiek daar alle aandacht heeft: ``Provincies en gemeenten vormen samen met jeugdhulpverlening-instellingen, politie en justitie een netwerk waarin deze probleemleerlingen worden opgevangen. Het kan niet zo zijn dat de school daar alleen voor opdraait. Immers, een leerplichtige scholier kan niet zomaar worden verwijderd, ook al is hij of zij niet langer te handhaven.'' Aldus het ministeriële commentaar, dat meer getuigt van woorden dan van daden.

Scholen hebben een tweevoudige taak. Ze worden geacht jongeren een en ander bij te brengen en ze daarnaast ook van de straat te houden. Voor veel leerlingen, vooral te vinden in de laagste regionen van het voortgezet onderwijs, heeft de school zijn eerste functie verloren. De leerstof die ze er voorgeschoteld krijgen, bevestigt alleen maar hun onvermogen, en ontneemt hen daarmee het laatste restje zelfvertrouwen. De school heeft hun niets te bieden. Dat is overigens niet de schuld van die scholen, maar het gevolg van de maatschappijvreemde opdracht waar de politiek die scholen mee heeft opgezadeld. Zo getuigt het pakket basisvorming van een wereldvreemd wensdenken van mensen wier ideaalbeeld van de verheffing van de arbeider is blijven steken in de jaren vijftig. Het huidige onderwijs sluit niet aan bij de behoeften en vermogens van veel leerlingen. Dat geldt met name voor grote groepen die aangewezen zijn op het vmbo, maar omdat opinieleiders als politici, journalisten, beleidsambtenaren en de lezers van deze krant hun kinderen daar in de regel niet hebben zitten, is daar nauwelijks aandacht voor. Wel voor de problemen die die jongeren op straat veroorzaken, want daar worden we allemaal mee geconfronteerd, maar niet voor de onderwijsinhoudelijke oorzaken ervan.

Hermans heeft, zo bericht de krant, het Leeuwardense initiatief `omarmd'. Het had hem als minister van Onderwijs beter gepast als hij gedurende de vier jaren die hij inmiddels in Zoetermeer heeft doorgebracht aandacht had besteed aan de onderwijskundige oorzaken van dit fenomeen. Er moeten, ter voorkoming van dergelijke heropvoedingsinternaten, gewone scholen komen waar vakmensen leerlingen een vak leren, waar zij later de kost mee kunnen verdienen. Dat draagt meer bij tot de ontwikkeling van het zelfbewustzijn van deze jongeren dan nog meer van het soort van lesstof waar ze op de lagere school ook al niet mee uit de voeten konden. Met dat leuteren over netwerken, in combinatie met het ontbreken van concreet beleid, staat Hermans model voor de initiatiefloosheid van de overheid op talloze terreinen. Dat is waar velen zich aan ergeren. Hoe hoog die ergernis inmiddels is opgelopen, hebben we kunnen zien bij de verkiezingen.

Prick@nrc.nl