Etrusken 5

In antwoord op de brief van F. Woudhuizen die 23 februari reageerde op het stuk over de herkomst van de Etrusken (W & O, 16 februari) graag het volgende. Dat de Etrusken pas 750-650 v.Chr. in Italië zouden zijn gearriveerd is een sinds lang verlaten gedachte. Ik heb in mijn studie niets gezegd over de vraag of het Etruskisch Indo-Europees is of niet. Dat is niet nodig; het probleem staat los van de vraag naar de herkomst. Dat een meegebrachte naam als Tarchon Indo-Europees is, doet niet ter zake; de Lydiërs bijvoorbeeld spraken een Indo-Europese taal (Nanas is niet Indo-Europees.).

Griekenland had één of meer niet Indo-Europese substraat-talen (de taal van de oudere bewoners die werd verdrongen door/opgegeven voor die van nieuwkomers), en ten minste één daarvan was verwant met een substraat in Klein-Azië. Dat er in Klein-Azië verschillende niet-Indo-Europese (substraat-)talen waren, is buiten twijfel. (Dat staat los van de zeer onwaarschijnlijke theorie van de etruskoloog Pallotino dat er een niet-Indo-Europese taal zou zijn geweest die zich uitstrekte van Klein-Azië tot Italië en waarvan het Etruskisch en het Lemnisch resten zouden zijn.)

Wat het Etruskisch betreft wordt recent wel betoogd dat het een Indo-Europese taal zou zijn, maar dat is lang niet zeker. Ik houd het er op dat het een niet-Indo-Europese taal is, dus een van de substraat-talen van Klein-Azië. Het probleem is dat te verwachten is dat deze talen elkaar wederzijds beïnvloed hebben.