Een wel heel frisse wind uit het westen

Het is misschien nog wat vroeg om te constateren, maar het staalbedrijf Corus maakt een redelijke kans om de ongelukkigste fusie van deze eeuw te worden. Maandag presenteert de combinatie van British Steel en de Nederlandse Hoogovens de jaarcijfers. Ondanks een te verwachten verlies van 700 miljoen euro gaat met name de Nederlandse aandacht uit naar de toekomst van de aluminiumpoot.

Dit kroonjuweel van de Hoogovens dreigt door het voornamelijk Britse management in de etalage te worden gezet. Althans, dit angstige vermoeden heeft de Nederlandse ondernemingsraad. De aluminiumpoot neemt met een omzet van circa 1,7 miljard euro – en een vergelijkbare verkoopwaarde – geen grote plaats in bij het staalconcern, maar het is wel zo'n beetje de enige winstmaker van dit moment. Juist de aluminiumpoot, die naar verluidt in onderpand is gegeven aan de banken, is in moeilijke tijden opgezet om het bedrijf minder afhankelijk te maken van de staalprijzen. En met klanten als vliegtuigbouwer Boeing kan je thuiskomen.

Nu de staalprijzen op een historisch laag niveau liggen en de aluminiumactiviteiten alleszins levensvatbaar blijken te zijn, is de conclusie van de werknemers te begrijpen: de paniek is bij de directie toegeslagen en elke vorm van strategie ontbreekt. Als de berichten rond de komende verkoop kloppen lijkt volgens hen alles geoorloofd om de schoorsteen rokende te houden.

Deze conclusie wordt door de ondernemingsraad niet van de ene op de andere dag getrokken. Corus kent een kort maar pijnlijk verleden. Niet toevallig zijn de meeste bestuurders die aan de wieg stonden van de fusie inmiddels de laan uitgestuurd. De geestelijk vaders Fokko van Duyne en John Bryant moesten ruim een jaar na de fusie – eigenlijk een overname door British Steel – al hun biezen pakken.

Vanaf het begin, in het najaar van 1999, speelde het dure pond het bedrijf parten, traden tal van operationele problemen op en is nimmer één cent winst gemaakt. In de eerste zes maanden van 2001 liep ruim 300 miljoen euro het bedrijf uit.

Het Britse pond is nog altijd even duur en ook de lage staalprijzen zullen niet snel herstellen. Sterker: een verdere daling ligt voor de hand. Tien dagen geleden kondigde de Amerikaanse president Bush importheffingen aan tot 40 procent op staal. Dat dit tot paniek heeft geleid in de top van Corus is niet denkbeeldig. Al in oktober schreef bestuursvoorzitter Tony Pedder in een brandbrief aan het Britse parlement dat ,,een ramp dreigt voor de Europese staalindustrie''. Niet alleen ziet de industrie een belangrijke afzetmarkt wegvallen, ook zal Europa overstroomd worden met goedkoop Aziatisch staal dat een alternatief voor de Amerikaanse markt zoekt. De naamgever van Corus, Latijn voor wind uit het noordwesten, zag de problemen al veel eerder aankomen.